Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/4.2
4.2 Combinatiebanen
Nuna Zekić, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Nuna Zekić
- JCDI
JCDI:ADS288426:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
SER 2018. De minister van SZW heeft de SER gevraagd hier onderzoek naar te doen.
De Wolff2014.
SER 2018, p. 11.
Kraan en Verbiest 2019, p. 18.
Zie bijvoorbeeld Conen 2020, p. 30-33.
Huiskamp, Sanders & Van den Bossche 2011, p. 156-174.
Zie bijvoorbeeld Conen 2020, p. 33.
Zie bijvoorbeeld Kraan en Verbiest 2019, p. 18.
Conen 2020, p. 30.
SER 2018, p. 82-83.
E. Verhulp, T&C Arbeidsrecht, commentaar op art. 2 Wfw.
Conen 2020, p. 5.
Ter Weel e.a. 2020, p. 11.
Ilsøe, Larsen & Bach 2021, p. 11.
Schor e.a. 2020.
Ilsøe, Larsen & Bach 2021, p. 13.
Er zijn werkenden die hun inkomen uit werk verdienen door meerdere ‘banen’ te combineren. Daaronder wordt verstaan het combineren van twee banen in loondienst, werken in loondienst en als zelfstandige, of het combineren van verschillende werkzaamheden als zelfstandige. Dit valt onder de brede verzamelterm combinatiebanen die in een recente verkenning door de Sociaal-Economische Raad (SER) wordt gebruikt.1 Ook voor zelfstandigen gebruikt de SER de term ‘banen’, waarschijnlijk naar het Engelse job dat verwijst naar betaalde werkzaamheden die men min of meer structureel doet om een inkomen te verdienen. Er hoeft dus geen sprake te zijn van een arbeidsovereenkomst. In de literatuur worden ook andere termen gebruikt, zoals multi-jobbing, hybride banen en stapelbanen. De Wolff spreekt van ‘hybride werknemerschap’ wanneer een werknemer in loondienst werkt en daarnaast zelfstandig ondernemer is.2 Die term wordt in deze bijdrage ook gebruikt, net als de meer algemene term ‘multi-jobbing’.
Het aantal mensen dat banen combineert groeit de laatste decennia langzaam maar gestaag. De cijfers uit 2014 laten zien dat in Nederland ongeveer 9% van alle werkenden banen combineren.3 Dat het ‘stapelen’ van banen toeneemt, komt niet alleen door de groei van zelfstandigen. Ook het aantal werknemers met combinatiebanen is in de afgelopen jaren toegenomen: in 2017 had 6,2% van de werknemers meerdere banen; in 2007 was dat 4,9%.4 Wanneer we ook werk als zelfstandige in aanmerking nemen, blijkt dat in 2015 10,2% van de werkenden meerdere betaalde ‘banen’ had in Nederland. Onder werknemers met een flexibel contract komt het combineren van banen vaker voor dan onder werknemers met een vast contract. Bovendien geldt: hoe kleiner de (eerste) baan, hoe groter de kans is dat men meerdere banen heeft. Ook vrouwen en jongeren hebben relatief vaak combinatiebanen.5
In de literatuur worden twee hoofdredenen onderscheiden voor het hebben van meerdere banen.6 De eerste is dat mensen meer geld nodig hebben en dus meer uren moeten maken om financieel rond te kunnen komen. In dat geval is het hebben van meerdere banen eerder een noodzaak dan een keuze. Onderzoek laat zien dat financiële overwegingen de belangrijkste reden zijn voor het hebben van meerdere banen.7 De tweede reden is dat werknemers naast hun (hoofd)baan andere interessante werkzaamheden verrichten om meer afwisseling en ontwikkeling in het werk te vinden.8
Uit recent onderzoek blijkt dat multi-jobbers in Nederland een aanzienlijk lager (uur- of maand)loon verdienen dan degenen die één baan hebben; daarnaast hebben multi-jobbers gemiddeld een lager netto huishoudinkomen.9 De SER ziet dan ook met name knelpunten bij mensen die zijn aangewezen op lager betaald werk en werk dat beschikbaar is in kleine deeltijdbanen. Deze mensen moeten vaak verschillende banen combineren om rond te komen. Daarbij gaat het hier vaak om banen met onregelmatige uren, waardoor ze vaak en lang beschikbaar moeten zijn voor werk. De SER adviseert om voor deze mensen ‘de combinatie van werk tot één (fulltime) baan gemakkelijker mogelijk te maken’.10
Ook de mogelijkheden om de arbeidsomvang uit te breiden kunnen echter belangrijk zijn voor werknemers met kleine deeltijdbanen. De Wet flexibel werken (Wfw) geeft de werknemer de mogelijkheid om de werkgever te vragen om aanpassing van de arbeidsduur, arbeidsplaats of werktijd, indien de werknemer ten minste 26 weken voorafgaand aan het beoogde tijdstip van ingang van die aanpassing in dienst is bij die werkgever, behoudens onvoorziene omstandigheden.11 De werkgever dient het verzoek in te willigen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.12 Vermeerdering van de arbeidsduur is alleen mogelijk binnen de eigen functie van de werknemer.13 Indien de werkgever het verzoek niet inwilligt, moet hij schriftelijk opgave van de redenen geven.
Het bovenstaande gaat over het combineren van werk in het algemeen. Onderzoekers leggen echter een expliciete link tussen de opkomst van de gig-economie en multi-jobben. De opkomst van de ‘gig economy’, werk als zelfstandige en het brede scala aan atypische werkvormen zouden samengaan met een toename van multi-jobbing.14 Er zijn dan ook indicaties dat onder platformwerkers multi-jobben vaak voorkomt. Een meerderheid (66%) van de platformwerkers in Nederland geeft aan het werk via het platform te combineren met ander betaald werk; daarvan heeft 76% van de gevallen een arbeidsovereenkomst en 20% van de gevallen werkt als zzp’er of freelancer.15 Een recent Deens onderzoek naar platformwerk laat een vergelijkbaar beeld zien: in 2019 combineerde 64% van degenen die actief waren op een arbeidsplatform hun online activiteiten met een conventionele baan, terwijl is 2017 dit 49% was.16 Volgens de onderzoekers is dit ook logisch, aangezien het inkomen dat gemiddeld via platformwerk verdiend wordt nog steeds erg laag is. Er is, met andere woorden, een noodzaak voor een andere inkomstenbron. Degenen die platformwerk gebruiken als een aanvulling op een andere inkomstenbron rapporteren ook (veel) tevredener te zijn met platformwerk dan degenen die afhankelijk zijn van platformwerk als belangrijkste inkomstenbron.17 Uit het Deense onderzoek blijkt voorts dat multi-jobbing voorkomt op platforms, zoals Uber en Deliveroo, waar het gaat om arbeidsintensieve diensten. De onderzoekers noemen dit labour platforms (arbeidsplatforms). Het zijn met name jongeren en laagopgeleiden die via dit soort platforms werk vinden. Wanneer men echter kijkt naar wat de onderzoekers noemen ‘capital platforms’ – platforms waar privébezit wordt uitgeleend of verhuurd, zoals Airbnb –, dan is het percentage multi-jobbers zelfs hoger: 76% van degenen die actief zijn op kapitaalplatforms had in 2019 daarnaast een traditionele baan. Op deze kapitaalplatforms is juist een andere groep actief; het gaat met name om ouderen en hoger opgeleiden.18 Het feit dat verschillende platforms verschillende groepen aantrekken, leidt er volgens de onderzoekers toe dat online inkomen in combinatie met traditionele banen de segmentatietendensen op de conventionele arbeidsmarkt versterkt.