Grensoverschrijdende overgang van onderneming
Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende overgang van onderneming (MSR nr. 69) 2015/3.7.2:3.7.2 Hoofdregel van artikel 14a Wet Cao en 2a Wet Avv
Grensoverschrijdende overgang van onderneming (MSR nr. 69) 2015/3.7.2
3.7.2 Hoofdregel van artikel 14a Wet Cao en 2a Wet Avv
Documentgegevens:
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg, datum 01-03-2015
- Datum
01-03-2015
- Auteur
Mr. I.A. Haanappel-van der Burg
- JCDI
JCDI:ADS437111:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie HvJ EU 6 september 2011, NJ 2011, 590 m.nt. M.R. Mok en JAR 2011/262 m.nt. I.A. Haanappelvan der Burg (Scattolon), waarbij de verkrijger dan wel een achteruitgang in arbeidsvoorwaarden moet compenseren.
Fase 1983, p. 360.
Beltzer 2008, p. 122, van Straalen 1999, p. 171 gebruikt de term ‘handhavingsverplichting’.
Beltzer 2006, p. 58.
van Straalen 1999, p. 172 en Even 2009a, p. 25.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 3 lid 3 richtlijn overgang van onderneming is in Nederland geïmplementeerd in artikel 14a Wet Cao en 2a Wet Avv. In artikel 14a lid 1 Wet Cao en 2a lid 1 Wet Avv is de hoofdregel vastgelegd: door de overgang van onderneming gaan de rechten en verplichtingen welke op dat tijdstip voor de vervreemder ten aanzien van daar werkzame werknemers voortvloeien uit bepalingen omtrent arbeidsvoorwaarden van een (algemeen verbindend verklaarde) cao waaraan hij gebonden is, van rechtswege over op de verkrijger. In artikel 14a lid 2 Wet Cao en 2a lid 2 Wet Avv zijn de eindigingsgronden opgenomen. Artikel 14a lid 2 Wet Cao en 2a lid 2 Wet Avv bepalen dat de overgegane rechten en verplichtingen eindigen op het tijdstip waarop de verkrijger gebonden wordt aan een na de overgang van onderneming tot stand gekomen cao dan wel de verkrijger krachtens een na de overgang genomen besluit tot verbindendverklaring op grond van artikel 2 Wet Avv verplicht wordt bepalingen na te komen van een cao dan wel zodra de op het tijdstip van de overgang lopende geldingsduur van de cao of werking van de avv verstrijkt.
De Nederlandse wetgever heeft geen gebruik gemaakt van de in de richtlijn overgang van onderneming opgenomen mogelijkheid het tijdvak waarin de (algemeen verbindend verklaarde) cao-arbeidsvoorwaarden moesten worden gehandhaafd te beperken. Daarnaast heeft de Nederlandse wetgever niet de mogelijkheid opgenomen dat de binding wegens de overgang vervalt zodra een eigen cao wordt toegepast.1
Fase reserveert voor de gebondenheid aan cao-bepalingen louter gegrond op artikel 14a Wet Cao of 2a Wet Avv de term ‘pseudobinding’, omdat het geen uit het normale cao-recht voortspruitende gebondenheid zou betreffen, maar een door de overgang van onderneming veroorzaakte.2 Beltzer stelt mijns inziens terecht dat er niets ‘pseudo’ is aan deze binding, omdat het gaat om een binding op grond van de wet.3 Beltzer spreekt over ‘binding wegens de overgang’ dan wel ‘wettelijke binding’, waarbij ik opteer voor ‘binding wegens overgang van onderneming’. Overigens roepen artikel 14a Wet Cao en 2a Wet Avv geen gebondenheid van de verkrijger aan de cao van de vervreemder in het leven, de verkrijger dient de in de cao van de vervreemder opgenomen arbeidsvoorwaarden ten opzichte van de overgegane werknemers na te leven.4
Alleen normatieve cao-bepalingen gaan op grond van artikel 14a Wet Cao en 2a Wet Avv mee over. Obligatoire cao-bepalingen gaan niet mee over. Diagonale bepalingen gaan slechts over voor zover er door de diagonale bepalingen voor de werkgever rechten en plichten voortvloeien ten aanzien van de betrokken werknemers.5