Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.5.3
2.5.3 Gebruikmaking van een plan van aanpak
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652522:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Leidraad, bepaling 4.1.
OK 15 februari 2013 (r.o. 3.4.3), JOR 2013/102, m.nt. D.A.M.H.W. Strik (Van der Moolen).
Hermans 2017, p. 437.
OK 18 juli 2018 (r.o. 3.54), JOR 2018/303, m.nt. D.J.F.F.M. Duynstee (Eneco); OK 26 juli 2018 (r.o. 3.132), JOR 2018/275, m.nt. S.M. Bartman (SNS).
AAS, bepalingen 3.4 en 5.1.
Leidraad, bepaling 4.1.
Broere 2019b, p. 692; Hanegraaf 2021, p. 229. Vgl. ook par. 2.5.2.3.3.
Zie ook Leidraad, bepalingen 5.8 en 7.3.
Zie ook Leidraad, bepaling 5.9 e.v.
Verordening (EU) 2016/679, PbEU 2016, L 119/1. Zie ook Leidraad, bepaling 5.7.
Hermans 2003, p. 167. Zie ook Leidraad, bepaling 7.3.
Leidraad, bepaling 4.1. Zie ook Hermans 2017, p. 166-167 en p. 438, die ter vergelijking wijst op EHRM 21 september 1994 (par. 79), NJ 1995/463 (Fayed t. Verenigd Koninkrijk). Vgl. verder art. 198 lid 2 Rv.
Leidraad, bepaling 4.2.
Hermans 2003, p. 167-168.
Hermans 2017, p. 436.
OK 1 juni 2018 (r.o. 2.6), JOR 2018/244, m.nt. R.M. Hermans (Rabat).
Zo ook Hermans (onder 4) in zijn annotatie bij OK 1 juni 2018, JOR 2018/244 (Rabat).
De onderzoeker dient bij aanvang van de enquêteprocedure, gelijktijdig met de begroting (par. 2.5.2), een plan van aanpak te maken en aan partijen over te leggen. De begroting vormt onderdeel van het plan van aanpak.1 Tot voorheen maakte de Ondernemingskamer geen gebruik van de mogelijkheid van een plan van aanpak bij het gelasten van een enquête. In Van der Moolen gingen onderzoekers daar kennelijk onverplicht wel toe over.2 Volgens Hermans is het in de praktijk gebruikelijk dat onderzoekers in grotere onderzoeken dit doen.3 In de enquêtes naar Eneco en SNS vroeg de Ondernemingskamer de later te benoemen onderzoekers voor het eerst een plan van aanpak op te stellen.4
De tot 9 juli 2019 geldende AAS voorzagen sinds hun wijziging per 1 januari 2013 in de mogelijkheid van de gebruikmaking van een plan van aanpak.5 De Leidraad neemt dit nu tot uitgangspunt.6 Ook wanneer de Ondernemingskamer in een beschikking tot toewijzing van het enquêteverzoek en/of bij de benoeming van de onderzoeker een plan van aanpak niet uitdrukkelijk voorschrijft, zal de onderzoeker hierom nu in beginsel een plan van aanpak moeten opstellen. Dat geldt mijns inziens ook in kleine enquêtes.7
In de Leidraad is in bepaling 4.1 opgenomen dat de onderzoeker in het plan van aanpak onderzoeksvragen kan formuleren ter uitwerking van de onderzoeksopdracht in de beschikking.8 In het plan van aanpak vermeldt de onderzoeker in ieder geval de voorgenomen werkwijze, een lijst van door de onderzoeker te horen personen en de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan hoor en wederhoor.9 De beschrijving van de werkwijze kan betrekking hebben op de wijze waarop gegevens worden verzameld en beheerd en de toepassing van de Algemene verordening gegevensbescherming.10
Met de gebruikmaking van een plan van aanpak wordt de onderzoeker gedwongen zich rekenschap te geven van de te hanteren onderzoeksmethoden en selectie van bewijsmiddelen. Daarmee zal het onderzoek langs zorgvuldiger overwogen en uitgezette lijnen kunnen plaatsvinden. Hermans stelt bij wijze van best practice een onderzoeksplan voor waarin onder meer een globale lijst wordt opgenomen van de documenten die de onderzoeker reeds heeft bestudeerd en nog wil bestuderen, alsmede een overzicht van de getuigen die de onderzoeker wil horen.11 Ik zou daar een korte verantwoording aan willen toevoegen, waarin de onderzoeker zich rekenschap geeft van zijn overwegingen bij de selectie van al dan niet te hanteren onderzoeksmethoden en bewijsmiddelen.
Partijen bij de enquêteprocedure hebben ten minste tweemaal de gelegenheid zich uit te laten over het door de onderzoeker opgestelde plan van aanpak. Allereerst dient de onderzoeker partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het concept plan van aanpak.12 De onderzoeker zendt het al dan niet naar aanleiding daarvan aangepaste plan van aanpak aan de Ondernemingskamer. Vervolgens stelt de Ondernemingskamer partijen opnieuw in de gelegenheid zich uit te laten over het plan van aanpak, waarna zij het onderzoeksbudget vaststelt.13 Op deze manier kunnen partijen reeds vroegtijdig invloed uitoefenen op het verloop van het onderzoek.14 Mijns inziens moet de Ondernemingskamer allen die (vermoedelijk) belang hebben bij de vaststelling van het onderzoeksbudget hiertoe horen. Dat zijn zij die ook bij een verhogingsverzoek moeten worden gehoord, waarover par. 2.6.3.2.
Met de gebruikmaking van een plan van aanpak wordt ook voorkomen dat partijen in een later stadium van de enquêteprocedure hun beklag doen over de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd.15 De onderzoeker moet het concept plan van aanpak ter becommentariëring voorleggen aan procespartijen. Dit is ook het moment waarop partijen moeten klagen, zo volgt uit de Rabat-beschikking. De onderzoeker stelde in Rabat de inzet van een secretaris voor in zijn concept plan van aanpak. Partijen reageerden hier niet op. Bij een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget deden partijen vervolgens hun beklag over de inzet van een secretaris. De Ondernemingskamer betrok deze omstandigheid bij de beoordeling van de bezwaren van partijen, en kwam mede hierom tot het oordeel dat de inzet van een secretaris niet onredelijk was.16 Het plan van aanpak biedt de onderzoeker dus ook enige bescherming, voor zover partijen hem later in de enquêteprocedure verwijten maken over de uitvoering van het onderzoek en de onderzoeker de uitvoering van het onderzoek reeds heeft voorzien in zijn plan van aanpak.17