Informatierechten van aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/6.4.1:6.4.1 Inleiding
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/6.4.1
6.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS972047:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor zover die rechten daarmee (deels) worden prijsgegeven, kan sprake zijn van afstand van recht, hetgeen aan bod komt in par. 6.5 hierna.
Zie par. 6.2.2 hiervoor.
Vgl. Rb. Noord-Holland (vzr.) 17 juni 2014, JOR 2014/293 m.nt. R.G.J. Nowak (Te&Je Holding), r.o. 2.5, in het kader van contractuele regeling van het wettelijke agenderingsrecht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Partijen kunnen ook afspraken maken over de wijze waarop zij hun wettelijke informatierechten uitoefenen. In deze paragraaf sta ik stil bij de contractuele regulering van wettelijke informatierechten.1 Daarmee bedoel ik contractuele afspraken die voorzien in regelingen voor (gepercipieerde) lacunes in de wet of open normen nader invullen. Ik doe dit aan de hand van drie voorbeelden: het nader invullen van het zwaarwichtig belang-criterium, afspraken over geschilbeslechting bij weigering van de vennootschap om informatie te verstrekken en afspraken over de wijze van informatieverstrekking.
Dergelijke vormen van contractuele regulering kunnen de rechtszekerheid voor betrokkenen vergroten door een op de vennootschap toegespitste invulling te geven aan open wettelijke normen. Om die rechtszekerheid voldoende te waarborgen, zullen de contractuele afspraken voldoende moeten doorwerken in het vennootschapsrecht.2 Daarover kan discussie bestaan, zoals ook volgt uit beperkte beschikbare rechtspraak.3 Niettemin kunnen dergelijke afspraken bruikbare richtsnoeren bieden bij de uitoefening van wettelijke informatierechten.