De Europese Executoriale Titel
Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/6.6:6.6 Slotopmerkingen
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/6.6
6.6 Slotopmerkingen
Documentgegevens:
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS375853:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Tevens kan een dergelijke omzetting tot praktische problemen leiden. Vgl. HR 7 mei 2004, NJ 2004, 362. Zie nader over dit arrest paragraaf 4.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De door de Europese Commissie voorgestelde betalingsbevelprocedure heeft als doel een regeling te geven op basis waarvan op een eenvoudige en goedkope wijze een betalingsbevel verkregen kan worden. Het voorstel bevat elementen die afkomstig zijn van de diverse in de nationale wetgevingen van de lidstaten bestaande incassoprocedures. Aan de ene kant moet de schuldeiser reeds bij het instellen van het verzoek om het Europese betalingsbevel één bewijselement aanvoeren. Aan de andere kant wordt de schuldeiser de mogelijkheid geboden om zowel in de loop van de procedure als ook nadat een betalingsbevel is gelast, zijn bezwaren bekend te maken. Het kenbaar maken van de bezwaren kan op een eenvoudige wijze geschieden door het indienen van standaardformulieren. Het indienen van bezwaar leidt tot het omzetten van de incassoprocedure in een contradictoire procedure. Hierdoor wordt in de incassoprocedure het 'fair trial'-beginsel mijns inziens voldoende in acht genomen.
Het feit dat de opstellers van het verordeningsvoorstel geen bijzondere regeling voor de rechtsmacht en voor de erkenning en tenuitvoerlegging in de incassoprocedure hebben opgenomen, is een goede zaak. Het invoeren van een nieuwe regeling op deze terreinen zou alleen tot ondoorzichtigheid van het internationaal procesrecht leiden. De voorgestelde procedure bevat slechts een regeling die minimumvoorschriften geeft voor de wijze van het verkrijgen van een betalingsbevel. De wijze van procederen blijft door het nationale recht van de lidstaten beheerst. De incassoverordening laat de andere internationale regelingen, in het bijzonder de EEX-Verordening, de EET-Verordening en de EG-Betekeningsverordening, onverlet.
Tevens laat de voorgestelde procedure de in de wetgevingen van de diverse lidstaten bestaande incassoprocedures intact, nu de regeling een facultatief karakter heeft. Wat Nederland betreft zal het invoeren van de incassoverordening derhalve niet het einde van het incasso kort geding betekenen. Ook zonder het facultatieve karakter van de verordening zou het incasso kort geding blijven bestaan, namelijk voor de gevallen die buiten het toepassingsgebied van de voorgestelde verordening vallen.
De Europese incassoverordening behoeft mijns inziens nog een nadere uitvoering in de nationale wetgeving. Zo dient te worden bepaald tot welke rechterlijke instantie het verzoek om het Europese betalingsbevel moet worden gericht. De regeling inzake de betekening van de Europese uitnodiging tot betaling alsook van het Europese betalingsbevel moet nog nader worden uitgewerkt. Ter wille van de eenvoud dient, voorzover dit in overeenstemming is met het doel van de regeling, de regeling voor de verzoekschriftprocedure hierop van toepassing te worden verklaard. Ook het doorprocederen ingeval verweer wordt gevoerd of verzet wordt ingesteld, dient volgens deze regels te verlopen. Wanneer het indienen van een verweerschrift in de zin van art. 7 van de voorgestelde verordening dan wel het instellen van verzet in de zin van art. 11 van de voorgestelde verordening door de schuldenaar zou leiden tot een omzetting van de procedure in een dagvaardingsprocedure, heeft dit een onnodige vertraging van de procedure en een verhog ing van de kosten tot gevolg.1