De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.12.2.4:5.12.2.4 Rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.12.2.4
5.12.2.4 Rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949440:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De student kan een beroep op het vertrouwensbeginsel doen als hij aannemelijk kan maken dat een orgaan van het bevoegd gezag toezeggingen of uitlatingen heeft gedaan waaruit hij redelijkerwijs mocht afleiden hoe dat orgaan in een concreet geval zijn bevoegdheid zou uitoefenen.1 De toezegging of uitlating moet aan het betreffende orgaan toe te rekenen zijn. Ook als sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen bij de student, hoeft hier niet altijd gevolg aan te worden gegeven. Er kunnen andere zwaar wegend belangen zijn waardoor hier van afgeweken wordt, zoals belangen van derden of het algemeen belang.
In de praktijk komt het geregeld voor dat een student stelt dat aan hem een toezegging is gedaan, maar dat dit niet aangetoond kan worden.2 Bijvoorbeeld een student aan wie vermeend toegezegd was dat zijn afstudeeropdracht met een voldoende beoordeeld zou zijn.3 Dit kon in rechte niet bewezen worden, van gewekt vertrouwen was dan ook niet gebleken. Daarnaast had de student kunnen weten dat de beoordeling zou afhangen van de nog te leveren prestatie. In een andere zaak was duidelijk dat de examinator had aangegeven dat stellingvragen zoveel mogelijk verwijderd zouden worden uit de lijst met mogelijke tentamenvragen.4 Dit mocht evenwel niet gezien worden als een harde toezegging die het vertrouwen had kunnen wekken dat dit type vragen in het geheel niet in het tentamen zou voorkomen. In een andere zaak mocht de student uit een email waarin stond dat ze haar scriptie mocht inleveren, zonder dat eerst het plan van aanpak was goedgekeurd, gezien de bewoordingen niet afleiden dat het plan van aanpak voldoende werd geacht.5
Een zaak waar een beroep op het rechtszekerheidsbeginsel slaagde betrof niet de beoordeling, maar de mogelijkheid om een toets te herkansen.6 In zowel de Nederlandstalige als de Engelstalige Oer stond vermeld dat de student elk onderwijsonderdeel slechts eenmaal kon herkansen. In alleen de Nederlandstalige Oer was daaraan toegevoegd dat enkel de toetsvorm ‘tentamen’ herkanst kon worden. De betreffende student had op basis van de Engelstalige Oer verwacht een deeltoets, niet zijnde een tentamen, te kunnen herkansen. Het Cbe had bepaald dat de Nederlandstalige Oer leidend was en dat de student dus niet mocht herkansen. Het CBHO bepaalde echter dat het bevoegd gezag ook is gebonden aan de Engelstalige Oer, aangezien ervoor gekozen is de opleiding aan te bieden aan niet-Nederlandstalige studenten.