Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/17.2:17.2 De juridische grondslag van het vertrouwen: verdragen
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/17.2
17.2 De juridische grondslag van het vertrouwen: verdragen
Documentgegevens:
Thomas Kraniotis, datum 01-08-2016
- Datum
01-08-2016
- Auteur
Thomas Kraniotis
- JCDI
JCDI:ADS452180:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Waar het de juridische grondslag van het vertrouwen betreft, dus waarop het vertrouwen in juridisch opzicht is gebaseerd, is binnen de Europese Unie een zeer voor de hand liggend, maar daarom niet minder belangrijk verschil te constateren met de klassieke verdragsrechtelijke vormen van samenwerking: de samenwerking vindt per definitie plaats tussen de lidstaten van de Europese Unie. Anders dan een gezamenlijk verdragsregime, is bij de samenwerking binnen de EU sprake van een eigen rechtsorde waarin niet alleen de samenwerking is geregeld, maar bijvoorbeeld ook grondrechten worden gewaarborgd en procedurele waarborgen worden geboden, een en ander met rechterlijk toezicht op de naleving ervan. Dit verschil, dat hierna nader wordt belicht, leidt tot verschillende inzichten die besproken worden langs de lijnen van de eerder gekozen indeling: vertrouwen afgeleid uit het enkele bestaan van het verdrag, vertrouwen op grond van bepalingen in het rechtshulpverdrag, vertrouwen op grond van bepalingen van overige verdragen en vertrouwen zonder grondslag in een verdrag.
17.2.1 Vertrouwen afgeleid uit het enkele bestaan van het verdrag17.2.2 Vertrouwen op grond van bepalingen in het rechtshulpverdrag17.2.3 Overige verdragen17.2.4 Vertrouwen zonder grondslag in een verdrag