Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/1.5.1
1.5.1 Waarom Duitsland?
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS582786:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 5.1. Tweede Kamerlid Van Wijnbergen bij de behandeling van de ontwerp-Wet op de arbeidsovereenkomst in 1906: ‘Gisteren heeft de heer Drucker een beroep gedaan op de Duitsche wetgeving. Mij dunkt dat men zich hier in de Kamer wel wat al te veel beroept op het buitenland. Het heeft er iets van of nooit iets goed kan zijn, als men niet kan aantoonen, dat het in andere landen evenzoo bestaat.’, Bles II p.569.
Den Uijl beschrijft wel wat verschil: Duitsland ontwikkelt zich ongeveer even evolutionair als Nederland, is minder geïndividualiseerd, heeft meer ambitie en neiging te polariseren en mijdt onzekerheid meer dan Nederland, door regels en procedures, p.30-31. De hogere arbeidsparticipatie is nodig vanwege vergrijzing, Den Uijl, p.37-38 op basis van gegevens van o.a. het SCP.
Bloch/Prins, p.277-284. Overigens is niet alleen het niveau van inkomensbescherming hoog, het is deels vergelijkbaar. Ook een Duitse werkgever moet enige tijd het loon doorbetalen bij arbeidsongeschiktheid, net als een Nederlandse werkgever. In Duitsland is (inkomens)zekerheid van de werknemer daarmee eveneens een punt van (private) juridische aandacht.
Borghouts-van de Pas meent dat Nederland hybride is, een mix van sociaal-democratisch en corporatistisch, I.W.C.M. Borghouts-van de Pas, Securing job-to-job transitions in the labour market. A comparative study of employment security systems in European countries, (diss.),WLP: Nijmegen 2012, p.42.
SCP 2012, p.90. Naar de mening van SCP zijn in Duitsland de uitkeringshoogte en de toegangscriteria voor uitkeringen ‘gematigd’. Ik vind het onderzoek van Bloch/Prins (waaruit de conclusie ‘hoog inkomensniveau’ volgt) voor arbeidsongeschiktheid overtuigender, gelet ook op mijn eigen bevindingen in hoofdstuk 7.
SCP 2012, p.86. Het SCP vervolgt: ‘De beleidsontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben ertoe geleid dat steeds meer landen neigen naar het sociale model en een meer interdisciplinaire aanpak hanteren bij het terugdringen van het arbeidsongeschiktheidsvolume (OESO 2010: 105)’.
Waarom Duitsland? Allereerst hebben de oosterburen veel invloed gehad op het ontstaan van ons arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht.1 Daarnaast is er enige culturele verwantschap en speelt ook in Duitsland de noodzaak om de arbeidsparticipatie te verhogen.2 Daar komt bij dat uit toepassing van schema 1 volgt dat Nederland en Duitsland allebei landen zijn waarin zowel een hoog niveau van ontslagbescherming bij arbeidsongeschiktheid bestaat, als een hoog niveau van inkomensbescherming.3 Met die soortgelijke achtergrond is vergelijking van interventies beter mogelijk.
Tegelijk zijn interessante verschillen te verwachten tussen Nederland en Duitsland. De OESO heeft de sociale zekerheidssystemen van landen met elkaar vergeleken. Er zijn vier modellen: het liberale model, het sociaaldemocratische model, het corporatistische model en een restgroep. Onder het liberale model vallen onder andere het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Hun systeem kent een laag uitkeringsniveau, scherpe toegangscriteria en relatief weinig aandacht voor re-integratie. Nederland wordt met de Scandinavische landen tot het sociaaldemocratische model gerekend.4 Hun sociale zekerheid kent relatief genereuze uitkeringen, veel aandacht voor re-integratie en een relatief grote kring van rechthebbenden. Het corporatistische model ligt in zekere zin tussen de eerste twee in, met relatief weinig aandacht voor re-integratie. Tot dit model behoren onder andere Duitsland, België en Frankrijk. 5 Een belangrijk verschil tussen Nederland en Duitsland zou dus de aandacht voor re-integratie kunnen zijn. Anders gezegd is de hypothese dat Nederland veel interventies kent en Duitsland weinig.
Een ander mogelijk interessant verschil is de aard van de interventies. Die aard wordt bepaald door de manier waarop tegen arbeidsongeschiktheid wordt aangekeken. Daarbij bestaan twee zienswijzen: het medische en het sociale model. Het medische model ziet arbeidsongeschiktheid als een persoonlijk probleem, direct veroorzaakt door ziekte, ongeval of een slechte gezondheid, dat op te lossen is door medische interventies. Het sociale model beschouwt arbeidsongeschiktheid niet als kenmerk van de persoon, maar als een product van zijn sociale context en omgeving. In de aanpak van ziekte en arbeidsongeschiktheid krijgen andere dan de medische aspecten aandacht. Nederland wordt samen met de Scandinavische landen gerekend tot de landen met een sociaal model, terwijl bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland, België, een medisch model hanteren.6 Als er dus al interventies zijn, zijn die wellicht anders gericht.