Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/6.6.4.2
6.6.4.2 Relevantie voor art. 6:181
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS297975:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1988/89, 21202, 3, p. 44. Dat is niet de apotheker die een gevaarlijke stof aan een ander ter beschikking heeft gesteld voor gebruik ter uitoefening van diens beroep of bedrijf.
Met de bewaarder worden blijkens lid 2 van art. 6:175 gelijkgesteld de vervoerder, expediteur, stuwadoor of soortgelijke ondernemer, voorzover Boek 8 niet van toepassing is.
De vraag is wel of de ‘bedrijfsmatige’ bewaarder van een gevaarlijke stof die onder art. 6:175 lid 1 valt (‘gebruikt of onder zich heeft’), zonder meer onder art. 6:181 lid 3 valt, omdat hierin enkel van de gebruiker wordt gesproken. Ik meen van wel, omdat ‘gebruik’ met zeggenschap wordt ingevuld en de bewaarder van een gevaarlijke stof daarover de (beslissende) zeggenschap heeft. Zie nader par. 7.6.3.
Zie HR 14 oktober 2005, NJ 2005/539 (City Tax/De Boer), waarin werd geoordeeld dat dezelfde term ‘opzet of bewuste roekeloosheid’ in art. 7:658 en 661 eenvormig uitgelegd moet worden, mede omdat beide bepalingen zijn opgenomen in een en dezelfde titel (titel 7.10 betreffende de arbeidsovereenkomst). Thans gaat het maar liefst om dezelfde term binnen hetzelfde wetsartikel (art. 6:181).
Sterker nog, uit par. 7.7.1 zal nog blijken dat lid 2 van art. 6:181 een overbodige uitwerking is van art. 6:181 lid 1, aangezien het resultaat van art. 6:181 lid 2 reeds bereikt wordt via lid 1 van art. 6:181.
Met ‘beroep of bedrijf’ in art. 6:175 lid 1 wordt op ‘de professional’ gedoeld, hetgeen dan ook geldt voor ‘beroep of bedrijf’ in lid 3 van art. 6:181, dat immers een uitwerking van art. 6:175 lid 1 betreft in geval van meerdere ‘beroeps- of bedrijfsmatige’ gebruikers. Opvallend is als gezegd echter dat de ruimere omschrijving van de aansprakelijke persoon in lid 3 van art. 6:181 met ‘beroep of bedrijf’ enkel ziet op degene aan wie de stof ter beschikking wordt gesteld; degene door wie de stof aan een ander beschikbaar wordt gesteld, is tekstueel beperkt gebleven tot degene die een ‘bedrijf’ uitoefent. Dit laatste sluit overigens weer wel aan bij de leden 1 en 2 van art. 6:181, die immers eveneens enkel van ‘bedrijf’ (en niet ook van ‘beroep’) spreken.
In mijn ogen zal ten eerste hebben te gelden dat binnen lid 3 van art. 6:181 één lijn wordt getrokken voor wat betreft de hoedanigheid van degene door én aan wie een gevaarlijke stof ter beschikking wordt gesteld. Zou dit anders zijn, dan zou dat tot niet uit te leggen ongerijmdheden lijden zoals in het zojuist (par. 6.6.4) gegeven voorbeeld van de apotheker die van een farmaceutisch bedrijf een gevaarlijke stof ter beschikking gesteld krijgt, en zich vervolgens ingevolge lid 3 van art. 6:181 niet meer van de aansprakelijkheid ex art. 6:175 kan ontdoen. Een dergelijke uitkomst zou bovendien niet passen bij de bedoeling van de wetgever, inhoudende dat steeds degene met de feitelijke macht over de stof, de laatste in de keten c.q. de ‘eindgebruiker’ aansprakelijk behoort te zijn.1 De conclusie is dan ook dat in art. 6:181 lid 3 zowel de term ‘bedrijf’ (door wie) als ‘beroep of bedrijf’ (aan wie) uitdrukt dat het gaat om degene met een professionele hoedanigheid.
Dat ook de (enkele) wetsterm ‘bedrijf’ kan uitdrukken dat het in de praktijk gaat om de ‘professional’, volgt mijns inziens ook uit lid 2 van art. 6:175. Deze bepaling legt de aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen uit art. 6:175 lid 1 op ‘de bewaarder die er zijn bedrijf van maakt zodanige stoffen te bewaren’.2 Het komt met het oog op lid 1 van art. 6:175 logisch voor onder deze enkele term ‘bedrijf’ iedere ‘professionele’ bewaarder te begrijpen. De in lid 2 van art. 6:175 bedoelde bewaarder van een gevaarlijke stof kan namelijk ook onder het bereik van art. 6:175 lid 1 kan vallen. Dit eerste lid van art. 6:175 spreekt namelijk niet enkel van degene die een gevaarlijke stof ‘gebruikt’, maar ook van degene die deze ‘onder zich heeft’. En van degene die onder lid 1 van art. 6:175 valt, weten we inmiddels dat dit de ‘professional’ betreft. Zodoende zal met de ‘bedrijfsmatige’ bewaarder uit lid 2 van art. 6:175 evenzeer worden gedoeld op de ‘professionele’ bewaarder. Dit past ook bij de parlementaire geschiedenis van lid 2 van art. 6:175: hoewel de wettekst (enkel) van de ‘bedrijfsmatige’ bewaarder spreekt, spreekt de toelichting daarop in ruime(re) zin van de ‘professionele’ bewaarder.3
Relevant is ook dat de wetgever geen specifieke regeling heeft getroffen voor de in art. 6:175 lid 2 bedoelde gevallen van bewaarneming van gevaarlijke stoffen waarin deze door de ene bewaarder aan een andere bewaarder ter beschikking worden gesteld. Lid 3 van art. 6:181 ziet strikt genomen enkel op de in lid 1 van art. 6:175 genoemde gebruikers. De wetsgeschiedenis vermeldt dat in geval van meerdere bewaarnemers aansluiting moet worden gezocht bij lid 3 van art. 6:181, zodat de kwalitatieve aansprakelijkheid toch steeds berust bij ‘de laatste in de keten’ c.q. de ‘eindbewaarder’.4 Gelet op het verband dat zodoende tussen lid 3 van art. 6:181 (met zoals reeds gebleken de ‘professional’ als aansprakelijke) en de ‘bedrijfsmatige’ bewaarder uit lid 2 van art. 6:175 bestaat, ligt het ook hierom in de rede dat het ‘bedrijfsbegrip’ van art. 6:175 lid 2 ziet op iedere ‘professional’. En nu zoals reeds gezegd een in lid 2 van art. 6:175 bedoelde bewaarnemer ook onder lid 1 van art. 6:175 kan vallen (‘gebruiken of onder zich houden’), kan deze ook onder lid 3 van art. 6:181 vallen, dat immers een uitwerking van lid 1 van art. 6:175 betreft voor gevallen van terbeschikkingstelling. Van degene die onder lid 3 van art. 6:181 valt, is inmiddels bekend dat dit iedere ‘professional’ betreft.5 Ook hier een reden derhalve om aan te nemen dat onder de ‘bedrijfsmatige’ bewaarder uit lid 2 van art. 6:175 iedere ‘professional’ valt.
Tot dusver is derhalve duidelijk dat op het terrein van de in art. 6:175 lid 1 en 2 alsmede in art. 6:181 lid 3 bedoelde gevaarlijke stoffen, de term ‘bedrijf’ en ook ‘beroep en bedrijf’ de betekenis hebben van iedere ‘professional’. Ten tweede rijst de vraag wat hiervan de betekenis is voor de term ‘bedrijf’ in de leden 1 en 2 van art. 6:181. Vooropgesteld kan worden dat het vanuit een oogpunt van consistentie niet voor de hand ligt dat binnen eenzelfde wetsbepaling, in dit geval art. 6:181, dezelfde term, in dit geval ‘bedrijf’, een verschillende uitleg toekomt.6 Het komt dan ook logisch voor dat wanneer onder ‘bedrijf’ (en ook ‘beroep of bedrijf’) in lid 3 van art. 6:181 de professionele gebruiker wordt begrepen, diezelfde term in lid 1 en 2 van art. 6:181 dezelfde uitleg toekomt. Voor een verschillende uitleg van dezelfde term ‘bedrijf’ binnen hetzelfde art. 6:181 zouden overtuigende argumenten moeten bestaan. In mijn ogen zijn die er niet, integendeel.
Zo is lid 3 van art. 6:181 betreffende gevaarlijke stoffen nadrukkelijk geïnspireerd op lid 2 van art. 6:181 met betrekking tot roerende zaken, opstallen en dieren. Lid 2 en 3 van art. 6:181 zijn niet alleen qua structuur, maar ook qua strekking vergelijkbaar. Aan beide bepalingen ligt eenzelfde concentratiegedachte ten grondslag, inhoudende dat de kwalitatieve aansprakelijkheid in geval van meerdere gebruikers steeds op ‘de laatste in de keten’ behoort te rusten. Art. 6:181 lid 2 en 3 zijn dus geen totaal verschillende bepalingen die ‘toevallig’ beide in art. 6:181 zijn ondergebracht. Ook dient art. 6:181 lid 3 binnen art. 6:181 niet ‘geïsoleerd’ te worden gelezen. Sterker nog, art. 6:181 lid 2 en 3 vertonen een nauwe verwantschap. Het ligt derhalve in de rede dat (ook) de hoedanigheid van de aansprakelijke persoon binnen deze ‘vergelijkbare’ regelingen ‘vergelijkbaar’ is: in beide leden gaat het om de professional. En wanneer eenmaal is aangenomen dat onder de term ‘bedrijf’ in art. 6:181 lid 2 de professional wordt begrepen, is eenzelfde uitleg van het bedrijfsbegrip in art. 6:181 lid 1 onontkoombaar. Lid 2 van art. 6:181 betreft namelijk een uitwerking van art. 6:181 lid 1,7 waarbij zelfs nadrukkelijk naar dit eerste lid wordt verwezen door de aansprakelijkheid uit art. 6:181 lid 1 te leggen op de door art. 6:181 lid 2 aangewezene, te weten de ‘eindgebruiker’ van de in art. 6:173, 174 en 179 bedoelde zaken.
Al met al behoort de term ‘bedrijf’ (en ook ‘beroep of bedrijf’) mijns inziens binnen het gehele art. 6:181 dezelfde betekenis toe te komen: de aansprakelijkheid rust op iedere ‘professionele’ gebruiker van roerende zaken, opstallen, dieren (art. 6:181 lid 1 en 2) en gevaarlijke stoffen (art. 6:181 lid 3). Een analyse van art. 6:175 biedt derhalve een basis voor de aanname dat in art. 6:181 onder de term ‘bedrijf’ (lid 1, lid 2 en lid 3 aanhef) en ‘beroep of bedrijf’ (lid 3 slot) steeds dezelfde professional wordt verstaan.