Einde inhoudsopgave
De exhibitieplicht (BPP nr. X) 2010/8.3.4.4
8.3.4.4 Voorstel voor een maatstaf voor afweging
mr. J. Ekelmans, datum 02-12-2010
- Datum
02-12-2010
- Auteur
mr. J. Ekelmans
- JCDI
JCDI:ADS373532:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie: § 8.2: subsidiariteit.
Zie: § 8.2.2.: Bescheiden bij derden pas op te vragen, als partijen daarover niet kunnen beschikken.
Zie: § 8.2.5.: Moeten bescheiden eerst anderszins opgevraagd worden?
Zie: § 8.2.4.: Deskundigenbericht is soms wel een alternatief.
HR 8 juli 1980, NJ 1981, 133(X/Y); HR 26 juni 1998, NJ 1998, 778, r.o. 3.8(Kramer/ABN AMRO); HR 13 november 1998, NJ 1999, 72, r.o.3.3 (Vletter/Perm X).
Akkermans & Wilken 2010, p. 3; Wilken, Akkermans & Legemaate 2010, p. 53-54.
Hof Amsterdam 24 november 2009, LJN BL905, r.o.3.6 (X/Pensioenfonds Metaal en Techniek) over de vraag, of beëindiging van huurovereenkomst in een pand van belang was voor de vraag, of de grootste huurder - Bijenkorf - haar huurovereenkomst zou voortzetten of beëindigen.
Vgl. HR 19 maart 2010, NJ 2010, 172, r.o. 3.6(Chipshol Holding/Staat) over het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor om vast te stellen of het gerechtsbestuur op oneigenlijke gronden en (derhalve) met schending van art. 6 EVRM de rechters die een bepaalde zaak behandelden heeft vervangen.
Het meer expliciteren van de economische afweging kan tot uitdrukking gebracht worden in de volgende tekst:
"De verplichting tot het verstrekken van bescheiden geldt niet, voor zover deze verstrekking niet als evenredig valt aan te merken, bijvoorbeeld omdat:
(i) de gevraagde informatie reeds op toereikende wijze is, kon of kan worden verkregen op een minder belastende wijze;
(ii) efficiënte geschilbeslechting er aannemelijk bij is gebaat, dat andere thema's aandacht krijgen alvorens wordt besloten of tot de gevraagde bewijslevering door bescheiden wordt overgegaan; of
(iii) de aannemelijke belasting van bewijslevering niet opweegt tegen het aannemelijke voordeel van deze bewijslevering gelet op het gewicht van de rechtsbetrekking in geding, het financiële belang van het geschil en de financiële mogelijkheden van partijen."
Ik denk dat een tekst zoals deze te verkiezen valt boven de aanzet voor wetgeving van de Adviescommissie, omdat deze duidelijker tot uitdrukking brengt waar het bij de afweging om moet draaien én daarbij ook uitdrukkelijker aangeeft dat efficiënte geschilbeslechting beperkingen oplegt aan de wenselijkheid van volledige waarheidsvinding. Als gevolg daarvan is duidelijker welke belangen afgewogen worden ook al blijft er natuurlijk ook bij deze tekst onvermijdelijk sprake van een grijs gebied waar in redelijkheid van mening verschild kan worden over de wenselijke uitkomst.
Het eerste punt (i) maakt duidelijk dat voor toepassing van de exhibitieplicht geen plaats is, als bewijslevering op minder belastende wijze kan plaatsvinden en verwoordt daarmee het subsidiariteitsbeginsel.1 Voorbeelden van de toepassing daarvan kunnen zijn dat bescheiden eerst van een procespartij gevraagd moeten worden, voordat een derde wordt benaderd,2 dat eenvoudig toegangkelijke openbare bronnen benut moeten worden, voordat een partij wordt benaderd3 én dat verstrekking van bescheiden achterwege kan blijven als hoe dan ook het houden van een deskundigenbericht moet worden verwacht.4
Het tweede punt (ii) sluit aan bij de bevoegdheid die de rechter heeft om het debat te structureren door bepaalde thema's (nog) niet of juist wel aan de orde te stellen, omdat hij meent dat efficiënte geschilbeslechting daarbij is gebaat. Daarbij heeft de rechter immers in het algemeen een grote vrijheid om te bepalen in welke volgorde hij geschilpunten behandelt.5 Die vrijheid biedt de mogelijkheid om te breed opgezette verzoeken tot bewijslevering af te houden, om bewijslevering (voorshands) tot een bepaald thema te beperken of om bewijslevering voorhands uit te stellen.
Het derde punt (iii) biedt de mogelijkheid om bewijslevering te beperken of daarvan af te zien, wanneer de belasting van bewijslevering niet meer in verhouding is tot de inzet van het geschil. Bij de toepassing van dit criterium valt te denken aan de discussie hoe ver de verstrekkingsplicht moet gaan in personenschadezaken. In het bijzonder bij de vraag, welke medische informatie moet worden verstrekt, wordt bepleit om bijvoorbeeld aandacht te besteden aan de looptijd en omvang van de schade, de aard van het letsel, de bekendheid met eerdere ongevallen of uitval uit activiteiten voor het ongeval, een atypisch verloop van de klachten, tekenen van aggravatie, simulatie of onjuiste mededelingen door de benadeelde.6 Bij dit criterium kan ook passen dat voor verdere bewijslevering geen plaats is, omdat over de in geschil zijnde feiten reeds bewijslevering door het horen van getuigen had plaatsgevonden.7 Bij dit criterium kan ook passen dat meer ruimte voor bewijslevering op zijn plaats is bij grotere financiële belangen of wanneer meer essentiële rechten, zoals bijvoorbeeld grondrechten of het recht op een eerlijk proces aan de orde zijn.8 Het kan ook aanleiding zijn om in het geheel geen bewijslevering toe te laten, omdat er gelet op stellingen en verweer onvoldoende aanwijzingen zijn dat met verantwoorde inspanningen feiten beschikbaar komen die een vordering of verweer deugdelijk kunnen onderbouwen.