Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.4.1.2
3.4.1.2 Beschikkingen en sancties van de Commissie
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581177:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie overweging 22 van de preambule van Verordening 1/2003.
Zie art. 24 Verordening 1/2003.
Op grond van art. 23 lid 2 Verordening 1/2003 is voor elke bij de inbreuk betrokken onderneming en ondernemersvereniging de geldboete niet groter dan 10 % van de totale omzet die in het voorafgaande boekjaar is behaald. Indien de inbreuk van een vereniging betrekking heeft op de activiteiten van haar leden is de geldboete niet groter dan 10 % van de som van de totale omzet van elk lid dat actief is op de markt die door de inbreuk van de vereniging wordt geraakt.
Art. 25 Verordening 1/2003. Handelingen die de verjaring stuiten, zijn volgens art. 25 van Verordening 1/2203 met name: a) een schriftelijk verzoek om inlichtingen van de Commissie of de mededingingsautoriteit van een lidstaat; b) een door de Commissie of de mededingingsautoriteit van een lidstaat aan haar functionarissen verstrekte schriftelijke opdracht tot inspectie; c) de inleiding van een procedure door de Commissie of de mededingingsautoriteit van een lidstaat; d) de mededeling van punten van bezwaar door de Commissie of door de mededingingsautoriteit van een lidstaat.
Art. 26 Verordening 1/2003.
Art. 27 lid 1 Verordening 1/2003.
Wanneer de Commissie naar aanleiding van een Macht of ambtshalve een inbreuk vaststelt op de bepalingen van de artikelen 81 of 82 EG, kan zij door middel van een beschikking de desbetreffende ondernemingen en ondernemersverenigingen verplichten om een einde te maken aan de vastgestelde inbreuk op grond van artikel 7 lid 1 Verordening 1/2003. Artikel 7 lid 1 Verordening 1/2003 bepaalt voorts dat de Commissie daartoe alle maatregelen ter correctie van gedragingen of structurele maatregelen kan opleggen die evenredig zijn aan de gepleegde inbreuk en noodzakelijk zijn om aan de inbreuk daadwerkelijk een einde te maken. Structurele maatregelen kunnen alleen worden opgelegd als er niet een even effectieve maatregel ter correctie van gedragingen bestaat of als een dergelijke even effectieve maatregel voor de betrokken onderneming belastender zou zijn dan de structurele maatregel. De Commissie kan ook een reeds beëindigde inbreuk vaststellen, indien zij hierbij een legitiem belang heeft.
Indien zich een gerechtvaardigde dringende noodzaak voordoet (wanneer de mededinging op ernstige en onherstelbare wijze dreigt te worden geschaad) kan de Commissie ambtshalve en na een eerste vaststelling van de mededingingsinbreuk voorlopige maatregelen bevelen op grond van artikel 8 Verordening 1/2003.
Ingeval de Commissie een beschikking wil geven om de inbreuk te doen ophouden en de ondernemingen in kwestie toezeggingen aanbieden die de bezwaren van de Commissie wegnemen, kan de Commissie op grond van artikel 9 Verordening 1/2003 voor een bepaalde periode de naleving van deze toezeggingen opleggen. Dergelijke toezeggingen van de Commissie laten de bevoegdheid van de nationale rechter en de mededingingsautoriteiten van de lidstaten onverlet om de artikelen 81 EG en 82 EG toe te passen.1
Indien de feitelijke situatie wijzigt, indien de ondernemingen in kwestie hun toezeggingen niet langer nakomen en ingeval de beschikking is gebaseerd op onvolledige, onjuiste of misleidende informatie kan de Commissie op grond van artikel 9 lid 2 Verordening 1/2003 de procedure opnieuw openen. De Commissie kan bij beschikking geldboetes opleggen aan ondernemingen en ondernemersverenigingen wanneer zij opzettelijk of uit onachtzaamheid een toezegging niet nakomen waaraan overeenkomstig artikel 9 bij beschikking een verbindend karakter is verleend (niet groter dan 10 % van de totale omzet die in het voorafgaande boekjaar is behaald of bij ondernemersverenigingen 10 % van de som van de totale omzet van elk lid dat actief is op de markt die door de inbreuk van de vereniging geraakt wordt).
Indien het algemeen belang van de Gemeenschap met betrekking tot de toepassing van de artikelen 81 EG en 82 EG dit vereist, kan de Commissie op grond van artikel 10 Verordening 1/2003 ambtshalve bij beschikking vaststellen (declaratoir) dat artikel 81 EG niet op een overeenkomst, een besluit van een ondernemersvereniging of een onderling afgestemde feitelijke gedraging van toepassing is, hetzij omdat niet aan de voorwaarden van artikel 81 lid 1 EG is voldaan, hetzij omdat aan de voorwaarden van artikel 81 lid 3 EG is voldaan. De Commissie kan ook ambtshalve bij beschikking vaststellen dat artikel 82 EG niet van toepassing is op een bepaalde gedraging.
De Commissie is bevoegd om inbreukmakers op de mededingingsregels te bevelen de schending van het kartelverbod of het misbruik maken van een machtspositie te doen stoppen. Indien dit nodig is kan een last onder dwangsom worden opgelegd op grond van de artikelen 7 en 24 Verordening 1/2003. De Commissie kan een dwangsom opleggen ten bedrage van 5% van het gemiddelde dagelijkse omzetcijfer in het vorige boekjaar per dag vertraging te rekenen vanaf de datum bepaald in de beschikking. Een last onder dwangsom strekt ertoe de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling van de overtreding te voorkomen. Zo kan de Commissie door middel van een dwangsom ondernemingen dwingen een eind te maken aan een inbreuk, een beschikking te respecteren waarbij voorlopige maatregelen worden gevraagd en een toezegging te respecteren waaraan een verbindend karakter is verleend. Daarnaast kunnen ondernemingen en ondernemersverenigingen door middel van een last onder dwangsom ook worden gedwongen een gevraagde inlichting volledig en juist te geven of zich te onderwerpen aan een inspectie die de Commissie heeft opgelegd.2 Slechts in uitzonderlijke situaties wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid om een last onder dwangsom op te leggen. Te denken valt aan bijzonder urgente zaken van grote omvang met een aanzienlijke maatschappelijke impact.
Naast een last onder dwangsom kan de Commissie ook boetes opleggen tot een bedrag van maximaal 10% van de jaaromzet op grond van artikel 23 lid 2 Verordening 1 /20033 Ingeval de ondernemingen niet voldoen aan de bestaande medewerkingsplicht kan op grond van artikel 23 lid 1 Verordening 1/2003 een sanctie worden opgelegd in de vorm van een geldboete van ten hoogste 1% van de in het voorafgaande boekjaar behaalde totale omzet.
De bevoegdheid van de Commissie om een geldboete of dwangsom op te leggen verjaart, afhankelijk van de gemaakte inbreuk, na drie jaar (inbreuken op de bepalingen betreffende het inwinnen van inlichtingen en het verrichten van inspecties) of vijf jaar (overige inbreuken). De verjaringstermijn neemt een aanvang vanaf de dag waarop de inbreuk gepleegd wordt en kan worden gestuit door iedere handeling van de Commissie of een mededingingsautoriteit van een lidstaat ter instructie of vervolging van de inbreuk.4 De verjaringstermijn voor de uitvoering van de sanctie bedraagt vijf jaar.5 Voordat de Commissie een verbodsbeschikking, boetebeschikking of voorlopige beschikking geeft, dient de betrokken onderneming op de hoogte te worden gebracht van de punten van bezwaar die de Commissie heeft. De betrokken onderneming moet de gelegenheid hebben gehad om daarop te kunnen reageren.6 De Commissie doet op grond van artikel 27 lid 1 Verordening 1/2003 haar beschikkingen slechts steunen op de punten van bezwaar waarover de partijen opmerkingen hebben kunnen maken.