Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.4.3.2
3.4.3.2 Publicatie inschrijving
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS622166:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De termijn vangt aan één dag na publicatie van de laatste (van de twee) publicaties. Dus: als de inschrijving in de openbare registers van de gepretendeerde eigendom op 1 april plaatsvindt, gevolgd door de publicatie in de Staatscourant op 5 april en de publicatie in het dagblad op 6 april, dan begint de (verval)termijn te lopen vanaf 7 april.
Kamerstukken II 2008/09, 31 974, nr. 3, p. 4.
Deze toevoeging aan genoemd artikel is opgenomen zodat tegemoet gekomen wordt aan artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Dit vijfde lid luidt: 'Ter inschrijving van de publicaties bedoeld in artikel 155a lid 2 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek wordt een authentiek afschrift van een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring aangeboden, inhoudende op welke datum die publicaties zijn geschied en in welk landelijk dagblad de publicatie heeft plaatsgevonden. Ter inschrijving van een exploot als bedoeld in artikel 155a, vijfde lid, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek wordt een door de deurwaarder of een advocaat getekend afschrift daarvan aangeboden'.
Hoewel in het vierde lid staat dat de publicaties kunnen (cursivering: Bi) worden ingeschreven, wordt in de toelichting de indruk gewekt dat inschrijving van de publicaties verplicht is; zie bijvoorbeeld op p. 3 (onderaan) : 'De publicatie in de Nederlandse Staatscourant en in een landelijk dagblad moet (cursivering: BJ) blijken uit de openbare registers.' Of op p. 4 (sub 2): 'Uit de registers zelf blijkt of de termijn ongebruikt is verstreken of niet, nu de publicatie uit de openbare registers zelf blijkt (cursivering: BJ) op grond van de onder artikel II van het onderhavige wetsvoorstel voorgestelde wijziging van de Kadasterwet.'.
Kamerstukken II 2009/10, 31 974, nr. 6, p. 10.
Naast de inschrijving van de 'gedraging als eigenaar' in de openbare registers, is vereist dat in de Staatscourant en één landelijk dagblad de inschrijving van de eigendomspretentie gepubliceerd wordt (tweede lid). Reden hiervoor is dat derden — die een (beter) recht menen te kunnen claimen — op deze wijze geattendeerd worden op de inschrijving in de openbare registers. Indien een derde meent dat hij een beter recht heeft dan degene die zich als eigenaar gedroeg, dient hij dit kenbaar te maken binnen één jaar na publicatie1 van de inschrijving van het net. Met 'kenbaar maken' van een beter recht wordt bedoeld dat de derde voor het einde van de termijn van één jaar een dagvaarding conform artikel 3:27 BW laat inschrijven in de openbare registers. De termijn van één jaar is in dit verband een vervaltermijn en geen verjaringstermijn. Voor een vervaltermijn is bewust gekozen in verband met de rechtszekerheid, aangezien stuiting en verlenging van een vervaltermijn niet mogelijk zijn en geen notariële verklaring nodig is om het verstrijken van de termijn vast te stellen.2
Na het verstrijken van de vervaltermijn zal de inschrijver van het net zich als volledig rechthebbende mogen gedragen en mogen rechtsopvolgers afgaan op de feiten zoals door de (inmiddels volwaardige) eigenaar zijn ingeschreven met betrekking tot het net. Een derde die dan toch een beter recht claimt kan evenwel, als dit betere recht alsnog wordt aangetoond, een schadevergoeding claimen, aldus het slot van het tweede lid van artikel 155a.3 Het recht op schadevergoeding zal overigens gewoon onderhevig zijn aan een verjaringstermijn van vijf jaar conform artikel 3:310 BW.
Op basis van het zesde lid van artikel 155a kunnen de publicaties in de Staatscourant en het landelijk dagblad worden ingeschreven in de openbare registers. Een zodanige publicatie wordt geacht een feit te zijn dat de rechtstoestand van het registergoed raakt en derhalve valt dit feit onder de reikwijdte van artikel 3:17 BW. De inschrijving van de publicaties zal plaatsvinden op de wijze zoals weergegeven in het nieuwe vijfde lid van artikel 36 Kw.4 In het vierde lid staat dat de publicaties 'kunnen' worden ingeschreven. De inschrijving van de publicaties lijkt dus in beginsel een facultatief vereiste te zijn voor de aanvang van de vervaltermijn. Uit de toelichting5 volgt echter dat dit wel een verplichting is. Enerzijds staat door inschrijving van de publicaties vast wanneer de vervaltermijn gaat lopen én wanneer de termijn eindigt. Anderzijds zou bij het uitblijven van de inschrijving van de publicaties de derdenbeschermingsbepalingen conform artikel 3:24 e.v. BW tegen de inschrijver van de gepretendeerde eigendom van het net ingeroepen kunnen worden. In de nota naar aanleiding van het verslag stelt de minister hierover:6
`Opmerking verdient nog dat de notaris die voor de inschrijving van het net zorg draagt, niet mag nalaten ook de hier bedoelde publicaties in te schrijven. Dit is immers nodig om te vermijden dat een derde zich op het standpunt kan stellen dat geen publicatie heeft plaatsgevonden en dat dus de termijn van het tweede lid niet is gaan lopen.'