Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/8.6.4.1
8.6.4.1 Openbaarheid over totstandkoming schadebeleid
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480685:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wind, Dagblad van het Noorden 31 januari 2018; Kamerstukken II 2017/18, 33529, nr. 493; Kamerstukken II 2017/18, 33529, nr. 427; Kamerstukken II 2017/18, 33529, nr. 463.
Protocol Schadeafhandeling 2014.
Eindejaarsrapportage Onafhankelijke Raadsman 2013, p. 5.
Protocol schadeafhandeling 2014, p. 14.
Fundament voor herstel van vertrouwen 2014, p. 22-24.
Audit CVW 2017, p. 25.
Jaarverslag CVW 2016; Groninger Gasberaad, ‘Winst voor CVW’ 2018; Kamerstukken II 2017/18, 34775 XIII, nr. 86; ‘CVW maakt opnieuw meer winst: ‘Wiebes moet ingrijpen’’, RTV Noord 23 oktober 2018.
Naar een nieuwe schadeafhandeling 2017.
Naar een nieuwe schadeafhandeling 2017, p. 5.
TCMG, ‘Dashboard schadeafhandeling’ 2020 (online, geraadpleegd 24 juni 2020).
TCMG, ‘Groningers over de TCMG’ 19 maart 2019.
TCMG 21 februari 2020; TCMG 14 mei 2020; TCMG 26 mei 2020.
Groninger Gasberaad 7 december 2020; Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 847.
IMG 19 februari 2021; Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 847.
Interviews betrokkenen 2020.
Algemene Rekenkamer 2020.
Kamerstukken II 2018/19, 33529, nr. 639, p. 4; Voortgang van de versterkingsopgave 2019, p. 28.
Interviews betrokkenen 2020.
Kamerstukken II 2019/20, 33529, nr. 744; Financiële opbouw 2020; Drent, RTV Noord 7 maart 2019.
Winter & Schuldink 2016.
Het gebrek aan transparantie over de schadeprocedure was veel Groningers een doorn in het oog. Dat begon bij de onduidelijke verhoudingen tussen NAM en het Rijk: het (55 jaar) geheimhouden van de Overeenkomst van Samenwerking wakkerde wantrouwen aan.1 Ook de interne schadeprocedure van NAM was lang onduidelijk: pas in 2014 werd een eerste schadeprotocol voor de vergoeding van fysieke schade gepresenteerd.2 De Onafhankelijke Raadsman signaleerde bijvoorbeeld dat Groningers hun schademelding niet konden volgen wat hij in het kader van transparantie wenselijk achtte;3 dit introduceerde NAM bij haar eerste schadeprotocol.4 In een evaluatie werd vastgesteld dat de transparantie en openheid over haar procedure veel beter kon en dat gedupeerden nu vrijwel alleen van telefoongesprekken met NAM afhankelijk waren.5 Onder het regime van het Centrum Veilig Wonen werd dit niet veel beter: het CVW moest blijven handelen volgens het NAM-protocol en werkte bovendien via een geheim contract met NAM.6 Het feit dat zij via haar werkzaamheden winst kon maken leidde tot verdere ontevredenheid en ophef.7
Openbaarheid leek pas mogelijk toen schadeafhandeling onder publieke regie werd uitgevoerd. De regio maakte zijn uitgangspunten openbaar in de onderhandelingen over het nieuwe schadeprotocol8 en benadrukte dat transparante en navolgbare schaderapporten van groot belang zouden zijn.9 Ook de minister stelde dat ‘beoordeling van mogelijke mijnbouwschade zowel procedureel als inhoudelijk transparant’10 diende te zijn. De TCMG/het IMG poogde deze beoogde openheid en transparantie na te leven. Ze publiceerde per week wat de voortgang in schademeldingen en schadeafhandeling was11 gaf op de eigen site een bloemlezing van veelal kritische mediaberichten12 en liet in de loop naar de waardedalingsregeling en smartengeldregeling zien hoe deze tot stand kwamen en aan de hand van welke adviezen en inzichten.13 Bij de uitvoering van de Waarderegeling kreeg het IMG kritiek van onder meer het Gasberaad dat geen beleidsregels werden gepubliceerd;14 het IMG stelde dat deze niet waren opgesteld vanwege de invulling van bestaand aansprakelijkheidsrecht en in veel gevallen sprake was van maatwerk, maar publiceerde een ‘uitwerking’ van zijn werkwijze.15 In het algemeen bouwde de communicatiestrategie van de TCMG/het IMG voort op die van de Noord/Zuidlijn: de bedoeling was door openheid en dialoog de daden van de organisatie te laten zien, zodat aanvragers en buitenstaanders konden zien wat ‘achter de schermen’ gebeurde.16 Ook tijdens publiekrechtelijke schadeafhandeling bleef echter de vraag hoe de financiële afrekening precies in elkaar stak; om bedrijfseconomische redenen werd dit tot op heden geheimgehouden en de Tweede Kamer alleen in vertrouwelijke briefings verteld.17 De minister was medio 2018 een privaatrechtelijke overeenkomst namens de Staat aangegaan met Shell en ExxonMobil, waardoor sommige Tweede Kamerleden zich buitenspel gezet voelden wat betreft hun budgetrecht.18 De Rekenkamer tikte de minister op de vingers omdat hij niet kon nagaan of het afgesproken voorschot van € 90 miljoen wel redelijk was bepaald, en waarvoor precies werd betaald.19
De versterkingsopgave is door haar aard omgeven met risico’s en risicoberekeningen: het is onzeker hoe lang de aardbevingen zullen voortduren en welke gebouwen hierdoor risico’s lopen. Vanaf eind 2018 hanteerde de overheid de ‘risicogerichte’ versterkingsaanpak en trachtte zij open te zijn over de totstandkoming en onderbouwing van de werkwijze. De minister gaf aan: ‘We gaan meer vaart maken door minder rekenen, minder precisie en meer standaardisering’20 en liet de NCG komen met een ‘dashboard’ met geüpdatete informatie over de stand van zaken van de uitvoering van de versterking zodat voor burgers, de Tweede Kamer, en Staatstoezicht inzichtelijker werd hoe de versterking eraan toe ging per gebied.21 Op het niveau van bewoners die te maken hadden met versterking werden echter niet alle gegevens, zoals over prijsberekening, openbaar gemaakt in verband met bedrijfsgevoelige informatie vanuit aannemers en bouwers. Dat kon onderling tussen buurtgenoten leiden tot onduidelijkheid of argwaan over de geïndividualiseerde aanbiedingen.22
De totstandkoming van de leefbaarheidsmaatregelen was het resultaat van (bestuurlijke) onderhandelingen tussen NAM, Rijk, provincie en gemeenten. De maatregelen van 2014-2018 werden bekendgemaakt in het bestuursakkoord. De (financiële) opbouw van het Nationaal Programma Groningen werd veelal als voldongen feit gepresenteerd aan volksvertegenwoordigers,23 hoewel de Tweede Kamer via de jaarlijkse budgetvaststelling invloed kon en kan uitoefenen.24 EBG was volgens onderzoekers onvoldoende transparant en legde geen (democratische) verantwoording af voor zijn werkzaamheden.25