Einde inhoudsopgave
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/7.5.3
7.5.3 Conclusie Amerikaanse versus Engelse regel
mr. P. Sluijter, datum 31-10-2011
- Datum
31-10-2011
- Auteur
mr. P. Sluijter
- JCDI
JCDI:ADS597901:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Katz & Sanchirico 2010, p. 34-35, concluderen op grond van het gebrek aan robuuste conclusies na zoveel wetenschappelijke aandacht dat de keuze voor een van beide regels niet zozeer op efficiëntieargumenten moet worden genomen, maar op basis van de politieke keuze tussen laagdrempelige toegang tot het recht enerzijds en volledige schadeloosstelling van de winnaar van een procedure anderzijds.
Zie Kritzer 2002 die ingaat op de samenhang tussen effecten van kostenveroordelingsystemen en wijzen van procesfinanciering. Visscher & Schepens 2010, die in hun analyse tot dezelfde ambigue conclusies komen over de Amerikaanse versus de Engelse regel, gaan eveneens in op de relatie met fee arrangements en rechtsbijstandsverzekeringen.
Al met al zijn er over de twee pure regels drie conclusies uit de theoretische en empirische literatuur te trekken die ' hard' te noemen zijn:
De Engelse regel leidt tot hogere uitgaven per procedure voor zowel eiser als gedaagde;
De Engelse regel ontmoedigt zwakke zaken, waaronder de nuisance suits die onder de Amerikaanse regel wel kunnen lonen, en stimuleert de sterkere zaken;
De Engelse regel leidt tot meer directe kosten bij de rechterlijke macht.
Voor het overige zijn de effecten ambigu en/of zijn er slechts indicaties over de richting van de netto-effecten, zoals een vermoedelijk betere kwaliteit van uitkomsten onder de Engelse regel.1 Die hangen dan bovendien af van andere omstandigheden, zoals de wijze waarop de relatie advocaat-cliënt gefinancierd wordt.2