Grenzen aan testeervrijheid
Einde inhoudsopgave
Grenzen aan testeervrijheid (AN nr. 178) 2023/7.3.4:7.3.4 Redelijke prijs genormeerd vanuit economisch perspectief
Grenzen aan testeervrijheid (AN nr. 178) 2023/7.3.4
7.3.4 Redelijke prijs genormeerd vanuit economisch perspectief
Documentgegevens:
mr. drs. M.R. Beuker, datum 10-10-2022
- Datum
10-10-2022
- Auteur
mr. drs. M.R. Beuker
- JCDI
JCDI:ADS685811:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Anders dan bij de overige andere wettelijke rechten moet bij bedrijfsovername een vergoeding worden betaald.1 De hoogte van dit bedrag hoeft niet overeen te komen met de waarde die in het economisch verkeer aan de onderneming wordt toegekend. De rechter bepaalt aan de hand van alle omstandigheden welke vergoeding redelijk is. Art. 4:5 BW kan daarbij een rol spelen; indien een voortzetter pas later (een deel van) de prijs kan voldoen, is een hogere prijs wellicht redelijk. De toepassing van laatstgenoemd artikel vormt echter wel een nadeel voor de erfgenamen en er moeten dan ook gewichtige redenen aanwezig zijn om toepassing te rechtvaardigen.
De vergoeding is mede afhankelijk van de prijs waartegen de voortzetter nog een lonende exploitatie van het bedrijf kan verwachten. Alleen op die manier wordt het economische doel van art. 4:38 BW behaald. De continuïteit van economisch waardevolle ondernemingen verdient immers bescherming en rechtvaardigt dat art. 4:38 BW voorgaat op de testeervrijheid. Om die reden is het rendement dat verwacht kan worden van de onderneming van invloed en kan deze invloed ook waardedrukkend werken. Dat laatste zal bijvoorbeeld aan de orde kunnen zijn bij landbouwondernemingen, omdat het rendement daar in het algemeen relatief laag ligt.2
Als recht bestaat op de som ineens ex art. 4:36 BW kan deze aanspraak in mindering worden gebracht op de vergoeding die de voortzetter verschuldigd is.