Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende overgang van onderneming (MSR nr. 69) 2015/3.7.3
3.7.3 Eindigingsgronden van artikel 14a Wet Cao en 2a Wet Avv
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg
- JCDI
JCDI:ADS435888:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
Aldus A-G Verkade in zijn conclusie r.o. 4.10 inzake HR 10 januari 2003, NJ 2006, 566 m.nt. G.J.J. Heerma van Voss en JAR 2003/38 m.nt. R.M. Beltzer (Stichting Rode Kruis Ziekenhuis/Te Riet).
Even 2009a, p. 26.
Beltzer & Verhulp 2012, p. 78-79.
Kamerstukken II 1979/80, 15 940, nr. 8, p. 1.
Kamerstukken II 1979/80, 15 940, nr. 8, p. 2.
Beltzer & Verhulp 2012, p. 80.
Zie anders: Beltzer & Verhulp 2012, p. 80, waarin Beltzer stelt dat ten aanzien van de overgekomen cao-bepalingen van de verkrijger tevens de Wet Cao zou gelden en de vakbonden die deze cao met de vervreemder hadden afgesloten nu de verkrijger zouden kunnen aanspreken tot nakoming, ook jegens artikel 14-werknemers.
Beltzer & Verhulp 2012, p. 81.
Artikel 14a lid 2 Wet Cao en 2a lid 2 Wet Avv bevatten zoals gezegd de eindigingsgronden door te bepalen dat de overgegane rechten en verplichtingen eindigen op het tijdstip waarop:
de verkrijger gebonden wordt aan een na de overgang van onderneming tot stand gekomen cao dan wel
de verkrijger krachtens een na de overgang genomen besluit tot verbindendverklaring op grond van artikel 2 Wet Avv verplicht wordt bepalingen na te komen van een cao dan wel
zodra de op het tijdstip van de overgang lopende geldingsduur van de cao verstrijkt of de werking van de verbindendverklaring eindigt.
Het verband met de richtlijn overgang van onderneming heeft tot gevolg dat bij de eindigingsgronden slechts de handhavingsperiode eindigt en dat de vraag of daarmee de rechten en verplichtingen zelf eindigen moet worden beantwoord aan de hand van de overige bepalingen van de Wet Cao en de Wet Avv. Daarbij speelt de nawerking een grote rol. De nawerking in de situatie van overgang van onderneming is beperkt tot de cao die van kracht was en zoals die gold bij de overgang. Dit houdt in dat de werknemer aanspraak blijft houden op de voor de werknemer gunstigere arbeidsvoorwaarden uit de oude cao, met dien verstande dat deze aansprakenworden ‘bevroren’.1 Voor incorporatiebedingen verwijs ik naar de paragraaf daarover.
Bij eindigingsgrond a eindigt de binding wegens de overgang doordat de verkrijger gebonden wordt aan een na de overgang van onderneming tot stand gekomen cao. Uit de tekst van eindigingsgrond a volgt dat het hier gaat om een situatie dat enerzijds de verkrijger pas ná de datum van de overgang van onderneming gebonden wordt aan de cao (gebondenheid verkrijger) en dat anderzijds die nieuwe cao van de verkrijger moet zien op de arbeid van de werknemers die zijn overgegaan (betrokkenheid werknemer). De werknemers die zijn overgegaan dienen dus onder de werkingssfeerbepaling van de cao van de verkrijger te vallen. Artikel 14a lid 2 Wet Cao en 2a lid 2 Wet Avv vereisen niet dat de werknemers (contractueel of op grond van de Wet Cao/Wet Avv) zijn gebonden aan de nieuwe cao van de verkrijger. De overgenomen werknemers zouden zich derhalve op het standpunt kunnen stellen dat zij de nieuwe cao niet aanvaarden en dat zij zich daaraan niet gebonden achten, maar dat neemt niet weg dat de oorspronkelijke cao die op het moment van de overgang van onderneming op hen van toepassingwas, niet meer op grond van artikel 14a lid 2 Wet Cao of 2a lid 2 Wet Avv op hen dient te worden toegepast.
Het probleem van het verschil tussen het tijdstip van aangaan van een nieuwe cao en het tijdstip van ingaan van een nieuwe cao speelt ook ten aanzien van de eindigingsgronden van artikel 14a lid 2 Wet Cao en 2a lid 2 Wet Avv. Even stelt zich op het standpunt dat het moment van aangaan van de cao doorslaggevend is, het moment van ingaan van de cao is volgens hem gelet op de tekst van artikel 14a lid 2 en 9 lid 1 Wet Cao niet relevant om te bepalen wanneer de binding wegens de overgang eindigt.2 Aan de tekst van de richtlijn overgang van onderneming kan men voor deze redenering geen steun ontlenen, omdat de richtlijn stelt dat de handhavingsplicht voortduurt ‘tot het tijdstip waarop de collectieve overeenkomst wordt beëindigd of afloopt of waarop een andere collectieve overeenkomst in werking treedt of wordt toegepast’. Hieruit lijkt te kunnen worden afgeleid dat niet het aangaan, maar het ingaan van de cao doorslaggevend moet worden geacht. Beltzer komt tot de navolgende resultaten:
Een door de vervreemder voor overgang van onderneming aangegane maar pas na de overgang ingegane cao geldt niet als cao ten aanzien waarvan de handhavingsplicht van de verkrijger geldt;
Een door de vervreemder na overgang van onderneming aangegane cao die met terugwerkende kracht ingaat op een moment dat ligt voor de overgang valt niet onder artikel 14a Wet Cao;
Een cao die de verkrijger voor overgang van onderneming aangaat, maar die na overgang ingaat valt niet onder de eindigingsgrond van artikel 14a Wet Cao of 2a Wet Avv;
Een cao die de verkrijger na overgang van onderneming aangaat, welke met terugwerkende kracht ingaat op een moment dat ligt voor de overgang, geldt als eindigingsgrond in de zin van artikel 14a Wet Cao of 2a Wet Avv, tenzij sprake is van misbruik.3
Bij eindigingsgrond b eindigt de binding wegens de overgang doordat de verkrijger ná de overgang van onderneming wordt gebonden aan een algemeen verbindend verklaarde cao.
Bij eindigingsgrond c eindigt de binding wegens de overgang doordat de geldingsduur van de cao van de vervreemder na de overgang van onderneming verstrijkt. Ten aanzien van een cao die voor het tijdstip van de overgang van onderneming hetzij ingevolge artikel 19 lid 1 Wet Cao, hetzij ingevolge een nadere overeenkomst tussen de cao-partners is verlengd, eindigt de gebondenheid wanneer de termijn afloopt.4 Ook als de cao na het tijdstip van de overgang van onderneming wordt verlengd of opnieuw verlengd eindigt de gebondenheid van de verkrijger in ieder geval wanneer de bij de overgang van onderneming lopende termijn afloopt. Het eindigen van de gebondenheid van de verkrijger betekent overigens niet dat de bepalingen in de individuele arbeidsovereenkomsten, die door de cao werden beheerst, vervallen.5 Het betekent slechts dat verkrijger en werknemer voortaan andere bepalingen overeen kunnen komen, met dien verstande dat de overgang van onderneming nooit op zich grond voor de wijziging kan opleveren.
Het is de vraag of de verkrijger na de overgang jegens de ongebonden werknemer verplicht is de op grond van artikel 14a Wet Cao overgegane cao-bepalingen toe te passen. Ik ben het met Beltzer eens dat het ijkpunt is of de vervreemder gebonden was aan de cao en niet relevant is of de werknemer in kwestie gebonden was aan de cao.6Artikel 14a lid 1 Wet Cao bepaalt immers dat de rechten en verplichtingen die ‘ten aanzien van daar werkzame werknemers voortvloeien uit bepalingen omtrent arbeidsvoorwaarden van een collectieve arbeidsovereenkomst waaraan hij gebonden is’ van rechtswege overgaan van vervreemder op verkrijger. Mijns inziens ontstaat door artikel 14a lid 1 Wet Cao een binding wegens de overgang van onderneming, zodat ten aanzien van de overgekomen cao-bepalingen voor de verkrijger niet de overige bepalingen van de Wet Cao gelden.7 Het is de vraag of de verkrijger na overgang verplicht is zijn eigen cao toe te passen op artikel 14-werknemers. Hanteert men een strikte lezing van artikel 14 Wet Cao (inhoudende dat de werkgever slechts de voor hem geldende cao-bepalingen dient toe te passen op werknemers met wie hij een arbeidsovereenkomst aangaat en dus niet op werknemers die ten tijde van het gebonden worden aan de cao al in dienst zijn) dan is het antwoord dat de verkrijger de cao waaraan hij ten tijde van de overgang van onderneming al gebonden was niet hoeft toe te passen op het overgekomen artikel 14-personeel. Volgens Beltzer is een dergelijke lezing van artikel 14 Wet Cao ongewenst en achterhaald.8 Volgens Beltzer ziet artikel 14 Wet Cao op elke werknemer die niet door lidmaatschap van de caosluitende vakbond of door instemming met de bepalingen van die cao gebonden is, ongeacht het tijdstip waarop deze werknemer een arbeidsovereenkomst met de werkgever heeft gesloten.