Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.3.1
II.5.3.1 Inleidend
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS623197:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Niet alleen goederen (waaronder begrepen een genotsrecht), maar ook diensten kunnen worden gelegateerd. F. Schols, Handboek Erfrecht 2011, p. 147.
HR 11 mei 1984, ECLI:NL:HR:1984:AG4808, NJ 1985/374 (Verhoeven-Peters).
Zie over het legaat Pitlo/Van der Burght & Ebben 2004, p. 322 e.v.; F. Schols, Handboek Erfrecht 2011, p. 147 e.v.; Asser/Perrick 2013 (4), nr. 154 e.v. en nr. 554 e.v. Zie over schulden uit legaten Kolkman 2006, p. 125 e.v.
F. Schols, Handboek Erfrecht 2011, p. 147; Asser/Perrick 2013 (4), nr. 554.
Zie hierover uitgebreid paragraaf 4.3.4 e.v.
De materiële aard van het legaat is te vinden in art. 4:117 BW, waarin het legaat wordt omschreven als:
‘een uiterste wilsbeschikking waarin de erflater aan een of meer personen een vorderingsrecht toekent (curs. NB).’
Anders dan bij de erfstelling ziet het legaat dus niet op de gehele nalatenschap of een aandeel daarin, maar op het toekennen van een vorderingsrecht aan een of meer personen.1 Van een opvolging onder algemene titel is dan ook geen sprake. Het legaat betreft slechts een verbintenis tot levering.2 De legataris verkrijgt onder bijzondere titel. Dit brengt met zich dat het legaat moet worden geleverd door degene op wie het legaat drukt (vgl. art. 3:84 BW e.v.). Het legaat vormt anders gezegd een schuld van de nalatenschap (art. 4:7 lid 1 aanhef en onder h BW) en de legataris is de schuldeiser.3
In hoofdstuk 4 heb ik al een en ander opgemerkt over het bepaaldheidsvereiste dat geldt ten aanzien van het legaat. Het legaat is, evenals bijvoorbeeld de koop- of schenkingsovereenkomst, namelijk een bron van verbintenissen.4 In beginsel zijn de regels van Boek 6 BW dan ook op het legaat van toepassing. Het bepaaldheidsvereiste dat voor het legaat geldt, is zodoende hetzelfde bepaaldheidsvereiste als bijvoorbeeld voor de schenkingsovereenkomst geldt. Te weten het bepaaldheidsvereiste als bedoeld in art. 6:227 BW: bepaalbaarheid voldoet en bij het nader vaststellen van de inhoud van de rechtshandeling is er zelfs ruimte voor een subjectief element, zoals het oordeel van een derde.5 Wilsdelegatie ten aanzien van het legaat is dan toegestaan. Voor de mate waarin er kan worden gedelegeerd, zou ik dan simpelweg kunnen terug verwijzen naar hetgeen ik reeds opmerkte in de paragrafen 4.3.4 t/m 4.3.8. Hierbij dient evenwel te worden aangestipt dat de bepalingen van Boek 6 BW hun toepassing niet genieten, daar waar Boek 4 BW uitdrukkelijk anders bepaalt. In hoeverre doet Boek 4 BW dit? Op deze vraag ga ik de onderstaande paragrafen nader in.
In paragraaf 5.3.2 komt de vraag aan bod in hoeverre het mogelijk is om te delegeren ten aanzien van het subject van het legaat, te weten de legataris. In paragraaf 5.3.3 ga ik vervolgens in op de vraag in hoeverre het mogelijk is om het object van het legaat, ofwel de omvang van het legaat, nader te laten bepalen door een ander, zoals een erfgenaam of een derde.