Foutenleer
Einde inhoudsopgave
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/13.3.2:13.3.2 Het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang (Box II)
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/13.3.2
13.3.2 Het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang (Box II)
Documentgegevens:
dr. A.O. Lubbers, datum 01-07-2000
- Datum
01-07-2000
- Auteur
dr. A.O. Lubbers
- JCDI
JCDI:ADS418072:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het zag ernaar uit dat de foutenleer ook een rol zou kunnen gaan spelen in het kader van het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang. In het aanvankelijk voorgestelde artikel 4.4.1 Wet IB 2001 was opgenomen dat het inkomen uit aanmerkelijk belang het gezamenlijke bedrag is van:
de voordelen die worden getrokken uit tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen (reguliere voordelen), verminderd met de aftrekbare kosten;
de voordelen die, onder welke naam en in welke vorm ook, worden behaald met de tot een aanmerkelijk belang behorende vermogensbestanddelen1;
de voordelen die worden behaald bij de vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen, of bij de vervreemding van een gedeelte van de daarin besloten liggende rechten (vervreemdingsvoordelen).
De onder b genoemde categorie voordelen verdient in het kader van de foutenleer de aandacht. Het betreft hier voordelen die worden behaald – kort gezegd – met vermogensbestanddelen die rendabel worden gemaakt door deze direct of indirect aan de vennootschap (of aan een samenwerkingsverband waarvan de vennootschap deel uitmaakt) ter beschikking te stellen of door daarop direct of indirect ten behoeve van die vennootschap een genotsrecht te vestigen. De bepaling van de voordelen die worden behaald met de tot een aanmerkelijk belang behorende vermogensbestanddelen, zou volgens het winstregime geschieden. Artikel 4.6.1 verklaarde een aantal artikelen uit de winstsfeer van overeenkomstige toepassing als ware de terbeschikkingstelling van de vermogensbestanddelen respectievelijk het daarop gevestigde genotsrecht een onderneming. Eén van de bepalingen waarnaar in artikel 4.6.1 werd verwezen, is de jaarwinstbepaling van artikel 3.2.2.14. Aangenomen mag worden, dat de foutenleer had kunnen worden toegepast om fouten, gemaakt bij de bepaling van de hiervóór onder b genoemde voordelen, in het oudste nog openstaande jaar te herstellen.
Bij de Vierde Nota van Wijziging is besloten deze scherp bekritiseerde regeling te wijzigen2. Genoemde voordelen worden niet in Box II belast, maar zijn overgebracht naar Box I. In het door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel is deze categorie inkomsten opgenomen als resultaat uit andere werkzaamheden.