Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.5.3
6.5.3 Vorm en vormgever van het examen
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949487:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 7.3, tweede lid, van de Whw.
Artikel 7.3, tweede lid, tweede volzin, van de Whw (Stb. 1998, 216).
Artikel 7.10, tweede lid, van de Whw.
Zie de Nota van toelichting bij het Koninklijk Besluit van 23 juni 1988 (Stb. 1988, 315), p. 80.
Louw 2011, p. 195-196.
Artikel 7.4, eerste lid, van de Whw.
Kamerstukken II 2001/02, 28 024, nr. 54 en Handelingen II 2001/02, 28024, p. 2971.
In 1963 werd voor het eerst bepaald dat de geldigheidsduur van de tentamens beperkt kan worden. Zie hierover artikel 183 van het Academisch Statuut (Koninklijk Besluit van 11 september 1963, Stb. 1963, 380).
Zie Kamerstukken II 2015/16, 34 251, nr. 80 en artikel 7.10, vierde lid, van de Whw (Stb. 2017, 306).
Zie ook Buiting 2018, p. 17-18.
In het hoger onderwijs wordt elke onderwijseenheid getentamineerd. Een opleiding bestaat uit een samenhangend geheel van onderwijseenheden.1 Deze onderwijseenheden zijn gericht op het behalen van welomschreven doelstellingen op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden waarover degene die de opleiding afrondt dient te beschikken. Een onderwijseenheid kan eveneens zijn gericht op de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening.2 Elke onderwijseenheid wordt afgesloten met een tentamen. Het tentamen omvat een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de examinandus. Dit onderzoek is vormvrij, hier kan per onderwijseenheid een invulling aangegeven worden. Alle tentamens van een opleiding vormen gezamenlijk het examen. De student heeft dan ook het examen behaald indien hij de tentamens van de opleiding met goed gevolg heeft afgelegd.3
De studielast van een onderwijseenheid wordt in de Whw uitgedrukt in studiepunten. Met de invoering van studiepunten werd beoogd om de kwantificering van de studielast van opleidingen tussen de instellingen te uniformeren.4 Eén studiepunt stond na de inwerkingtreding van de Whw voor 40 uur studiebelasting. Met de invoering van de bachelor-masterstructuur werden de studiepunten in de Whw afgestemd op het ECTS.5 In het vervolg staat één studiepunt voor 28 uur studiebelasting, in een studiejaar kan een gemiddelde student 60 studiepunten behalen met 1680 uren studie. 6Het ECTS werd bij amendement ingevoerd om de internationale studentmobiliteit te vergroten.7
Van oudsher kan door de faculteit worden bepaald dat het tentamen een beperkte geldigheidsduur heeft.8 In de Whw werd bepaald dat het instellingsbestuur in de onderwijs- en examenregeling kon regelen dat de geldigheidsduur van de tentamens beperkt was, behoudens de bevoegdheid van de examencommissie om de geldigheidsduur te verlengen.9 Bij amendement is dit gewijzigd. De geldigheidsduur van het tentamen kan sindsdien enkel beperkt worden indien de getentamineerde kennis aantoonbaar verouderd is én indien het instellingsbestuur in redelijkheid rekening houdt met eventuele bijzondere omstandigheden van de student.10 Met de beperking van de geldigheidsduur van de tentamens is beoogd het principe te borgen dat de student op het moment van afstuderen beschikt over de op dat moment relevante kennis, inzicht en vaardigheden. De bijzondere omstandigheden van de student doen naar mijn mening echter niet af aan het feit dat de kennis, inzicht en vaardigheden van de student verouderd zijn.11