Biases in de boardroom en de raadkamer
Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/7.7.3:7.7.3 Verschillen en overeenkomsten tussen de boardroom en de raadkamer
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/7.7.3
7.7.3 Verschillen en overeenkomsten tussen de boardroom en de raadkamer
Documentgegevens:
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111460:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In mijn dissertatie heb ik een expliciet onderscheid gemaakt tussen biases in de boardroom en biases in de raadkamer. Dit onderscheid vloeide in eerste instantie voort uit de onderverdeling in hoofdstukken aan de hand van mijn originele publicaties. Na onderzoek naar de verschillende biases, lijkt dit onderscheid in de praktijk wel te rechtvaardigen, maar is het niet zo absoluut. Ik verwijs dan ook in de verschillende hoofdstukken met regelmaat naar onderdelen van andere hoofdstukken. Bepaalde biases, zoals hindsight bias en het Knobe-effect, spelen op het eerste gezicht een rol bij het rechterlijk oordeel omdat daar in directe zin sprake is van terugkijken. Dit betekent echter niet dat deze biases geen rol spelen binnen de boardroom. Een voorbeeld daarvan is bij de evaluatie van bestuur en toezicht. Ook daar kijken bestuurders en commissarissen terug op genomen beslissingen en kunnen zij oordelen over de kwaliteit van (de totstandkoming van) deze beslissingen. Daar kan hindsight bias een rol spelen. Andersom kan bijvoorbeeld implicit gender bias een rol spelen in de raadkamer, terwijl ik deze bias voornamelijk heb besproken in het kader van de boardroom. De rechter kan immers ook bepaalde sociale constructen hebben ten aanzien van verschillen en overeenkomsten tussen mannen en vrouwen. De rechter kan, op gelijke wijze als bestuurders en commissarissen, beïnvloed worden door bijvoorbeeld androcentrisme en beeldvorming in de media aangaande mannen en vrouwen. Het kan dat dit vervolgens meeweegt in het rechterlijk oordeel. Hiermee wil ik zeggen dat de bespreking van diverse biases aan de hand van ‘de boardroom’ of ‘de raadkamer’, niet betekent dat de bias enkel voorkomt in die specifieke setting. Hetzelfde geldt voor de metaforische toepassing van de DST op de boardroom. Tot op zekere hoogte kan de DST ook metaforisch worden toegepast op de raadkamer. Daarbij maak ik echter wel de kanttekening dat de samenstelling van de meervoudige raadkamer per zitting verschillend is. Het is twijfelachtig of dan echt gesproken kan worden van een team. Dit kan onder meer in de weg staan aan het in kaart brengen van de synchronisaties. Ook zijn de peturbaties en attractoren bij de raadkamer dermate anders – naar ik meen minder van invloed – dan bij de boardroom. Rechters oordelen meer autonoom dan bestuurders besluiten. De rvb ondervindt meer invloed van bijvoorbeeld de ondernemingsraad, de rvc, vijandige overnames, et cetera. Dit speelt bij rechters niet zozeer. Metaforische toepassing van de DST in de raadkamer is mijns inziens in zekere mate mogelijk, maar verdient nader onderzoek. Dat ik de DST enkel metaforisch heb toegepast op de boardroom, impliceert aldus niet dat een metaforische toepassing van de DST op de raadkamer onmogelijk is. Evenmin geldt dit voor de onderverdeling van de biases. Dat ik het Knobe-effect bespreek in het kader van de raadkamer, betekent niet dat bestuurders niet door het Knobe-effect beïnvloed kunnen worden.
De verschillende uitingen van biases binnen ofwel de boardroom, ofwel de raadkamer hangen ook samen met de overeenkomst en de verschillen tussen bestuurders en commissarissen enerzijds en rechters anderzijds, zoals ik besprak in par. 1.1. Beide groepen zijn professionele beslissers. Bij rechters staat waarheidsvinding in een andere (hogere) mate voorop dan bij bestuurders en commissarissen. Een van de taken van de rechter is nu juist waarheidsvinding. Ik had en heb de verwachting dat rechters met meer rust en inachtneming van de rechtszekerheid en rechtseenheid hun oordelen vormen. Als zij zich in ieder geval bewust zijn van de mogelijke invloed van biases die de kwaliteit van hun oordeelsvorming in gevaar kunnen brengen en kunnen vertroebelen, kunnen zij hiertegen ook stappen ondernemen. Met stappen doel ik bijvoorbeeld op het toepassen van beperkingstechnieken. Dit zou ook de verwachting van de maatschappij moeten zijn, gelet op het belang van de status van het rechterlijk oordeel. Bij de besluit- en oordeelsvorming van bestuurders en commissarissen is sprake van een andere ‘status’ van deze besluiten en oordelen. Deze besluiten en oordelen worden meer gekenmerkt door snelheid, veel verschillende invloeden en belangen en onzekere factoren zoals het nemen van risicovolle ondernemersbeslissingen. Het lijkt dan ook voor de hand liggend dat biases hier een grotere rol kunnen spelen dan bij het rechterlijk oordeel. Dit is echter slechts het geval als rechters daadwerkelijk de hun toebedeelde verantwoordelijkheid oppakken. Het beeld dat ik uit mijn empirisch onderzoek krijg, is dat zij dit tot op zekere hoogte ook doen.
Dan bestaat voorts nog een verschil tussen bestuurders en commissarissen. Gelet op de taakopdracht van commissarissen, kortweg: toezichthouden, is aannemelijk dat zij vaker dan bestuurders geconfronteerd worden met reeds genomen beslissingen en het beoordelen van deze reeds genomen beslissingen. De biases waar commissarissen in dit kader mee geconfronteerd kunnen worden, lijken op de biases waar de rechter mee geconfronteerd kan worden als hij terugkijkt bij het vormen van het rechterlijk oordeel. Ook hiermee zeg ik niet dat bestuurders nooit geconfronteerd worden met biases die sterk samenhangen met terugkijken. Denk onder andere aan hindsight bias in het kader van evaluatie van het eigen functioneren.
Concluderend kan gesteld worden dat de door mij besproken en behandelde biases zich in theorie in gelijke mate kunnen voordoen bij bestuurders en commissarissen enerzijds en rechters anderzijds. De praktijk kan echter anders uitwijzen, gelet op de verantwoordelijkheid die rechters hebben in het kader van de rechtszekerheid van het rechterlijk oordeel en gelet op de specifieke taak van bestuurders en commissarissen.