Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/I.2.1:I.2.1 Vorm
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/I.2.1
I.2.1 Vorm
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178725:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rozendaal 1931, Hülsmann 1935, Verdam 1940, Noldus 1969, Dumulin 1999 en Klein Wassink 2012.
Denk aan de bijeenroeping, de agendering, de stem, het stemproces, de stemgerechtigden, meerderheden, quora en tegenstrijdig belang – deze onderwerpen komen wel zijdelings langs. Zie hierover m.n. Dumoulin 1999.
Zie de eerste voetnoot van de hoofdstukken die het betreft en de achterin opgenomen ‘verantwoording’.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Al ongeveer honderd jaar wordt over het besluit geschreven. Alleen in Nederland zijn zes proefschriften verschenen,1 om te zwijgen van de talloze andere geschriften waarin het besluit aan de orde komt. Bovendien besteden de handboeken en commentaren ruime aandacht aan het besluit. Wat kan alweer een proefschrift nog toevoegen?
Een alomvattend handboek of commentaar zou zich weinig onderscheiden van de bestaande literatuur, terwijl een meer diepgaande deelstudie het zicht zou doen verliezen op het geheel. Vandaar dat dit proefschrift de vorm heeft van een bundel van stukken, waarin telkens een ander deelonderwerp centraal staat. Uitputtendheid is niet het doel, zodat lang niet alle vragen over het besluit aan bod komen. Daar staat tegenover dat tot dusver onderbelichte of anderszins interessante onderwerpen diepgaand worden besproken. Hieruit volgt dat deze studie een academische invalshoek kiest. Ze richt zich niet primair op de praktijk, al zijn veel stukken ongetwijfeld ook voor de praktijkjurist van nut.
De te behandelen onderwerpen zijn zo gekozen, dat daaruit een goed beeld oprijst van het besluit als rechtshandeling sui generis. De onderwerpen gaan het besluit in de kern aan. De keuze is met name ingegeven door de mate waarin aan de bestaande literatuur wat valt toe te voegen; beslissend is of een thema een originele denkrichting toelaat. Vernieuwing en diepgang staan voorop. De beschikbare tijd, de artikelvorm en de gekozen methode perken de keuze verder in. Om deze redenen is bijvoorbeeld geen hoofdstuk gewijd aan het besluitvormingsproces als zodanig,2 de bevoegdheidsverdeling tussen organen en het onderscheid tussen nietige en vernietigbare besluiten. Hoe belangwekkend ook, het voert te ver deze onderwerpen – die in de literatuur al omstandig zijn beschreven – te bespreken. Dit boek is dus onvolledig, in de zin dat niet álle relevante kwesties rondom het besluit aan de orde komen. Het moet worden gelezen met de meer omvattende handboeken in het achterhoofd. Een beknopte slotbeschouwing schetst de rode lijnen die uit de verschillende hoofdstukken naar voren komen.
De hoofdstukken zijn afzonderlijk leesbaar. Sterker, omwille van de leesbaarheid bouwen de stukken niet op elkaar voort. Zo wordt in hoofdstuk II een verruiming van het besluitbegrip bepleit, maar vertrekken de latere hoofdstukken vanuit het heersende, meer aanvaarde besluitbegrip. Wel worden de nodige verbanden gelegd in het notenapparaat. Het leeuwendeel van de hoofdstukken is al eerder gepubliceerd als tijdschriftartikel of bundelbijdrage.3 Niettemin is elk artikel geactualiseerd, zodat telkens het recht wordt weergegeven zoals ik dat op 1 juli 2019 kende.