De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/8.5.3:8.5.3 Informatie in de mededeling en de aankondiging
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/8.5.3
8.5.3 Informatie in de mededeling en de aankondiging
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250336:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus https://www.ftm.nl/artikelen/eigenaar-tsn-schoonde-zich-achter-de-schermen-van-aansprakelijkheid (laatst gecontroleerd op 24 februari 2016). Ik merk op dat in dit artikel niet staat vermeld of de groepsband tussen Mercares en TSN is verbroken. Aangezien de overblijvende aansprakelijkheid van Mercares uiteindelijk is beëindigd, ga ik ervan uit dat deze groepsband is verbroken.
Aanhangsel Handelingen II 2015/16, 1531, p. 2.
Zie § 9.7 tot en met § 9.9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit hoofde van art. 2:404 BW zijn er amper voorwaarden met betrekking tot de informatie die de moedermaatschappij moet opnemen in de bij het handelsregister te deponeren mededeling en de te plaatsen aankondiging daarvan in een landelijk verspreid dagblad. Op grond van art. 2:404 lid 3 sub b en c BW moet de moedermaatschappij slechts een mededeling deponeren ‘van het voornemen tot beëindiging’ en een aankondiging plaatsen in een landelijk verspreid dagblad ‘dat en waar de mededeling ter inzage ligt’. De moedermaatschappij kan er daarom voor kiezen om deze stukken summier op te stellen. Een voorbeeld hiervan deed zich in 2014 voor bij thuishulpbedrijf TSN. Moedermaatschappij ADG Dienstengroep heeft zich in het verleden door middel van een 403-verklaring hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen van TSN. Zij heeft deze verklaring later ingetrokken en wil de overblijvende aansprakelijkheid beëindigen. Enkele dagen voordat ADG Dienstengroep een aankondiging plaatst in een landelijk verspreid dagblad heeft zij haar naam gewijzigd in Mercares. In de aankondiging staat dat Mercares – met vermelding van haar handelsregisternummer – een mededeling heeft gedeponeerd bij het handelsregister van het voornemen om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen voor de schulden die zijn voortgevloeid uit de rechtshandelingen van de 403-maatschappijen ten aanzien waarvan zij eerder een 403-verklaring heeft gedeponeerd. In de aankondiging staat niet vermeld ten aanzien van welke 403-maatschappijen zij in het verleden een 403-verklaring heeft gedeponeerd.1 De crediteuren van TSN hebben geen verzet ingesteld, waardoor de overblijvende aansprakelijkheid van Mercares na het verstrijken van de verzetstermijn is beëindigd.
Later zijn over bovenstaande gang van zaken Kamervragen gesteld aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hij heeft geantwoord dat de handelwijze van moedermaatschappij Mercares er de schijn van zou kunnen hebben dat zij bewust op een zodanige manier de overblijvende aansprakelijkheid heeft beëindigd, dat de crediteuren van TSN daarvan niet op de hoogte zouden zijn.2
De strekking van de bepalingen van art. 2:404 lid 3 sub b en c BW is dat de crediteuren van de 403-maatschappij op de hoogte kunnen zijn van het voornemen van de moedermaatschappij om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen. Zij kunnen dan verzet instellen tegen dit voornemen en een vervangende waarborg verlangen voor de voldoening van hun vordering op de 403-maatschappij. In het geval van TSN en Mercares hebben de crediteuren op basis van de informatie in de mededeling bij het handelsregister en de aankondiging daarvan in een landelijk verspreid dagblad, de moeder- en de 403-maatschappij niet als zodanig kunnen herkennen waardoor zij redelijkerwijs niet hebben kunnen achterhalen dat de moedermaatschappij het voornemen had om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen. Zij konden dus niet weten dat zij verzet konden instellen tegen dit voornemen en een vervangende waarborg konden verlangen voor de voldoening van hun vordering op TSN. Mercares heeft daardoor (al of niet bewust) gehandeld op een manier waardoor het onredelijk benadelend is voor de crediteuren als zij zich op de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid zou kunnen beroepen. Ik kom daarom tot de conclusie dat een beroep van Mercares op deze beëindiging onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.3
Om te waarborgen dat crediteuren aan de hand van de informatie in de mededeling bij het handelsregister en de aankondiging daarvan in een landelijk verspreid dagblad kunnen achterhalen of hun vordering door de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid komt te vervallen, is het wenselijk dat art. 2:404 lid 3 sub b en c BW worden gewijzigd. Aan deze bepalingen kan worden toegevoegd welke informatie de moedermaatschappij verplicht moet opnemen in de door haar te deponeren mededeling en de aankondiging daarvan in een landelijk verspreid dagblad.
Voor een crediteur is het van belang dat hij uit de informatie in de mededeling bij het handelsregister en de aankondiging daarvan in een landelijk verspreid dagblad kan opmaken dat de moedermaatschappij haar aansprakelijkheid wil beëindigen voor de schuld van de 403-maatschappij tegenover hem. De crediteur moet beide rechtspersonen daarom als zijn debiteur kunnen herkennen. Om die reden moet mijns inziens aan sub b en c van art. 2:404 lid 3 BW worden toegevoegd dat de namen van de moeder- en de 403-maatschappij expliciet moeten worden vermeld in de mededeling bij het handelsregister en de aankondiging daarvan in een landelijk verspreid dagblad. Daarnaast moet naar mijn mening in deze bepalingen worden opgenomen dat als de naam van de moeder- of de 403-maatschappij sinds de deponering van de 403-verklaring is gewijzigd, ook de oude naam moet worden vermeld. Dit houdt onder meer in dat als de (rechtsopvolger van de) moedermaatschappij de overblijvende aansprakelijkheid wil beëindigen nadat de moeder- of de 403-maatschappij door een fusie of zuivere splitsing is opgehouden te bestaan,4 de naam van de verdwenen moeder- of 403-maatschappij expliciet moet worden vermeld.
Bovenstaande wijzigingen van art. 2:404 lid 3 sub b en c BW bieden een moedermaatschappij ook meer houvast bij de beëindiging van haar overblijvende aansprakelijkheid. Voor haar is dan duidelijk welke informatie zij (ten minste) moet opnemen in de te deponeren mededeling en de aankondiging daarvan in een landelijk verspreid dagblad.
Overigens is het naar huidig recht ook al aan te raden dat een moedermaatschappij in de mededeling bij het handelsregister en de aankondiging daarvan in een landelijk verspreid dagblad expliciet melding maakt van haar eigen naam, de naam van de 403-maatschappij en eventuele oude namen van hen indien die sinds de deponering van de 403-verklaring zijn gewijzigd. Hierboven merkte ik ten aanzien van de casus van TSN al op dat als een crediteur op basis van de informatie in de mededeling en aankondiging redelijkerwijs niet op de hoogte heeft kunnen zijn van het voornemen van de moedermaatschappij om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen, het beroep van de moedermaatschappij op deze beëindiging jegens de crediteur mijns inziens onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.5