Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/7.3:7.3 De financiële uitvoerbaarheid
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/7.3
7.3 De financiële uitvoerbaarheid
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS418611:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de beoordeling of een overgangsregime uitvoerbaar zal zijn, is naast de technische uitvoerbaarheid ook de financiële uitvoerbaarheid voor de overheid van belang.1 Ik noem in dit kader de uitvoerings- en handhavingskosten van de overheid.2 De uitvoeringskosten van de Belastingdienst vormden bijvoorbeeld een punt van overweging bij de overgangsmaatregelen die zijn getroffen bij de invoering van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling.3 Teneinde te bereiken dat pensioenregelingen tijdig aan de nieuwe wetgeving zouden worden aangepast, is bepaald dat bij niet-tijdige aanpassing de werkgever met een eindheffing wordt belast voor het bovenmatige deel van het pensioen dat in 2006 wordt opgebouwd. De extra werkzaamheden in de sfeer van toezicht op een juiste toepassing van de beoogde eindheffing leidden tot extra uitvoeringskosten.4
De Langen wijst op de kosten die wetswijzigingen in het algemeen met zich brengen:5
‘Hieruit vloeit o.m. voort dat wetswijzigingen de tendentie hebben de kosten van beide organen (MSB: belastingadministratie en rechterlijke macht) te vergroten en dus meermalen slechts geoorloofd zijn, indien de voordelen van wijziging duidelijk en aanmerkelijk zijn. Men vergeet te vaak, welk een kostbaar kapitaal bestaande rechtspraak over bepaalde voorschriften, voornamelijk de arresten van de H.R., vormt, èn uit een oogpunt van materiële kosten èn uit een oogpunt van directe kenbaarheid los van deze kosten.’
De kosten van wetswijzigingen in het algemeen blijven buiten beschouwing. Wat in dit kader evenwel wel van belang is, is dat een ingewikkeld overgangsregime niet alleen leidt tot hogere kosten voor de uitvoerder van de wet, doch ook voor de rechterlijke macht, indien het aantal procedures toeneemt. Indien een overgangsregime hoge uitvoeringskosten met zich lijkt te brengen, dient een gunstiger overgangsregime te worden overwogen.