Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.5.3.3.3
4.5.3.3.3 Negotia mixta cum donatione
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291612:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Wiersma, noot bij HR 6 december 1968, NJ 1969, 310 (Jongbloed c.s./Jongbloed).
Naar mijn mening geldt dit evenzeer voor de spiegelbeeldige situatie dat de vergoeding voor een vastgoedtransactie een giftelement heeft en in werkelijkheid slechts deels de tegenprestatie is voor de vastgoedtransactie. Uit de goedkeuring om bij bijzondere evenementen/acties voor een goed doel onder bepaalde voorwaarden het giftelement buiten de btw-heffing blijft (besluit Staatssecretaris van Financiën 18 december 2013, nr. BLKB 2013/2001M, V-N 2014/5.23, paragraaf 3, gewijzigd bij besluit van 14 december 2018, nr. 2018-25921, V-N 2019/5.7.1), is af te leiden dat de Staatssecretaris van Financiën van een tegenovergestelde opvatting uitgaat.
In het Nederlandse civiele recht kent men de zogenoemde ‘negotia mixta cum donatione’. Dit betreft een bevoordelingshandeling in de vorm van een overeenkomst onder bezwarende titel, zoals de verkoop van vastgoed beneden de waarde. De civielrechtelijke kwalificatie van deze overeenkomsten is vanwege het gemengde karakter niet eenvoudig. Wiersma onderscheidt in zijn noot bij het arrest Jongbloed c.s./Jongbloed-arrest vier opvattingen die (destijds) in de civielrechtelijke literatuur werden verdedigd:
het geheel wordt als een handeling onder bezwarende titel aangemerkt;
het geheel wordt als een handeling om niet aangemerkt;
de handeling geschiedt deels onder bezwarende titel en deels om niet; of
het hangt van de bedoeling van partijen af of nog meer is overeengekomen dan een handeling onder bezwarende titel.1
Deze opvattingen zijn voor de btw in zoverre relevant dat zij laten zien dat er in de situatie waarin de bedongen vergoeding slechts ten dele de prestatie(s) vergoedt verschillende kwalificatiemogelijkheden denkbaar zijn. Omdat in de btw voor de vaststelling of sprake is van een prestatie onder bezwarende titel niet de (subjectieve) bedoeling van partijen, maar de (objectieve) inhoud van de rechtsbetrekking beslissend is, snijdt het in de vierde opvatting bedoelde onderscheid geen hout voor de btw. Immers, zowel bij een beoogde gedeeltelijke verkoop en gedeeltelijke schenking als bij een beoogde verkoop tegen de normale waarde in combinatie met een schenking van een bedrag dat gelijk is aan het verschil tussen de normale waarde en overeengekomen prijs, zal de tegenprestatie voor de btw bestaan in het daadwerkelijk te ontvangen bedrag. Voor de btw zijn daarom alleen de eerste drie opvattingen van belang. Uit het Lajvér-arrest is naar mijn mening slechts af te leiden dat de eerste opvatting door het Hof van Justitie is afgewezen.2 De Hoge Raad gaat, zoals in volgende paragraaf zal blijken, een stap verder door de tweede opvatting te omarmen.