De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht
Einde inhoudsopgave
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/6.5.2:6.5.2 Zorgplicht
De quasi-bestuurder in het rechtspersonenrecht (VDHI nr. 174) 2022/6.5.2
6.5.2 Zorgplicht
Documentgegevens:
mr. K. Frielink, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. K. Frielink
- JCDI
JCDI:ADS631767:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Timmerman (2017), p. 32.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan de zorgplicht is de nodige aandacht besteed in par. 4.2.2, 4.6 en 4.7. Als juridisch verschijnsel gaat het terug tot (in ieder geval) het Romeinse recht, maar het is eerst in de twintigste eeuw tot volle wasdom gekomen. Het burgerlijk (proces)recht, inclusief het rechtspersonenrecht en het financieel recht zijn ermee doordrenkt. Dat de zorgplicht als een vage of open norm wordt omschreven betekent dat de invulling of inkleuring van die norm moet plaatsvinden in de context van een concreet geval. Daarbij gaat het om de partijen (maatschappelijke functie, expertise of het ontbreken daarvan, de al dan niet afhankelijke positie van een partij, de zwakke of sterke economische positie van een partij, de rol die een partij heeft bij het voorkomen van fraude en witwassen, e.d.) en om de bij dat geval betrokken belangen. De zorgplicht is ook een juridisch instrument om een absurde of onwenselijke uitkomst van een rechtszaak te voorkomen.
Het vermogen van een rechtspersoon kwalificeert als ‘eigen vermogen’ van die rechtspersoon, in die zin, dat er indirect – bijvoorbeeld via een aandeelhoudersrelatie – aanspraken (kunnen) bestaan in relatie tot het vermogen (de goederen) van de rechtspersoon, maar de juridische kwalificatie verandert daardoor niet. Dit volgt uit de zelfstandigheid van de rechtspersoon als rechtssubject in ons rechtssysteem: een instituut als zelfstandige drager van rechten en verplichtingen. Dit betekent dat aan het bestuur van een rechtspersoon de zorg voor goederen van een ander is toevertrouwd, ook in het geval dat alle bestuurders, bijvoorbeeld als aandeelhouder, aanspraken op dat vermogen hebben. In relatie tot de goederen van de rechtspersoon spelen echter in bijna alle gevallen belangen van derden een rol, waaronder die van bijvoorbeeld leden, aandeelhouders, werknemers, contractuele wederpartijen en schuldeisers van de rechtspersoon. Waar meerdere belangen spelen (belangenpluralisme) en in het kader van het besturen van de rechtspersoon beslissingen moeten worden genomen, dienen die belangen te worden afgewogen. Dat afwegen moet zorgvuldig gebeuren.
In het kader van dit onderzoek ziet de zorgplicht van het bestuur derhalve op een zorgvuldig beheer van de rechtspersoon in zijn totaliteit. De zorgplicht is niet beperkt tot bijvoorbeeld passend onderhoud aan de gebouwen en het afsluiten van een brandverzekering. Het gaat om een zorgvuldig ‘beheer’ van de rechtspersoon wat betreft zijn rechten, verplichtingen, schulden en bezittingen. Het belangenpluralisme brengt mee dat het bestuur de belangen van de rechtspersoon en van daarbij betrokken derden, moet behartigen als ware het eigen belangen. Dit uitgangspunt is in die zin geobjectiveerd, dat het niet gaat om de vraag of de aangesproken persoon heel zorgvuldig of juist heel onzorgvuldig omgaat met zijn eigen zaken en belangen, maar (minimaal) wat een maatman zou doen (zie par. 4.2.2 onder Ad (ii)).1 De zorgplicht maakt aldus onderdeel uit van de verplichting tot een behoorlijke uitoefening van de bestuurstaak.
Concluderend: op grond van hetgeen in deze en de vorige paragraaf is overwogen, rust de zorgplicht op de formele bestuurders, maar evenzeer op alle soorten quasi-bestuurders.