Einde inhoudsopgave
Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht (O&R nr. 107) 2019/6.3.2
6.3.2 Absolute priority rule
mr. drs. S.W. van den Berg, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
mr. drs. S.W. van den Berg
- JCDI
JCDI:ADS621706:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Chapter 11 U.S. Bankruptcy Code § 1129(b)(2)(A)-(C).
Chapter 11 U.S. Bankruptcy Code § 1129(b)(2)(B).
C.J. Tabb, The Law of Bankruptcy, Foundation Press 2009, 2nd edition, p. 1168.
124 Cong. Rec. S17,420 (daily ed. Oct. 6, 1978) (remarks of Sen. DeConcini); 124 Cong. Reec. H11,104 (daily ed. Sept. 28, 1978) (remarks of Rep. Edwards).
Chemtura, 439 B.R. 561, 592 (Bankr. S.D.N.Y. 2010) (citing In re Exide Techs., 303 B.R. 48, 61, 66 (Bankr. D. Del. 2003); In re MCorp Fin., Inc., 137 B.R. 219,
(Bankr. S.D. Tex. 1992); In re Future Energy Corp., 83 B.R. 470, 495 n. 39 (Bankr. S.D.N.Y. 1988); In re Walat Farms, Inc., 70 B.R. 330, 335 (Bankr. E.D. Mich. 1987)); see also In re Granite Broad. Corp., 369 B.R. 120, 140 (Bankr. S. D.N.Y. 2007); In re Oneida Ltd., 351 B.R. 79, 87 (Bankr. S.D.N.Y. 2006).
In re Exide Technologies, 303 B.R. at 61, 66 (“finding that plan undervalued debtors and denying confirmation”); In re MCorp Fin., Inc., 137 B.R. 219, 235 (Bankr. S.D. Tex. 1992) (Clark, J.) (“denying confirmation under section 1129(b) where plan failed to establish upper limit to creditor distributions at the expense of rejecting stockholders”); Future Energy, 83 B.R. at 495 n.39 (“Clearly, overpayment of senior creditors is violative of the fair and equitable standard.'); In re Walat Farms, Inc., 70 B.R. 330, 335 (Bankr.E.D. Mich. 1987) (“it would do violence to the fair and equitable standard by paying the creditor more than its claim”).
Vgl. D.G. Baird en D.S. Bernstein, ‘Absolute Priority, Valuation Uncertainty, and the Reorganization Bargain’, The Yale Law Journal, p. 1937.
T.H. Jackson, The Logic and Limits of Bankruptcy Law, Harvard University Press 1986, p. 211-212. (“When the consideration consists of claims against the firm, valuing the consideration necessarily involves valuing the firm.”). Vgl. W.J. Blum, ‘Corporate Reorganization Doctrine as Recently Applied by the Securities and Exchange Commission’, The University of Chicago Law Review, Vol. 40, No. 1 (Autumn, 1972), p. 96-110.
Chemtura, 439 B.R. 561, 592 (Bankr. S.D.N.Y. 2010), p. 21, 41-44.
Genco Shipping & Trading Ltd., Case No. 14-11108, p. 10-11; Exide Techs., 303B.R., § 60-61. Vgl. C.J. Tabb, The Law of Bankruptcy, Foundation Press 2009, 2nd edition, p. 1168.
In re AMR Corp., 477 B.R. 384, 436–37 (S.D.N.Y. 2012).
In re SGPA, Inc., 2001 Bankr. LEXIS 2291, at *35 (Bankr. M.D. Pa. Sept. 28, 2001).
In re Crowthers McCall Pattern, Inc., 120 B.R. 279, 297 (S.D.N.Y. 1990).
In re Spansion, Inc., 426 B.R. 114, 130 (Bankr. D. Del. 2010).
In re Mirant Corp. 9 december 2005, Case No. 03-46590.
Iridium IP LLC v. Motorola, Inc. (In re Iridium Operating LLC), 373 B.R. 283, 344 (S.D.N.Y. 2007) (citing In re PWS Holding Corp., 228 F.3d 223, 233 (3d Cir. 2000)).
Voor de wijze van het voorspellen van toekomstige verwachte kasstromen wordt verwezen naar T. Copeland e.a., Waardering, hoofdstuk 11 (Resultaten voorspellen), 2003, p. 241 e.v.
Voor het berekenen van de continuïteitswaarde bestaan allerlei formules waarvan de bespreking het bestek van dit hoofdstuk te buiten gaat. Hiervoor wordt verwezen naar: Copeland e.a., Valuation: measuring and managing the value of companies, 2015, Ch. 12 (estimating continuing value).
Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortisation.
Naast deze drie methoden is in een zeer specifieke casus waarbij het ging om een kapitaalintensieve onderneming, namelijk één van de grootste droge bulk zeevervoerders van de wereld, onlangs geoordeeld dat genoemde methoden in het betreffende specifieke geval niet van toepassing waren. In dat geval werd geoordeeld dat de waardering op grond van de net asset value het meest fair was. Zie: Genco Shipping & Trading Ltd., Case No. 14- 11108.
A.C. Eberhart et al., ‘Security Pricing and Deviations from the Absolute Priority Rule in Bankruptcy Proceedings’, The Journal of Finance, vol. 45, no. 5, p. 1457, 1468 (1990); J.R. Franks en W.N. Torous, ‘An Empirical Investigation of U.S. Firms in Reorganization’, Journal of Finance, vol. 44, p. 747, 754, 768 (1989); L.A. Weiss, ‘Bankruptcy Resolution: Direct Costs and Violation of Priority Claims’, 27 Journal of Financial Economics. 285, 286 (1990).
D.G. Baird en D.S. Bernstein, ‘Absolute Priority, Valuation Uncertainty, and the Reorganization Bargain’, The Yale Law Journal, p. 1932.
De uitkomst van de onderhandeling wordt onder andere beïnvloed door (verwachtingen omtrent): de volatiliteit van de waarde van het onderliggende actief van de onderneming, de mate waarin het reorganisatieproces “financial distress costs” genereert, de lengte van de reorganisatieperiode en de omvang van het waardeverschil ten opzichte van het downside scenario (i.e. liquidatie in Chapter 7). Zie: H.F. Chang en L.A. Bebchuk, Bargaining and the division of value in corporate Reorganization, University of Pennsylvania Law School, faculty Scholarship 1992, paper 971, p. 256.
De absolute priority rule is al lange tijd één van de hoekstenen van het Amerikaanse insolventierecht. C.J. Tabb, The Law of Bankruptcy, Foundation Press 2009, 2e druk, p. 1053 e.v. Deze regel is als volgt nader uitgewerkt voor concurrente schuldeisers en andere klassen met “interests” (waaronder een aandeelhouder).1 Ten aanzien van (bijvoorbeeld) de concurrente schuldeisers geldt:
“With respect to a class of unsecured claims (i) the plan provides that each holder of a claim of such class receive or retain on account of such claim property of a value, as of the effective date of the plan, equal to the allowed amount of such claim; or (ii) the holder of any claim or interest that is junior to the claims of such class will not receive or retain under the plan on account of such junior claim or interest any property (…).”2
Zoals ook nader toegelicht in paragraaf 5.3, houdt de toetsing van de absolute priority rule de volgende drie onderdelen of analyses in:
Onderdeel 1: als een tegenstemmende klasse onder het akkoord vol-ledig wordt voldaan, is voor de betreffende tegenstemmende klasse voldaan aan de voorwaarde van absolute priority (dit is voorwaarde (i) in het citaat hierboven).
Onderdeel 2: pas als een tegenstemmende klasse niet volledig wordt voldaan, is het relevant vast te stellen of een klasse met een lagere rang een waarde behoudt of ontvangt. Indien dit het geval is, dan geldt dat het akkoord in strijd is met de absolute priority rule (dit is voorwaarde (ii) in het citaat hierboven).
Onderdeel 3: het akkoord is voorts in strijd met de absolute priority rule indien een klasse met een hogere rang meer waarde behoudt of ontvangt dan het bedrag van haar vordering.3 Deze derde voorwaarde staat niet letterlijk in Chapter 11 uitgeschreven maar dit volgt uit de parlementaire geschiedenis4 en is meerdere malen vastgesteld in Amerikaanse rechtspraak:
“It’s undisputed that the “fair and equitable” requirement encompasses a rule that a senior class cannot receive more than full compensation for its claims.”5
En:
“Courts will deny confirmation if a plan undervalues a debtor and therefore would have resulted in paying senior creditors more than full compensation for their allowed claims.”6
Een akkoord houdt de facto in dat de onderneming wordt verkocht aan de in the money vermogensverschaffers in plaats van aan derde partijen.7 Dat er van een going concern verkoop uit moet worden gegaan is gelegen in het feit dat de onderneming wordt voortgezet en in die staat wordt verkocht aan de betreffende vermogensverschaffers. Een waardering moet inzichtelijk maken wat de ondernemingswaarde en wat de waarde van het belang van de betrokken vermogensverschaffers is. Op grond van deze analyse kan worden vastgesteld of een klasse al dan niet een nieuw belang in de geherstructureerde onderneming, althans: de vennootschap met een geherstructureerde vermogensstructuur, dient toe te komen.8
Als de betrokken vermogensverschaffers onderling géén overeenstemming kunnen bereiken over de voorwaarden van het akkoord, zijn zij voor de waarderingsvraag afhankelijk van het oordeel van de rechter over de door de partijen gepresenteerde waarderingen. Immers, als bepaalde klassen niet instemmen met het akkoord, kunnen zij stellen dat niet is voldaan aan de absolute priority rule omdat een klasse van een hogere rang op grond van het akkoord meer waarde toekomt dan het bedrag van haar vordering. In dat verband dient de rechter te oordelen of dat zo is en of het akkoord al dan niet fair is. Met andere woorden:
“To determine that the plan does not violate section 1129(b)’s “fair and equitable” requirement by paying creditors more than in full, I need only find that the debtors’ total enterprise value doesn’t exceed the total enterprise value underlying the settlement.”9
Voor de vraag of het akkoord fair and equitable is, speelt de waardering dus een centrale rol.10
Intermezzo: Chapter 11 waarderingsmethoden
Voor het waarderen van ondernemingen in het kader van de fair and equitable test, is in de V.S. veel rechtspraak ontwikkeld. Ten aanzien van waardering is overwogen:
“Valuation is not an exact science”,11 “the matter of valuation of an ongoing business in economic distress is far from an exact science”,12 “valuation is not a product of mere calculation (…) it is an imprecise tool”,13 “It has been aptly observed that entity valuation is much like a guess compounded by an estimate.”14
Tot slot: “At best, the valuation of an enterprise (…) is an exercise in educated guesswork. At worst it is not much more than crystal ball gazing.”15
Desalniettemin is er in de Amerikaanse rechtspraak – over het algemeen – consensus over een waardering voor de fair and equitable test.
“Fair valuation for a company that can continue day-to-day operations is based on a ‘going concern’ or ‘market price’ valuation.”16
De drie in de Amerikaanse rechtspraak gehanteerde en op de going concern waardemaatstaf gebaseerde methoden zijn in beginsel: (1) de discounted cash flow analysis; (2) de comparable transaction approach; en (3) de market multiple approach.
Bij de eerste methode (een income based approach) worden, in de meest basale vorm van deze methode, twee periodes bepaald waarvoor de toekomstige kasstromen van de onderneming worden geschat: de forecast period (vaak een periode van een paar jaar) en de continuing value period, die begint aan het einde van de forecast period. Wat betreft de eerste periode worden de toekomstige verwachte kasstromen (zeer gedetailleerd) geschat. Het vertrekpunt voor deze schatting dienen de gerealiseerde resultaten en, onder andere, het strategisch perspectief voor de toekomst te zijn.17 De verwachte kasstromen worden vervolgens contant gemaakt tegen de WACC. Hierbij wordt de continuïteitswaarde, de waarde voor de continuing value period, opgeteld.18 Zowel voor de prognoses van de vrije kasstroom, de WACC of de groeivoet (die relevant is voor het berekenen van de continuïteitswaarde) geldt dat arbitraire keuzes kunnen worden gemaakt, hetgeen wel blijkt uit bovenstaande citaten.
De comparable transaction method houdt in dat naar recente transacties wordt gekeken waarbij vergelijkbare ondernemingen zijn overgenomen. Vervolgens wordt de bij de betreffende transactie betaalde multiple berekend (vaak ten opzichte van de parameter EBITDA19) om vervolgens het berekende verhoudingsgetal te vermenigvuldigen met de betreffende parameter van de te waarderen onderneming.
Tot slot geldt bij de market multiple approach min of meer hetzelfde als bij de comparable transaction approach: in dat geval wordt echter niet gekeken naar recente transacties van vergelijkbare ondernemingen maarnaar de beurswaardes van vergelijkbare ondernemingen en de van toepassing zijnde multiple ten aanzien van een bepaalde parameter. Deze multiple wordt vervolgens met dezelfde parameter van de te waarderen onderneming vermenigvuldigd.20
Afwijkingen absolute priority rule
Bij het akkoord geldt onder andere dat vermogensverschaffers uit een hogere klasse op grond van de absolute priority rule kunnen afdwingen dat zij volledig worden betaald, voordat een klasse van een lagere rang wordt betaald. Echter, in de Amerikaanse praktijk blijkt dat akkoorden tot stand komen die afwijken van de absolute priority rule.21 Oftewel, een klasse van een hogere rang accepteert vrijwillig dat een klasse van lagere rang deels wordt gecompenseerd terwijl de hogere rang niet volledig wordt voldaan.
Al bijna een eeuw zijn Amerikaanse geleerden op zoek naar een verklaring hiervoor.22 Zo is gesignaleerd dat out of the money vermogensverschaffers door het niet accepteren van het akkoord de implementatie van het akkoord kunnen vertragen. In de tussentijd zou de markt zich gunstig kunnen ontwikkelen, hetgeen resulteert in een hogere waardering en een betere positie van de vermogensverschaffers op het moment dat de rechter over het akkoord moet oordelen. Daarnaast kan de markt zich ook ongunstig ontwikkelen, hetgeen de positie van de in the money vermogensverschaffers verder verslechtert zonder dat kan worden ingegrepen. Ook geldt dat de waardering van de onderneming onzekerheid met zich meebrengt. Het is deze onzekerheid over de uitkomst van de waarderingsexercitiedie ertoe leidt dat partijen een akkoord overeenkomen dat afwijkt van de strikte absolute priority rule.23 Hierdoor wordt de mogelijkheid van een out of the money vermogensverschaffer om tegen het akkoord te stemmen reeds voor de stemming afgekocht, waardoor (de gewenste) deal certainty wordt gecreëerd ten aanzien van de uitkomst.24