De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.7.1:6.8.7.1 Algemeen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.7.1
6.8.7.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS393666:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien de Europese Commissie in een beschikking die is gericht tot de lidstaat heeft geoordeeld dat de verstrekking van Europese subsidies en de daarbij behorende nationale cofinanciering is aan te merken als onrechtmatige en met de interne markt onverenigbare staatssteun, rust ingevolge de Verordening nr. 659/199 op de lidstaten de verplichting om die steun in te trekken en terug te vorderen.1 De terugvordering van onrechtmatige staatssteun geschiedt overeenkomstig het nationale recht, zodat nationale uitvoeringsorganen niet rechtstreeks op grond van artikel 14, derde lid, van de Verordening nr. 659/ 1999 tot terugvordering van staatssteun kunnen overgaan.2
Ook indien een beschikking van de Europese Commissie ontbreekt, lijkt een nationaal uitvoeringsorgaan op grond van de Europese staatssteunregels en het beginsel van loyale samenwerking gehouden om onrechtmatig verstrekte staatssteun in te trekken en terug te vorderen.3 Dat de onjuiste subsidieverstrekking is te wijten aan het nationaal uitvoeringsorgaan doet daaraan niet af.
Voor zover de Europese subsidie is aan te merken als een subsidie in de zin van artikel 4:21 van de Awb, zullen nationale uitvoeringsorganen gebruik moeten maken van de sanctiebepalingen van de subsidietitel van de Awb. Deze sanctiebepalingen stellen zoals gezegd beperkingen aan de mogelijkheden tot intrekking en terugvordering. Deze beperkingen stroken niet met de jurisprudentie van het Hof van Justitie inzake de terugvordering van onrechtmatige staatssteun. In hoofdstuk 5 is besproken dat terugvordering van staatssteun vrijwel altijd dient plaats te vinden. Alleen een aangetoonde, absolute onmogelijkheid tot tenuitvoerlegging van een terugvorderingsbeschikking wordt nog als geldig verweer geaccepteerd.4 Voorts zijn de mogelijkheden van de nationale rechter om een beroep op de beginselen van rechtszekerheid en vertrouwen te honoreren en dientengevolge af te zien van de terugvordering van onrechtmatige staatssteun, door het Hof van Justitie zeer beperkt uitgelegd. Er moet sprake zijn van uitzonderlijke omstandigheden waarvan (vrijwel) nooit sprake is.5 Uit het in hoofdstuk 5 besproken arrest BuGmlutechnik volgt bijvoorbeeld dat het vertrouwen niet gebaseerd kan zijn op onwettig handelen van (overheidsinstanties van) die lidstaat zelf.6 Verder geldt een verjaringstermijn van tien jaren.
In de volgende paragrafen wordt besproken dat de subsidietitel van de Awb onvoldoende mogelijkheden biedt om aan voormelde Europese verplichtingen uitvoering te geven.