Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.7.5.3
3.7.5.3 Borgen van de veiligheid op school en het houden van professionele afstand
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949568:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer Rechtbank Breda 31 oktober 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BU2972.
Zie onder meer Huisman e.a. 2020, p. 197, Rechtbank Alkmaar 9 juni 1983, ECLI:NL:RBALK:1983:AC0910, Rechtbank Zutphen 12-08-2003, ECLI:NL:RBZUT:2003:AO9239 en Rechtbank Midden-Nederland 22 februari 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:774.
Rechtbank Zwolle-Lelystad 27 maart 2009, ECLI:NL:RBZLY:2009:BH8962.
Rechtbank Midden-Nederland 8 juli 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:3159.
Rechtbank Amsterdam 11 september 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:5713.
Rechtbank Rotterdam 18 november 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:12537.
LKC 11 december 2013, nr. 105978.
LKC 21 juni 2017, nr. 107628.
Commissie van beroep funderend onderwijs 11 april 2019, nr. 108633.
Zie onder meer Rechtbank Leeuwarden 16 december 2010, ECLI:NL:RBLEE:2010:BP0798, Rechtbank Breda 31 oktober 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BU2972 en CRvB 12 oktober 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:BJ7109, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 augustus 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:5998 en CRvB 8 april 1999, ECLI:NL:CRVB:1999:ZB8228.
Rechtbank Noord-Holland 31 maart 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:2334.
CRvB 4 maart 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AO5089.
Commissie van beroep funderend onderwijs 18 mei 2017, nr. 107545.
Het bevoegd gezag heeft tot taak om voor een veilige schoolomgeving te zorgen.1 Daarbij vervult de leraar een belangrijke taak. Hij heeft binnen en buiten de school een voorbeeldfunctie en dient van onbesproken gedrag te zijn. Daarnaast is de zorg voor de leerlingen aan hem toevertrouwd, op hem rust dan ook een bijzondere zorgplicht.2 Deze bijzondere zorgplicht ziet op de gezondheid en veiligheid van de leerlingen die aan hem zijn toevertrouwd en onder zijn toezicht staan. Van de leraar mag verwacht worden dat hij een pedagogisch klimaat creëert waarin leerlingen zich veilig en op hun gemak voelen.3 In een zaak waarbij de leraar zijn klas achterliet terwijl zij in de school moesten blijven, omdat er in de buurt mogelijk een terroristische aanslag was gepleegd, werd hem verweten de plicht om zorg te dragen voor de veiligheid en het welzijn van zijn leerlingen te hebben geschonden.4 Het op dat moment verlaten van de school was in strijd met de instructie om gezien de omstandigheden binnen te blijven. Door zijn vertrek werd geen toezicht meer gehouden op de leerlingen in zijn klas. De leraar had zijn collega’s niet geïnformeerd over zijn vertrek. Dit wordt hem gelet op de uitzonderlijke situatie ernstig aangerekend, mede omdat hij eerder was aangesproken op het niet naleven van instructies. De kantonrechter laat het ontslag op staande voet daarom in stand.
Ook mocht een leraar op staande voet ontslagen worden nadat zij haar leerlingen van een school voor speciaal onderwijs tegen de afspraken in niet had meegenomen naar de Space Expo, maar naar de Efteling.5 De leraar heefteen onaanvaardbaar risico genomen; er was onvoldoende begeleiding aanwezig, ouders niet wisten waar hun (kwetsbare) kinderen zich bevonden en zij heeft eigenmachtig gehandeld. Ook wordt de leraar aangerekend dat zij heeft gelogen over het uitje, een vervalst verslag heeft aangeleverd en dat zij de leerlingen, door hen in het complot te betrekken, in een lastig parket heeft gebracht. Het ontslag op staande voet mocht dan ook in stand blijven.
Onderdeel van de veilige schoolomgeving is dat de leraar een professionele afstand houdt tot de leerling. Het houden van afstand tot de leerling is van belang voor de leraar omdat de leerling een afhankelijkheidsrelatie met de leraar heeft. Het houden van deze afstand houdt onder meer in dat de leraar op school of daarbuiten geen vriendschappelijke of niet-professionele één-op-één-contacten mag onderhouden met leerlingen.6 Ook als de omgangsnormen door bijvoorbeeld een schoolkamp vrijer zijn dan gebruikelijk moet de leraar professionele afstand tot zijn leerling bewaren.7 Als buiten de school een vertrouwensrelatie ontstaat tussen de leraar en de leerling, dient de leraar dit te melden aan het bevoegd gezag.8 Uit de jurisprudentie blijkt dat de grens van het houden van professionele afstand soms ver wordt overschreden door de leraar. Grensoverschrijdend mailcontact tussen een leraar en een leerling waarin avances naar de leerling gemaakt werden was bijvoorbeeld aanleiding om de leraar te schorsen, zodat nader onderzoek gedaan kon worden.9
Het onzedelijk betasten van een leerling of het onderhouden van een seksuele relatie met een minderjarige leerling door de leraar is doorgaans aanleiding voor ontslag.10 Hiermee schaadt de leraar de zorg die juist hij heeft te betrachten voor de aan hem toevertrouwde leerling. Dit is niet anders in het geval de seksuele relatie bestond op basis van vrijwilligheid. Van vrijwilligheid aan de kant van de leerling kan immers geen sprake zijn gezien het feit dat de leerling minderjarig is, de afhankelijkheidsrelatie die bestaat tussen de leraar en de leerling en de machtsverhouding die de leraar heeft over de leerling.
Het onderhouden van een relatie met een oud-leerling kan ook aanleiding zijn voor ontslag.11 In casu betrof het een leraar en een minderjarig leerlinge. De leerling werd door de leraar verschillende malen bij hem thuis uitgenodigd, ook onderhield hij SMS-contact met haar. De rechtbank stelt vast dat sprake is van plichtsverzuim, daarvoor is niet van belang of het contact plaatsvond nadat de leerling de school had verlaten. In zijn hoedanigheid als leraar dient hij zich op professionele wijze te gedragen. De eis van professionele afstand geldt dan ook niet alleen ten opzichte van leerlingen, maar ook ten opzichte van oud-leerlingen. Het niet houden van voldoende afstand kan de leraar ook verweten worden ten opzichte van (minderjarige) collega’s.12
Op de leraar rust ook de plicht melding te maken van een situatie die bedreigend is voor een van de leerlingen.13 In casu werd een leraar berispt omdat hij geheim had gehouden dat een andere leraar mogelijk een intieme relatie onderhield met een leerling. Door hierover te zwijgen heeft hij een in potentie bedreigende situatie voor die leerling en mogelijk voor andere leerlingen in stand gehouden. Een berisping was daarom op zijn plaats.