Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.4.3.1:5.4.3.1 Constructie
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.4.3.1
5.4.3.1 Constructie
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186894:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
209. Vranken heeft voorgesteld de verhouding tussen de junior en de senior te begrijpen in termen van de derdenbescherming van artikel 3:36 BW.1 De gedachte is dat alleen seniorschuldeisers die gerechtvaardigd hebben vertrouwd op de achterstelling die tussen de junior en schuldenaar is overeengekomen en daarnaar hebben gehandeld, het verdienen om te profiteren van de achterstelling.2
De belangrijkste reden voor dit voorstel is dat de kwalificatie van een achterstelling als derdenbeding volgens Vranken ‘te ongenuanceerd werkt ten voordele van de senior’.3 Vranken bekritiseert het door A. van Hees en Pabbruwe gehanteerde uitgangspunt dat de kwalificatie van de eigenlijke achterstelling de senior moet beschermen.4 Omdat de senior door het derdenbeding partij wordt bij de overeenkomst van achterstelling kan hij volgens Vranken aan die overeenkomst rechten ontlenen waarvoor geen rechtvaardiging bestaat.5