Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.2
6.8.2 De handhavingskathedraal in Nederland
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS394873:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 5.7.2.
Het Coördinatiepunt Structuurfondsen is een onderdeel van het ministerie van EL&I en coordineert de besteding van het geld uit de structuurfondsen.
Zie bijvoorbeeld het EU-trendrapport 2012.
Zie bijvoorbeeld het Rapport 'Beheer, controle en toezicht ESF 2000-2006' van 16 november 2000; het Rapport 'Euregio's: grensoverschrijdend financieel beheer', Kamerstukken II 2001/ 02, 28 280, nr. 1-2.
Zie bijvoorbeeld het Rapport bij de Nederlandse EU-lidstaatverklaring 2010, Kamerstukken II 2010/11, 32 754, nr. 1.
Deze lidstaatverklaring is niet door de EU voorgeschreven. Op dit moment leggen alleen Denemarken, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden jaarlijks verantwoording af over de wijze van besteding van Europese subsidies.
Zie wat betreft de programmaperiode 2000-2006 Adriaanse/Barkhuysen e.a. 2008, p. 247.
Dit blijkt bijvoorbeeld uit het werkprogramma dat de controleurs van het Agentschap SZW gebruiken bij het controleren van de einddeclaratie. Zie
Zie het Jaarverslag over de uitvoering van de begroting over het jaar 2010 van de Europese Rekenkamer, Pb. 2011, C 326/1, p. 224. Zie specifiek voor de situatie in Nederland ook paragraaf 1.3.3 van het EU-trendrapport 2012.
In hoofdstuk 5 is ingegaan op de zogenoemde 'gedeelde handhavingskathedraal' die is waar te nemen in het kader van de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving.1 Aangegeven is dat niet alleen controles plaatsvinden door nationale autoriteiten, namelijk de controleurs van het nationaal uitvoeringsorgaan dat de Europese subsidie verstrekt, de certificerings- en auditautoriteit, maar ook door de controleurs van de Europese Commissie, OLAF en de Europese Rekenkamer. In deze paragraaf wordt dieper ingegaan op het Nederlandse onderdeel van de handhavingskathedraal.
Zoals in hoofdstuk 5 besproken vinden op nationaal niveau controles plaats door controleurs die zijn aangewezen door het nationaal uitvoeringsorgaan dat de Europese subsidie verstrekt. Zij controleren of zich bij de verstrekte Europese subsidies en de nationale cofinanciering geen onregelmatigheden voordoen. Voor de landbouwsubsidies geldt dat het daarbij vaak gaat om ambtenaren van de AID. In het kader van het ESF heeft de minister van szw ook externe accountants aangewezen die controletaken uitvoeren. Comités van Toezicht houden toezicht op de uitvoering van de OP’s. De verstrekte Europese subsidies door het subsidieverstrekkende Nederlandse bestuursorgaan worden voorts gecontroleerd door de certificerings- en auditautoriteit. De auditautoriteit heeft een zelfstandige rapportageverplichting ten opzichte van de Europese Commissie en opereert derhalve onafhankelijk ten opzichte van het subsidieverstrekkend nationaal uitvoeringsorgaan.
Het kan voorkomen dat de auditautoriteit aan de Europese Commissie rapporteert dat een nationaal uitvoeringsorgaan zich niet aan de Europese subsidieregelgeving houdt. In de Europese verordeningen noch in de nationale wet- en regelgeving is echter voorzien in de mogelijkheid dat een nationaal uitvoeringsorgaan dat de Europese subsidie heeft verstrekt bezwaar maakt tegen een dergelijke melding van de auditautoriteit. Uit interviews is gebleken dat in de praktijk overleg plaatsvindt tussen de verschillende autoriteiten; als zij er niet uitkomen wordt het Coeirdinatiepunt Structuurfondsen ingeschakeld.2
Op deze plaats moet ook melding worden gemaakt van de controles die de nationale Algemene Rekenkamer verricht. Ieder jaar publiceert de rekenkamer een Eu-trendrapport waarin wordt aangegeven in hoeverre de Europese gelden rechtmatig en doelmatig worden besteed.3 Voorts zijn ook veel speciale verslagen tot stand gekomen die zien op specifieke Europese subsidieregelingen.4 Ten slotte brengt de Algemene Rekenkamer ook een rapport uit over de jaarlijkse lidstaatverklaring die door de minister van Financiën wordt afgegeven.5 In deze lidstaatverklaring legt Nederland verantwoording af over de besteding van Eu-gelden.6
Al deze controles op nationaal niveau kosten tijd en geld. Dit heeft tot gevolg dat het gevaar bestaat dat Nederlandse bestuursorganen projecten kiezen die gemakkelijk zijn te handhaven.7 Daarbij komt dat de controles doorgaans in handen zijn van accountants; voor het inhoudelijk slagen van het project bestaat minder aandacht.8 Dit laatste is door accountants ook lastiger te controleren. Ook van de zijde van de Europese en Nederlandse Rekenkamer klinkt het geluid dat weinig inzichtelijk is, in hoeverre met Europese subsidies gesubsidieerde projecten daadwerkelijk effect hebben.9 Om het inhoudelijk slagen van het project niet uit het oog te verliezen en dit ook te kunnen betrekken bij de beslissing over de uiteindelijk toe te kennen Europese subsidie, verdient het de voorkeur om in het kader van de subsidievaststelling twee onafhankelijke experts in te schakelen voor een inhoudelijke beoordeling van het project. Deze onafhankelijke experts zouden via een tenderprocedure kunnen worden geworven. Zij moeten op basis van hun inhoudelijke expertise beoordelen in hoeverre de afgesproken resultaten daadwerkelijk zijn bereikt. In het kader van Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie wordt reeds gebruik gemaakt van onafhankelijke experts bij de beoordeling van het resultaat van met Europese subsidies betaalde projecten. Hoewel dit extra werk betekent en kosten met zich brengt, wordt voorkomen dat een eenzijdige focus (ook van de eindontvanger) ontstaat op de cijfertjes en het achterliggende doel van de Europese subsidie uit het oog wordt verloren.