Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/7.2.1.2
7.2.1.2 Inschrijving (telecom)netten zonder afzonderlijke kadastrale aanduiding
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS617274:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wanneer de ligging van het net niet 'nauwkeurig' zou kunnen worden aangegeven, dan kan de ligging ook bij benadering worden weergegeven. In de akte zou deze onzekerheidsmarge kunnen worden genoemd, met bijvoorbeeld als tekst dat het net zich op die plaats binnen X-meter aan weerszijde van de lijn op de tekening bevindt.
De verwijzingspercelen hadden een andere functie dan de door Van Velten — in zijn preadvies genoemde — moedererven of kempercelen. Volgens Van Velten kon bij overdracht van genoemde kempercelen (en vermelding van die percelen in de notariële akte) de eigendom van een net op basis van horizontale natrekking worden geconstrueerd (zie verder: par. 2.3.2.2).
Meestal werden dan percelen van gemeenten gekozen (openbare weg) zodat de kans op verwarrende informatieverstrekking minimaal was omdat dit soort percelen doorgaans niet snel bij transacties berokken waren.
Louwman 2003b, p. 720 e.v.
Net nadat de kabelarresten waren gewezen, werden er veel vragen gesteld over de wijze waarop telecomnetten moesten worden ingeschreven in de openbare registers. In de kabelarresten was immers aangevoerd dat telecomnetten geen zelfstandige kadastrale aanduiding kenden en dus dat inschrijving in de openbare registers niet mogelijk zou zijn. De Hoge Raad voorzag dit probleem niet en oordeelde dat door het noemen in de akte van alle kadastrale aanduidingen van de percelen waarin het net gelegen is, het net voldoende kon worden geïndividualiseerd. Het noemen van al die percelen in de akte bracht echter twee aanzienlijke problemen met zich mee. Het eerste probleem was dat in de akte een lijst van soms wel honderden, zo niet duizenden percelen moest worden opgenomen (met alle schrijf- en tikfouten van dien). Bij na- of herrecherches moesten al deze percelen ook worden geraadpleegd, wat een hoop werk met zich meebracht. Het tweede probleem was dat alle in de akte genoemde percelen in de kadastrale registratie werden bezwaard met het recht van de eigenaar op het telecomnet. Dit betekende in feite een soort van vervuiling van de kadastrale registratie omdat de percelen belast leken te worden met een beperking die in de praktijk voor de perceeleigenaar vaak niet kenbaar of merkbaar was. Tevens bestond hierbij het risico dat verdere vervuiling van de kadastrale registratie zou optreden indien een dergelijk bezwaard perceel met het recht van telecomnet zou worden gesplitst en het afgesplitste gedeelte van het perceel ten onrechte met het recht van telecomnet zou worden belast.
Een andere wijze om een (telecom)net in te schrijven werd bedacht en gevonden in de vorm van het inschrijven van een netwerktekening als bijlage bij de akte. Het grote voordeel van een netwerktekening is dat een dergelijke tekening in beginsel alle percelen toont waarin het net gelegen is, zonder dat al die percelen apart genoemd hoeven worden in de akte. Daarnaast is door visualisatie van het net op een tekening de kans op vervuiling van de kadastrale registratie bij splitsing van percelen kleiner, omdat beter inzicht is te krijgen van de plek waar het net het perceel doorkruist.1 Als uit de tekening blijkt dat het net in de rechter bovenpunt het perceel doorkruist, is hieruit met enige mate van zekerheid (eenvoudig) te concluderen dat afsplitsing van een gedeelte van de onderkant van het perceel niet belast is met het recht van telecomnet. In het begin werden op de netwerktekening zogenaamde verwijzingspercelen (of: ankerpercelen)2 weergegeven waarvan de kadastrale aanduiding werd opgenomen in de akte. Deze verwijzingspercelen konden percelen zijn waarop bovengrondse infrastructuur van het telecomnet zich bevonden. De percelen hoefden geen hoofdzaak bij natrekking te zijn. Hoewel deze percelen meestal in eigendom toebehoorden aan de eigenaar van het telecomnet (of hij was rechthebbende op grond van een opstal-recht), was dit niet strikt noodzakelijk omdat deze verwijzingspercelen enkel een administratief doel dienden.3 Volgens artikel 48 Kw dient de kadastrale registratie op een zodanige wijze te worden bijgehouden dat door middel van een daarin genoemde kadastrale aanduiding de openbare registers kunnen worden geraadpleegd. Door genoemde verwijzingspercelen op te nemen in de kadastrale registratie met daarbij deel en nummer, kon op eenvoudige wijze het net — en alle door dat net doorsneden percelen — worden teruggevonden in de openbare registers.4 Het gebruik van verwijzingspercelen op de tekening is inmiddels komen te vervallen omdat in het huidige proces een aparte kadastrale aanduiding aan het net kan worden toegekend.