Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.9.2.5
5.8.9.2.5 Schuldeisers met een schadeclaim, zonder overeenkomst
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648947:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een nadere uitzetting over de grens tussen contractuele en buitencontractuele zorgplichten bijvoorbeeld Du Perron 1999, nr. 295. Du Perron stelt onder meer dat een zorgplicht van een partij jegens een derde zuiver contractueel worden genoemd indien zij uitsluitend berust op de overeenkomst van partijen, hetzij doordat zij daarin uitdrukkelijk is neergelegd, hetzij doordat zij daarin ligt besloten.
Vergelijk Bartman in zijn noot bij R. Roermond, sector kanton, locatie Venlo, 20 februari 2008, JOR 2008/92.
Naar aanleiding van de schade welke is ontstaan door de gasboringen in Groningen kan de vraag opkomen of partijen die schade hebben geleden door toedoen van dochtervennootschappen van Shell, waaronder de NAM, een beroep kunnen doen op een 403-verklaring die door Shell is afgegeven. De vraag is in het bijzonder of een beroep mogelijk is wanneer 403-verklaring is ingetrokken maar de schade reeds is ontstaan in de periode vóór de intrekking. Is er daarmee al een vordering tot schadevergoeding ontstaan vóór de intrekking? En is deze vordering daarmee alsnog door de reeds ingetrokken 403-verklaring gedekt?
Dat de gedupeerde Groningers als schuldeisers van de NAM zullen worden aangemerkt, zal niet het lastigste discussiepunt vormen. Maar nu Shell de 403-verklaring heeft ingetrokken en er nog geen vaststellingsovereenkomsten zijn gesloten met de gedupeerden, is een belangrijke vraag of de schade wel voortvloeit uit een rechtshandeling. Mocht de NAM zich – bijvoorbeeld in een exploitatieovereenkomst – reeds vóór de intrekking van de 403-verklaring contractueel verplicht hebben bepaalde zorgvuldigheidsnormen na te leven of bijvoorbeeld bepaalde schadeposten, indien die zich voordoen, te zullen betalen, dan zou betoogd kunnen worden dat de schade voortvloeit als gevolg van de niet correcte nakoming van een overeenkomst. Er is geen discussie over de vraag of vorderingen uit hoofde van niet-nakoming of niet correcte nakoming onder de materiële reikwijdte van een 403-verklaring vallen; dat is het geval. De gedupeerden zijn waarschijnlijk geen partij bij een contract. Het partij-zijn bij de rechtshandeling waar de vordering uit voortvloeit is strikt genomen niet vereist om een beroep te doen op een 403-verklaring. Vereist is slechts dat er sprake is van een schuld die voortvloeit uit een rechtshandeling (of niet correcte nakoming daarvan). Mocht worden betoogd dat de schuldeisers partij moeten zijn bij een dergelijke rechtshandeling, dan kan eventueel de vraag worden gesteld of in het contract een derdenbeding te lezen valt. Indien dat niet zo is, dan kan nog worden bezien of sprake is van een contractuele zorgplicht jegens derden.1 Het zoeken naar een link met een rechtshandeling is essentieel om bij de consoliderende rechtspersoon aan te kunnen kloppen want een vordering uit hoofde van een onrechtmatige daad valt niet onder de reikwijdte van een 403-verklaring.
Aangezien een 403-verklaring een ongerichte rechtshandeling (generieke verklaring) is, zouden schuldeisers die op basis van een derdenbeding een vordering hebben op een dochtervennootschap van Shell een beroep kunnen doen op de 403-verklaring.2