Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/4.3.7.1
4.3.7.1 Het parlementaire verantwoordingsgat
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Chalmers 2012, p. 692.
Zie ook Chalmers 2012, p. 692 en Ioannidis 2014, p. 103.
Fabbrini 2012, p. 1025, Corkin 2013, p. 655 en 656 en Cuyvers 2013, p. 419.
Artikel 2-bis lid 4 gewijzigde Verordening (EG) 1466/97.
Bijvoorbeeld artikel 2a gewijzigde Verordening (EG) 1467/97.
Artikelen. 3 lid 1 en 14 lid 3 Verordening (EU) 472/2013.
Artikel 3 lid 9 Verordening (EU) 472/2013.
Artikelen. 3 lid onder b, 7 lid 11 en14 lid 5 Verordening (EU) 472/2013 en artikel 7 lid 3 en artikel 11 lid 2 Verordening (EU) 473/2013.
De politieke dialoog werd in 2006 geïntroduceerd met het oog om de inbreng van nationale parlementen bij beleidsbeslissingen op EU-niveau te verbeteren. In 2009 is de verplichting voor de Commissie om alle wetgevingsvoorstellen en andere discussiedocumenten direct aan de nationale parlementen te sturen neergelegd in Protocol nr. 1 betreffende de rol van nationale parlementen in de Europese Unie. Dit geeft de mogelijkheid aan nationale parlementen om commentaar te geven op wetgevings- of beleidsvoorstellen. De informele politieke dialoog is breed opgezet en ziet expliciet ook op niet-wetgevingsvoorstellen van de Commissie en omvat ook bilaterale bijeenkomsten en bezoeken van de Commissie aan de nationale parlementen. Elk jaar brengt de Commissie een rapport uit over de relatie tussen de Commissie en de nationale parlement in het kader van de politieke dialoog. De politieke dialoog is breder dan de bevoegdheid van de nationale parlementen om EU-wetgevingvoorstellen te toetsen op subsidiariteit zoals neergelegd in Protocol nr. 2 betreffende de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.
Deze politieke dialoog is uitgebreid waardoor ook het Europees economisch bestuur eronder valt. Zie: Jaarverslag 2012. Over de betrekkingen tussen de Europese Commissie en de nationale parlementen, COM(2013) 565 final, p. 3 en 4.
Zowel de nationale parlementen als het Europees Parlement zijn maar in beperkte mate betrokken bij de besluitvorming in het kader van het Europees Semester.1
De Commissie zal verantwoording moeten afleggen aan het Europees Parlement voor haar beslissingen, maar de rol van het Europees Parlement is maar beperkt in het Europees economisch bestuur. Het Europees Parlement is alleen betrokken in een dialoog met de Commissie, bovendien vaak achteraf (ex post) en het heeft geen mogelijkheden om beslissingen te nemen.2 Bovendien kan het Europees Parlement geen alternatief bieden voor de betrokkenheid van het nationale parlement zolang de middelen nog op nationaal niveau worden opgehaald: het Europees Parlement kan het nationale parlement niet vervangen als directe vertegenwoordiger van de nationale belastingbetaler en het Europees Parlement is bovendien niet in staat de nationale regering te controleren en sanctioneren.3
Het nationale parlement is echter ook maar in beperkte mate betrokken bij de besluitvorming op EU-niveau. Het nationale parlement is hierbij betrokken via de controle van de minister in de Raad in het kader van de directe verantwoordingsrelatie tussen de nationale regering en het nationale parlement. De invloed van het parlement op de Raadsbeslissingen is echter beperkt omdat de individuele minister in de Raad geen doorslaggevende stem heeft. De minister kan de schuld bovendien afschuiven op de gehele Raad en daarnaast legt de minister alleen verantwoording af aan het nationale parlement voor zijn eigen optreden in de Raad. De Raad is in zijn geheel geen verantwoording schuldig aan het nationale parlement.
Volgens het EU-recht kunnen belanghebbenden, waaronder het parlement, waar relevant, betrokken worden bij ‘belangrijke beleidskwesties’, in overeenstemming met hun nationale wettelijke en politieke regelingen.4 Daarnaast kan de lidstaat worden uitgenodigd deel te nemen aan de economische dialoog. Dit betekent echter alleen een rol achteraf, als er al een beslissing is genomen door de EU-instellingen en bovendien wordt hier geen expliciete rol toegekend aan het nationale parlement maar aan de lidstaat.5 In enkele gevallen, in het kader van het Two Pack, wordt de betrokkenheid van het nationale parlement wel expliciet genoemd, maar ook hier gaat het dan alleen om een rol achteraf als er al een besluit ligt of maatregelen zijn getroffen jegens de lidstaat. In bepaalde gevallen wordt het nationaal parlement alleen geïnformeerd6 of kan het parlement deelnemen aan een dialoog met de Europese instellingen.7 Het nationale parlement heeft echter niet de mogelijkheid deel te nemen aan de besluitvorming. Bovendien bestaat er tussen het nationale parlement en de Commissie geen verantwoordingsrelatie, terwijl de Commissie een grote rol speelt bij de totstandkoming van de besluiten op EU-niveau en de implementatie ervan op nationaal niveau. Het nationale parlement heeft enkel de specifieke bevoegdheid gekregen om de Commissie in het kader van het Europees economisch bestuur uit te nodigen in het parlement8 en kan in het algemeen, op basis van de (informele) politieke dialoog,9 direct in dialoog treden met de Commissie. In dit kader heeft de Commissie zich er in het bijzonder toe verplicht om tot een intensievere dialoog te komen met de nationale parlementen in het kader van het Europees economisch bestuur. In het bijzonder op twee specifieke tijdstippen, namelijk na de publicatie van de jaarlijkse groeianalyse en nadat de Europese Raad de landenspecifieke aanbevelingen heeft aangenomen. Dit moet volgens de Commissie ‘het bewustzijn in de nationale parlementen bevorderen en hun deelname aan de vroege voorbereiding van de nationale begrotingsplannen (stabiliteits- en convergentieprogramma’s) en de nationale hervormingsprogramma’s vergemakkelijken. Ook moet dit zorgen voor een beter begrip van de redenering die ten grondslag ligt aan de landenspecifieke aanbevelingen.’10
Hoewel een intensievere dialoog mogelijk kan bijdragen aan een beter begrip, het nationale parlement heeft maar beperkte mogelijkheden om de besluitvorming op EU-niveau te beïnvloeden. Het nationale parlement heeft in het uiterste geval natuurlijk wel de mogelijkheid om de nationale regering weg te sturen. Dit biedt in de meeste gevallen echter geen remedie: het EU-beleid wordt hiermee immers niet direct beïnvloed.