Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/10.4.6.2:10.4.6.2 De verhouding tot de Fusierichtlijn
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/10.4.6.2
10.4.6.2 De verhouding tot de Fusierichtlijn
Documentgegevens:
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491582:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 15, lid 1, onderdeel a, Fusierichtlijn bevat het volgende bewijsvermoeden:
“(…) wanneer de rechtshandeling niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, zoals herstructurering of rationalisering van de activiteiten van de bij de rechtshandeling betrokken vennootschappen, geldt het vermoeden dat die rechtshandeling als hoofddoel of een van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft (…).”
Het meest in het oog springende verschil tussen het nationale bewijsvermoeden (misbruikvermoeden) en het bewijsvermoeden uit de Fusierichtlijn is dat nationaalrechtelijk gebruik is gemaakt van de woorden ‘actieve werkzaamheden’ terwijl in art. 15, lid 1, onderdeel a, Fusierichtlijn de term ‘activiteiten’ wordt gehanteerd.