Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/3.6:3.6 Samenvatting
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/3.6
3.6 Samenvatting
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685472:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vorm van de schending van vertrouwen waarover de civiele rechter zich buigt is minder gemakkelijk aan te wijzen dan die in het bestuursrecht, waar het altijd een publiekrechtelijk besluit is dat het vertrouwen beschaamt en waar een belanghebbende zich bij de bestuursrechter vervolgens beroept op een schending van het vertrouwensbeginsel. In het civiele recht vindt de beoordeling van de vertrouwensschending binnen verschillende juridische kaders plaats. Voor de overheidsuitlatingen van dit onderzoek geldt dat de civiele rechter moet toetsen aan hetzij de regelingen van nakoming en wanprestatie, hetzij de voorwaarden voor een onrechtmatige daad.
Voor een succesvolle nakomingsvordering moet een burger aantonen dat de overheid een rechtshandeling is aangegaan in de vorm van een bevoegdhedenovereenkomst of eenzijdige toezegging die de overheid moet honoreren.
Voor vertrouwen op feitelijk handelen in de vorm van informatieverstrekking geldt dat een burger moet aantonen dat hij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op de door de overheid gegeven informatie en hij als gevolg van het handelen op dat vertrouwen schade heeft geleden. Hij kan vergoeding van die schade vorderen in een civiele procedure op grond van een schending van de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm.
In dit hoofdstuk en het vorige zijn de eerste contouren geschetst van de aanpak door de bestuursrechter en de civiele rechter bij de beoordeling van een schending van gerechtvaardigd vertrouwen. Gewezen is op de ontwikkeling van onafhankelijke bestuursrechtspraak en de beperkingen van de bestuursrechter bij het beoordelen van de aan hem voorgelegde geschillen. Voor de overheid als contractspartij gelden in beginsel dezelfde regels als in het algemene civiele recht, maar de bijzondere plek van de overheid in het rechtsverkeer leidt soms tot een specifieke invulling met betrekking tot nakomingsgeschillen. Voor de onrechtmatige daad geldt dat de civiele rechter ‘gewoon’ toetst aan de voorwaarden van artikel 6:162 BW, maar daarbij rekening moet houden met de bijzondere positie van de overheid in het privaatrechtelijk rechtsverkeer.
Met bovenstaande constateringen in het achterhoofd, kan in het volgende hoofdstuk worden toegekomen aan een nadere duiding van de overheidsuitlatingen voor dit onderzoek en hun juridische binding.