Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.4.4.3:5.4.4.3 Conclusie
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.4.4.3
5.4.4.3 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186711:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarover hoofdstuk 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
217. Een vordering waaraan een eigenlijke achterstelling is verbonden is geen vordering onder opschortende voorwaarde. De voorwaarde en de achterstelling verhouden zich anders tot de verbintenis dan een eigenlijke achterstelling en leiden tot andere rechtsgevolgen.
Dit betekent niet dat alle vormen van achterstelling door middel van een opschortende voorwaarde moeten worden afgewezen. De voldoening van een vordering kan immers op een effectieve manier ondergeschikt worden gemaakt aan de voldoening van een andere vordering door aan de eerste vordering een opschortende voorwaarde te verbinden. Daarom wordt de opschortende voorwaarde wel ingezet als middel om een oneigenlijke achterstelling te bereiken.1