Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.5.5.6:III.5.5.6 Drijver in de Omgevingswet
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.5.5.6
III.5.5.6 Drijver in de Omgevingswet
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460245:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Omgevingswet brengt dus nieuwe vragen over normadressaatschap met zich. Ook verandert het één en ander in terminologie, en is gekozen om het inrichtingenbegrip te verruilen voor een andere verantwoordelijkheidseenheid. Toch hoeven we in 2021 wat betreft normadressaatschap niet van voren af aan te beginnen. De wetgever lijkt immers de normadressaatregeling van de Wabo en Wm goeddeels te continueren.
Mijns inziens hoeft geen afscheid genomen te worden van het drijversbegrip. De drijver is sinds jaar en dag adressaat van algemene regels en synoniem voor vergunningshouder. De verschillende verschijningsvormen van drijverschap (verticaal-; horizontaal-; hoofd-; mede-; en deeldrijverschap) maken een geordende discussie over de adressering van milieunormen mogelijk, en zorgt ervoor dat er voor verschillende gevalstypen passende criteria ontwikkeld kunnen worden.
Wat betreft de zeggenschapstoets; de ondergrens zal ook een belangrijke rol blijven spelen voor de aanwijzing van de normadressaat binnen een milieubelastende activiteit. De ondergrens heeft weliswaar een casuïstisch en open karakter, maar voor concretere gevallen zijn er in de literatuur en jurisprudentie al de nodige aanknopingspunten geformuleerd. Er zijn bijvoorbeeld veel uitspraken verschenen over de verhouding tussen de exploitant van een inrichting en de verhuurder/eigenaar van onroerend goed. Het ligt niet in de rede om afscheid te nemen van al die inzichten zonder dat er een alternatief voor handen is; en daar is ook helemaal geen aanleiding voor.
De zijgrenzen van de zeggenschapstoets die hierboven zijn geïntroduceerd kunnen ook getransplanteerd worden naar het Omgevingswetregime, met dien verstande dat de relevante verantwoordelijkheidseenheden niet zijn gekoppeld aan het inrichtingenbegrip maar aan de milieubelastende activiteit. De zijgrenzen blijven nuttig, omdat die ervoor zorgen dat binnen complexere milieubelastende activiteiten voor verschillende onderdelen en op verschillende niveaus toch nog normadressaten aangewezen kunnen worden.