Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/1.8.6:1.8.6 Bevindingen naar aanleiding van de rechtsvergelijking
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/1.8.6
1.8.6 Bevindingen naar aanleiding van de rechtsvergelijking
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS610831:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat met name opvalt op basis van deze rechtsvergelijking, is dat in geen van de onderzochte rechtsstelsels de fiscus vorderingen van andere overheden in een verrekening kan betrekken. De door de Nederlandse wetgever aangevoerde 'knellendheid' van het vereiste van wederkerig schuldenaarschap, dan wel van de eis van de identiteit van vermogens,1 is in vergelijkbare rechtssystemen kennelijk niet aanwezig.2 De fiscus weet zich in die landen blijkbaar voldoende te redden met de gebruikelijke vereisten voor verrekening.3
Ook de overdracht of zekerheidstelling ten aanzien van een vordering op de fiscus wordt in de onderzochte rechtsstelsel niet noemenswaardig beperkt. Verder valt op dat in moderne rechtstelsels als dat van de Verenigde Staten en Duitsland de positie van de fiscus in het kader van de verrekening gelijk wordt gesteld met die van andere (private) partijen. In die landen is het systeem voor verrekening van fiscale schulden en vorderingen ook in die zin wederkerig, dat de belastingplichtige eveneens het initiatief tot verrekening kan nemen. In Engeland heeft de fiscus een betere verrekeningsmogelijkheid dan de belastingplichtige, maar die vervalt gedeeltelijk bij insolventie.
Deze rechtsvergelijking leert verder dat de Nederlandse wetgever te krampachtig vasthoudt aan een systeem waarbij de verrekening van fiscale schulden en vorderingen primair vanuit - en ten behoeve van de positie van de fiscus wordt gereguleerd. Daardoor ontbreekt in dit verband de gelijkwaardigheid van de belastingplichtige ten opzichte van de fiscus.4 Dat vormt naar mijn mening een ernstige tekortkoming in de Nederlandse regeling.