Grenzen aan testeervrijheid
Einde inhoudsopgave
Grenzen aan testeervrijheid (AN nr. 178) 2023/7.3.3:7.3.3 Belangenafweging
Grenzen aan testeervrijheid (AN nr. 178) 2023/7.3.3
7.3.3 Belangenafweging
Documentgegevens:
mr. drs. M.R. Beuker, datum 10-10-2022
- Datum
10-10-2022
- Auteur
mr. drs. M.R. Beuker
- JCDI
JCDI:ADS685812:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zwaarwegend belang van de verzoeker
De parlementaire geschiedenis maakt niet alleen bij het bepalen van de redelijke prijs (hoofdstuk 7.3.4), maar ook bij bepaling van het zwaarwegend belang van de voortzetter duidelijk dat art. 4:38 BW ten doel heeft om daadwerkelijke voortzetting mogelijk te maken. Een bedrijfspand kan bijvoorbeeld ook vallen onder de reikwijdte van art. 4:38 BW als de voortzetter dit pand nodig heeft als zekerheidsobject voor het aantrekken van krediet in het belang van de bedrijfsvoering.1
Belang van de rechthebbende
De verplichting ex art. 4:38 BW komt te liggen op de rechthebbende(n) tot de goederen. Dit kunnen de erfgenamen zijn, maar ook verkrijgers onder bijzondere titel zoals legatarissen, lastbevoordeelden of derden. De goederenrechtelijke situatie is doorslaggevend. Degene die kocht maar nog niet geleverd heeft gekregen, is daarom geen rechthebbende.2
Het belang van de rechthebbende speelt een rol in de afweging die de kantonrechter moet maken; slechts indien het belang van de rechthebbende niet onevenredig wordt geschaad, is de aanspraak succesvol. De parlementaire geschiedenis merkt op dat de voortzettende persoon in het algemeen voldoende belang zal hebben bij verkrijging van die goederen, zonder welke een vlotte bedrijfsvoering gehinderd wordt en welke buiten de bedrijfsvoering ook niet van bijzondere – bijvoorbeeld emotionele – waarde voor de overige erfgenamen zijn.3