Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.2.7.2:II.2.7.2 Culpa
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.2.7.2
II.2.7.2 Culpa
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460221:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie meer algemeen De Hullu 2018, par. IV.5.
De Hullu 2018, p. 264-267.
De Hullu 2018, p. 265, 268-269.
De Hullu 2018, p. 265-266, 277-280.
Zie bijvoorbeeld artikelen 307 en 308 Sr.
Kamerstukken II 2001/02, 28484, nr. 3, p. 10-12.
Verdere toelichting en meer voorbeelden, zie De Hullu 2018, p. 269-270, 274-281.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij schuld heeft de dader de verboden gedraging niet gewild, maar is er sprake van verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid.1 Vaak wordt culpa begrepen in de sleutel van nalaten; een gebrek aan handelen, kennis of beleid. De Hullu stelt onder verwijzing naar Modderman dat schuld als bestanddeel een duidelijk normatief element kent: de dader had anders behoren te handelen dan is gebeurd.2 De gedraging was dus niet alleen vermijdbaar (de dader kon anders handelen), de gedraging was ook verwijtbaar. Sommige risico’s zijn geoorloofd om te nemen, dus niet ieder nalaten levert culpa op.
Daarnaast kent schuld volgens De Hullu, opnieuw onder verwijzing naar Modderman, een psychologische dimensie.3 In dit kader wordt onderscheid gemaakt tussen de gradaties van bewuste schuld en onbewuste schuld. Bij bewuste schuld was de dader zich bewust van een mogelijke uitkomst, maar gaat deze er lichtzinnig of met het nemen van ontoereikende voorzorgsmaatregelen vanuit dat deze uitkomst niet zal voorvallen. Bij onbewuste schuld is er simpelweg sprake van het verwijtbaar niet-nadenken over mogelijke gevolgen.
De zwaarste vorm van culpa betreft roekeloosheid.4 Deze vorm van schuld geldt bij bepaalde delicten als strafverzwarende omstandigheid.5 Er is sprake van roekeloosheid als er sprake is van ‘zeer onvoorzichtig gedrag waarbij welbewust en met ernstige gevolgen onaanvaardbare risico’s worden genomen’.6 Roekeloosheid schuurt tegen voorwaardelijk opzet aan, maar het onderscheidt zich toch doordat de dader dan niet de aanmerkelijke kans op de gevolgen heeft aanvaard.
Culpa, dus schuld als bestanddeel, komt niet vaak voor in het strafrecht. Sommige misdrijven hebben een culpoze tegenhanger waar een lichtere straf op staat. Het standaardvoorbeeld hierbij is dood door schuld (art. 307 Sr) waar een gevangenisstraf van maximaal twee jaar op staat, terwijl voor een doleus misdrijf tegen het leven zoals doodslag (287 Sr) maximaal vijftien jaar kan worden opgelegd. Een ander voorbeeld is het door schuld veroorzaken van een verkeersongeval met dood of letsel van anderen tot gevolg (art. 6 WVW). Artikel 173b Sr is een voorbeeld van een culpoos milieudelict. De culpa hoeft niet altijd te zijn gericht op de delictsgedraging of een bepaald gevolg, maar kan ook zijn gericht op een bijkomende omstandigheid uit de objectieve zijde van het delict. Denk hierbij bijvoorbeeld aan schuldheling (art. 417bis Sr), waarbij de schuld betrekking heeft op het ontbreken van kennis ter zake van het feit dat het verhandelde goed door een misdrijf verworven is.7