Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.5.3.2:8.5.3.2 Hof van Justitie
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.5.3.2
8.5.3.2 Hof van Justitie
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291370:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 11 april 2018, zaak C-532/16, FED 2018/104, m.nt. Cornielje, r.o. 26-28 (SEB Bankas) en HvJ EU 17 september 2020, zaak C-791/18, BNB 2021/18, m.nt. Bijl, r.o. 27-29 (Stichting Schoonzicht).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar het oordeel van het Hof van Justitie bevat art. 184 Btw-richtlijn de verplichting tot herziening van de aftrek indien deze hoger of lager is dan die welke de belastingplichtige gerechtigd was toe te passen. In art. 185 Btw-richtlijn worden volgens het Hof voorbeelden van deze verplichting gegeven en wordt deze verplichting afgebakend. Deze bepalingen preciseren echter niet hoe de (verplichte) herziening van de te hoge of te lage aftrek moet plaatsvinden. Op grond van art. 186 Btw-richtlijnen dienen lidstaten daarom uitdrukkelijk te bepalen onder welke voorwaarden deze herziening kan plaatvinden, bijvoorbeeld op welke datum de verplichting tot herziening van de aftrek ontstaat en over welke periode de herziening moet plaatsvinden. Alleen met betrekking tot investeringsgoederen – een specifiek geval – zijn in art. 187 tot en met art. 189 Btw-richtlijn enkele nadere regels gegeven. Om die reden maakt het Hof een onderscheid tussen de omvang van de herzieningsplicht op grond van art. 184 tot en met 186 Btw-richtlijn en de herzieningsregeling voor investeringsgoederen.1 In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op de vraag wanneer naar het oordeel van het Hof sprake is van een wijziging na het toepassen van de aftrek die op grond van art. 185 Btw-richtlijn leidt tot herziening (paragraaf 8.5.3.2.1). Vervolgens wordt ingegaan op het SEB Bankas-arrest op grond waarvan herziening van de aftrek ook aan de orde is bij ten onrechte in rekening gebrachte btw (paragraaf 8.5.3.2.2). Ten slotte wordt ingegaan op de vraag of herziening ook aan de orde is indien de aftrek ten onrechte niet is toegepast door de belastingplichtige (zie paragraaf 8.5.3.2.3).
8.5.3.2.1 Wijzigingen na de aangifte in de elementen die voor het bepalen van de aftrek in aanmerking zijn genomen8.5.3.2.2 Herziening aftrek ten onrechte in rekening gebrachte btw over vastgoedtransacties8.5.3.2.3 Ook herziening ten onrechte niet in aftrek gebrachte btw over vastgoedtransactie?