De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.7.5.5:3.7.5.5 Extra zorgdragen voor deugdelijke examinering
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.7.5.5
3.7.5.5 Extra zorgdragen voor deugdelijke examinering
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949370:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 november 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:7552.
LKC 16 mei 2017, nr. 107540.
LKC 20 februari 2020, nr. 108987.
LKC 17 november 2011, nr. 105014.
LKC 23 juni 2014, nr. 106184.
LKC 17 juli 2018, nr. 108297.
ABRvS 13 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI3675.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gezien het belang van examinering voor de leerling en de school, mag van de leraar verwacht worden dat hij extra zorg betracht voor de deugdelijke examinering van zijn leerlingen. Het belang van de examens mag als bekend worden verondersteld bij iedere leraar en brengt met zich dat van de leraar verwacht mag worden dat hij extra zorgvuldig examineert. In het algemeen dient een leraar daarnaast volkomen integer te zijn.1 Waar het gaat om toetsing en examinering, kunnen aan de integriteit van de leraar, gezien het grote belang van de examens, extra hoge eisen gesteld worden. Hieronder wordt ingegaan op een aantal zaken waaruit dit blijkt.
In een zaak waar de leraar het programma van toetsing en afsluiting (Pta) niet volgde bepaalde de LKC dat een docent op de hoogte moet zijn van het belang van een regelmatig verloop van het proces van examinering.2 Dit is een principe dat geldt in alle onderwijssectoren. Zelfs als de situatie op de school chaotisch is, dient de docent volgens de LKC zorg te dragen voor deugdelijke examinering. Daaraan voldeed de docent in casu niet doordat zij, zonder dit met haar leidinggevenden te bespreken, had afgeweken van het Pta. Ondanks dat de betreffende docent deels arbeidsongeschikt was, had van de docent “verwacht mogen worden dat zij als ervaren docent voor alles het belang van haar leerlingen voor ogen zou houden.” In een andere zaak waar de leraar eveneens afweek van het Pta kwam de LKC tot eenzelfde conclusie.3 Ook bij door de leraar ervaren hoge werkdruk, tijdnood en lastige leerlingen dient de leraar zorg te dragen voor een deugdelijke examinering van zijn leerlingen. In een derde zaak over het niet volgen van het Pta, waarbij de leraar daarnaast cijfers had aangeleverd zonder examens af te nemen, bevestigde de LKC de hiervoor beschreven lijn. De leraar mocht ontslagen worden omdat handelen in strijd met de regels over het afnemen van de schoolexamens leerlingen dupeert.4 De LKC stelt dat aan de integriteit van docenten hoge eisen gesteld mogen worden als het gaat om het afnemen van toetsen en examens alsmede om het aanleveren van de resultaten daarvan.
Ook in een zaak waarin een leraar een examen had samengesteld waarvan 18 van de 40 vragen gelijk waren aan die uit een proeftentamen handelde de leraar onzorgvuldig.5 In dit geval bepaalde de LKC dat gezien het belang van de examens de leraar, in het belang van de leerling, extra zorgvuldigheid dient te betrachten om deugdelijke examinering te borgen. Deze zorgvuldigheidsnorm strekt zich niet alleen uit tot de leraar. Ook de school kan verweten worden dat niet extra zorgvuldig gehandeld is bij het afnemen van een examen.6 Dit bleek bijvoorbeeld in een zaak waar een school alle schoolexamens op een dag had gepland, zonder rekening te houden met een leerling met dyslexie. Van de school had extra zorgvuldigheid verwacht mogen worden nu het hier ging om examens die voor de leerling van groot belang waren. Niet alleen de LKC toetst of door de examinator het examen zorgvuldig is afgenomen, ook de bestuursrechter hanteert een vergelijkbare norm.7