Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/3.2.1
3.2.1 Achtergrond
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186630:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.m. Van der Geld 1999 en Wessels 2013, p. 17.
Zie Haak 2012, De Weijs 2014, p. 121 en Barneveld 2014, p. 524. Zie bijvoorbeeld Hof Arnhem-Leeuwarden 8 maart 2016, JOR 2016/173 (Thielen q.q./SKS & Buitentuin), Rb. Utrecht 29 oktober 2008, NJF 2008/530 (Hoogstraten/Telematch) en Rb. Amsterdam 17 december 2008, JOR 2009/171 (One.Tel/Bink q.q.).
Messelink & Van den Bosch 2017, p. 75.
Model ‘Achterstelling’, document 10-1902-44/versie F, zoals geldend op 7 november 2013 hierna ‘Model ABN AMRO’.
Model ‘Achterstellingsakte’, document AA10-1, zoals geldend op 26 november 2013, hierna ‘Model ING’.
Model ‘Akte Achterstelling en verpanding van vordering(en)’, d.d. 20 december 2011, zoals geldend op 3 december 2013, onderdeel van de ‘documentatie financieringsakten’, hierna ‘Model Rabobank’.
Er is gesproken met R.H.W.A. Verhoeven & J.T. Jol (beiden ABN AMRO), H.J. Damkot & M. van Wingerden (beiden Rabobank) en F.E.J. Beekhoven van den Boezem & R. van den Bosch (destijds beiden ING).
73. Ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf worden met regelmaat deels gefinancierd door hun aandeelhouders. Die financiering kan plaatsvinden door storting op de aandelen, maar het is voor de aandeelhouder fiscaal aantrekkelijker om een lening te verschaffen aan zijn eigen vennootschap.1 Naast de financiering door de aandeelhouder kan de onderneming ook financiering door een bank aantrekken. Die bank verlangt dan doorgaans dat de aandeelhouder zijn vordering uit hoofde van de verstrekte aandeelhouderslening achterstelt bij de vorderingen van de bank.2
74. De bank verlangt die achterstelling om twee redenen.3 Ten eerste beoogt de bank dat de middelen die de aandeelhouder verstrekt het vermogen van de schuldenaar niet kunnen verlaten zonder toestemming van de bank. Daardoor vormen die middelen een buffer die verliezen op kan vangen. Daarmee kan de onderneming meer tegenslagen overwinnen en verbeteren de overlevingskansen.
De tweede reden ligt in het verlengde hiervan. De achterstelling dient tevens om de bank meer zekerheid te bieden voor het geval de schuldenaar de tegenslagen niet kan overwinnen en het tot een faillissement komt. Door de achterstelling hoeft de bank dan niet te concurreren met de vordering van de aandeelhouder, zelfs niet wanneer de bank na uitwinning van haar zekerheidsrechten in het faillissement van de schuldenaar nog slechts een concurrente vordering kan verhalen.
Deze overwegingen zijn zo gebruikelijk bij bancaire financiering van een onderneming in het midden- en kleinbedrijf dat de achterstelling van de aandeelhouderslening is opgenomen in de standaarddocumentatie voor de verstrekking van dergelijke kredieten. De onderstaande beschrijving van de achterstelling van aandeelhoudersleningen in het midden- en kleinbedrijf is gebaseerd op de standaarddocumentatie van ABN AMRO,4 ING5 en de Rabobank,6 enkele concrete achterstellingsovereenkomsten die door die banken zijn aangegaan, de bespreking daarvan met bovengenoemde medewerkers van die banken, en de literatuur.7