Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/3.5.5
3.5.5 Elektronische handtekening
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS383193:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De belangrijkste regelgeving met betrekking tot de elektronische handtekening wordt hier beknopt besproken. Voor een uitgebreide beschrijving waarin ook de technische werking van de elektronische handtekening wordt omschreven verwijs ik naar Van Esch 1999, p. 121166 en Van Esch 2003.
Zie Van Esch 1999, p. 125-130.
Zie Van Esch 2001, p. 378.
Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen, PbEG L 13 (Richtlijn elektronische handtekeningen).
Wet van 8 mei 2003, Stb. 2003, 199, welke op 21 mei 2003 in werking is getreden. Zie ook Aanpassing van Boek 3 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Telecommunicatiewet en de Wet op de economische delicten inzake elektronische handtekeningen ter uitvoering van de Richtlijn nr. 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen (PbEG L 13), MvT, Kamerstukken II 2000/01, 27 743, nr. 3.
Zie Van Esch 2003, p. 342.
Bij enkele informatieplichten is de elektronische handtekening al even genoemd.1 In de Nederlandse wetgeving komt geen definitie van het begrip 'handtekening' voor. In de juridische literatuur verstaat men onder ondertekening: lettertekens, gesteld in het handschrift van de ondertekenaar, die de persoon die de verklaring aflegt beogen te individualiseren.2 Een traditionele schriftelijke handtekening kan verschillende functies hebben. Twee belangrijke functies van de handtekening zijn de identificatie en de wilsuiting. Door het plaatsen van een handtekening onder een verklaring maakt degene die de verklaring aflegt zijn identiteit bekend, en verschaft hij degene tot wie de verklaring is gericht de mogelijkheid zijn identiteit te verifiëren. Daarnaast uit hij zijn wil gebonden te zijn aan de verklaring waarop de handtekening betrekking heeft.3 Een elektronische handtekening kan door deze functies voor elektronische documenten te vervullen de betrouwbaarheid van het elektronische berichtenverkeer versterken.
Waar offline een regelgevend kader voor de schriftelijke handtekening niet noodzakelijk werd geacht, wordt dit online voor de elektronische handtekening wel wenselijk geacht. In 1999 is de Richtlijn elektronische handtekeningen vastgesteld.4 Deze richtlijn beoogt het gebruik van elektronische handtekeningen te vergemakkelijken en tot de wettelijke erkenning ervan bij te dragen. Ter implementatie van deze richtlijn is de Wet elektronische handtekeningen ingevoerd.5Art. 3:15a BW regelt de rechtsgevolgen van het gebruik van elektronische handtekeningen. Op grond van het eerste lid van dit artikel geldt dat een elektronische handtekening dezelfde rechtsgevolgen heeft als een handgeschreven handtekening mits de methode die daarbij is gebruikt voor authentificatie voldoende betrouwbaar is. Een elektronische handtekening wordt op grond van art. 15a lid 2 BW vermoed voldoende betrouwbaar te zijn wanneer zij uniek is, het mogelijk maakt de ondertekenaar te identificeren, tot stand komt met middelen die de ondertekenaar onder zijn uitsluitende controle kan houden, op zodanige wijze aan het elektronisch bestand waar zij betrekking op heeft is verbonden dat elke wijziging achteraf van de gegevens kan worden opgespoord, zij is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat en is gegenereerd door een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen. De elektronische handtekening biedt de ontvanger van een elektronisch bericht echter niet de absolute zekerheid, dat het afkomstig is van de houder van de elektronische handtekening. Afhankelijk van de gebruikte techniek voor het genereren van een elektronische handtekening, biedt zij in meer of mindere mate de zekerheid dat het bericht afkomstig is van iemand die beschikt over de middelen waarmee de elektronische handtekening kan worden gegenereerd. Absolute zekerheid bestaat er nooit, omdat degene die de elektronische handtekening heeft geplaatst, net zo goed iemand anders kan zijn die op onrechtmatige wijze de beschikking heeft gekregen over deze middelen en daarmee onbevoegd de handtekening zet.6 In het maatschappelijk verkeer mag er van worden uitgegaan dat een elektronische handtekening een redelijke mate van zekerheid biedt.