Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/1.2.2
1.2.2 De IAS-verordening
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS582691:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Als gezegd hebben de Vierde en Zevende Richtlijn Vennootschapsrecht weliswaar tot een bepaalde mate van harmonisering geleid, maar kon van eenvormige Europese jaarrekening-voorschriften (nog) niet worden gesproken. In deze zin ook Van Hulle (2000a) en (2006), p. 238-240.
Zie hieromtrent o.a. Van der Tas (2000), p. 374-375 en (2003), p. 69-70. Deze verplichting is door SEC Release No. 33-8879 en 34-57026 van 21 december 2007 (73 F.R. 986) vervallen voor financiële verslaggeving die is opgesteld over boekjaren die zijn geëindigd na 15 november 2007. Uitgebreid hierover en over de weg daar naartoe: Karmel (2009), p. 548-551.
Zie uitgebreid over dit proces: Van Hulle (2000a), (2000b) en (2006), p. 238-241. Zie voorts Van der Tas (2000), p. 373-374 en Beckman (2006), p. 110 e.v. Ik laat de ontwikkelingen omtrent de Vierde en Zevende Richtlijn Vennootschapsrecht verder onbesproken. Dat daar weinig schot in zit, blijkt uit het stopzetten in juli 2009 van het in februari 2009 gepubliceerde voornemen van de Europese Commissie om beide richtlijnen te herzien (vgl. de mededelingen op http://ec.europa.eu/intemal_market/accounting/sme_accounting/reviewdirectives_en.htm).
In de literatuur, met name door Van Hulle, was al eerder gewezen op de noodzaak om tot verdergaande harmonisering van de jaarrekeningvoorschriften voor Europese (beurs)vennootschappen te komen. Vgl. bijvb. Van Hulle (1993a). Zie in dit verband ook Haller (2002).
'Harmonisatie van jaarrekeningen: een nieuwe strategie ten aanzien van internationale harmonisatie.'
Vgl. p. 2 en p. 7 e.v. van de in de vorige voetnoot genoemde Mededeling.
'Strategie van de EU inzake de financiële verslaglegging: verdere maatregelen'. In het FSAP (op p. 6-7) is de IAS-verordening als één van de prioriteiten voor een financiële interne markt genoemd.
Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen van 13 februari 2001, (COM (2001) 80 definitief). Vgl. met name p. 5 e.v.
Zie over de IAS-verordening: Van Dijk (2002b), 2043-2046, E.A. de Jong (2002), p. 364-366, Van der Tas (2004), Beckman (2006), p. 114-117 en Van Hulle (2006), p. 241-253
In de IAS-verordening is o.m. bepaald dat de 'goed te keuren' IFRS moeten voldoen aan het uitgangspunt van 'een getrouw beeld' en moeten 'beantwoorden aan de criteria inzake begrijpelijkheid, relevantie, betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid' (art. 3, lid 2, IASverordening). Verder dient de Europese Commissie te besluiten volgens de op art. 6 van de IAS-verordening gebaseerde procedure. Daarbij heeft de zogenoemde 'Accounting Regulatory Committee' (ARC), waarin vertegenwoordigers van de lidstaten zitting hebben, een adviserende roL Sinds 10 april 2008 is in dit proces de rol van het Europees Parlement versterkt, als gevolg van de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 297/2008. In het vanaf deze datum aangepaste art. 6, tweede lid, van de IAS-verordening wordt thans namelijk verwezen naar het in 2006 ingevoerde art. 5bis van het Comitologiebesluit, op grond waarvan het Europees Parlement bezwaar kan maken tegen een door de Commissie voorgesteld besluit. Naast de ARC wordt de Europese Commissie bij de 'goedkeuring' van IFRS van advies voorzien door de 'European Financial Reporting Advisory Group' (EFRAG), een private Europese organisatie waarin belangenorganisaties van accountants en het bedrijfsleven participeren.
Over dit mechanisme, dat ook wel het 'endorsement-mechanisme' wordt genoemd: Van Dijk (2002b), p. 2045-2046 en Van der Tas (2003), p. 73-76. Kritisch over deze systematiek: E.A. de Jong (2002), p. 365, met name omdat de door de Europese Commissie goed te keuren IFRS per afzonderlijke standaard moeten worden 'goedgekeurd.' Overigens lijkt De Jong er, ten onrechte, vanuit te gaan dat goedkeuring van de IFRS plaatsvindt door het 'ARC'. Zoals in de vorige voetnoot is beschreven is aan dit comité wel een adviserende bevoegdheid toegekend, maar is het de Europese Commissie die de IFRS formeel goedkeurt.
Het gevolg daarvan is dat het HvJ EG — uiteindelijk — bevoegd is om deze 'goedgekeurde' IFRS uit te leggen. In dezelfde zin Van Dijk (2002b), p. 2045, voetnoot 35 en Van Hulle (2006), p. 253. Zie hierover ook Van Wijngaarden/Van der Zanden (2006), p. 7-9, Hijinlc/ Kuijpers (2007), p. 115-116, in het bijzonder voetnoot 52, en Willems (2007), p. 110. In die zin overigens ook reeds de MvT bij het voorstel voor de Wtfv (Kamerstukken II, 2005/2006, 30 336, nr. 3, op p. 38). Of dergelijke procedures, gezien zich de gemiddelde tijdsduur van een procedure bij het Hof, voor de praktijk werkbaar zullen blijken te zijn, is overigens twijfelachtig.
Zo is bijvb. het begrip 'effecten' niet gedefinieerd in de IAS-verordening. Daarnaast is onduidelijk wat moet worden verstaan onder het begrip 'ondernemingen' in art. 4 van die verordening. De Europese Commissie heeft in november 2003 getracht een aantal onduidelijkheden weg te nemen door publicatie van een toelichting op, o.a., een aantal artikelen van de IAS-verordening (te vinden op http://ec.europa.eu/intemalmarket/accounting/docs/ias/200311-comments/ias-200311-comments_nl.pdf ). Blijkens p. 6-7 van dat document dienen volgens de Commissie onder 'ondernemingen' in de zin van art. 4 IAS-verordening 'vennootschappen' als bedoeld in art. 44 EG-Verdrag te worden verstaan.
Strikt genomen: vanaf boekjaren die zijn aangevangen op of na 2005. Van Hulle (2006), p. 238, spreekt om die reden van 'eenvormige regels inzake jaarrekeningenrecht in alle lidstaten van de EU.'
Ingevolge de, eerder in deze paragraaf kort genoemde, aanpassing van de Vierde en Zevende Richtlijn Vennootschapsrecht door Richtlijn 2006/46/EG. Op grond van art. 46bis, lid 1, onderdeel a, Vierde Richtlijn Vennootschapsrecht dient deze verklaring o.m. ten minste als informatie te bevatten 'een verwijzing naar (i) de corporate govemance-code waaraan de vennootschap is onderworpen, of (ii) de corporate govemance-code die de vennootschap vrijwillig toepast, of (iii) alle relevante informatie over de corporate govemancepraktijken die worden toegepast naast de wettelijke vereisten', of (onderdeel b) een vermelding van de onderdelen van de toepasselijke 'corporate govemance' code waarvan de vennootschap afwijkt en de redenen daarvoor. Voorts dienen beursvennootschappen, ingevolge art. 46bis, lid 1, onderdeel c, Vierde Richtlijn Vennootschapsrecht in het jaarverslag 'een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen van de vennootschap, in verband met het proces van financiële verslaggeving' op te nemen.
Op basis van art. 10, leden 1 en 2, Ovemamerichtlijn.
Hoewel de Vierde en Zevende Richtlijn Vennootschapsrecht de inrichting van de (geconsolideerde) jaarrekening van uit de Europese Unie afkomstige vennootschappen, tot op zekere hoogte, hebben geharmoniseerd, was de mogelijkheid om jaarrekeningen van dergelijke beursvennootschappen onderling met elkaar te vergelijken nog steeds (te) beperkt.1 Een eerste gevolg hiervan was dat Europese beursvennootschappen waarvan effecten waren toegelaten tot een in de Verenigde Staten van Amerika gelegen effectenbeurs, door de SEC verplicht werden om hun financiële verslaggeving te "reconciliëren".2 Dit hield in dat dergelijke vennootschappen de inhoud van hun financiële verslaggeving tot op zekere hoogte dienden te conformeren aan, en te presenteren met inachtneming van, de Amerikaanse standaarden.
Ook door investeerders werd aangedrongen op verbetering van de onderlinge vergelijkbaarheid van jaarrekeningen en — in breder verband — andere financiële verslaggeving van Europese beursvennootschappen.Aangezien voor verdergaande harmonisering van de jaarrekeningvoorschriften de Vierde en Zevende Richtlijn Vennootschapsrecht ontoereikend bleken te zijn, besloot de Europese Commissie medio jaren '90 van de vorige eeuw een andere weg in te slaan.3 Dit voornemen om te onderzoeken op welke wijze verdergaande harmonisering van de jaarrekeningvoorschriften en aansluiting bij internationale verslaggevingnormen mogelijk was, was toegespitst op beursvennootschappen. Het kwam formeel voor het eerst4 tot uitdrukking in een in 1995 gepubliceerde mededeling van de Europese Commissie.5 In die mededeling kondigde de Europese Commissie aan welke stappen zouden moeten worden ondernomen om ervoor te zorgen dat de bestaande internationale normen — welke naar het oordeel van de Europese Commissie de IFRS waren — in overeenstemming met de communautaire richtlijnen zouden komen en blijven.6 Na deze eerste mededeling van de Commissie werd in 2000 door de Europese Commissie een voortgangsmededeling gepubliceerd.7 Begin 2001 volgde het voorstel voor een Europese verordening.8 Daarin is een mechanisme opgenomen op basis waarvan door de Europese Commissie geaccepteerde IFRS rechtstreeks door Europese beursvennootschappen in hun geconsolideerde jaarrekening dienen te worden toegepast. Deze verordening — de IAS-verordening — is vervolgens op 19 juli 2002 aangenomen.9
De kern van de IAS-verordening wordt gevormd door de artikelen 3 en 4. Op grond van art. 3 IAS-verordening kan de Europese Commissie door de IASB vastgestelde IFRS en daarmee verband houdende interpretaties, met inachtneming van in de verordening opgenomen voorschriften10, "goedkeuren."11 De door de Europese Commissie goedgekeurde IFRS worden bij Europese verordening vastgesteld. Deze verordeningen hebben rechtstreekse werking en maken onderdeel uit van de Europese rechtsorde.12 Ingevolge artikel 4 van de IAS-verordening dienen "ondernemingen" die onder het recht van een lidstaat vallen en waarvan de effecten tot de handel zijn toegelaten op een gereglementeerde markt, in boekjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2005 hun geconsolideerde jaarrekeningen op te stellen met inachtneming van deze goedgekeurde IFRS.
De inwerkingtreding van de IAS-verordening heeft ertoe geleid dat, ondanks enige onduidelijke elementen in deze verordening13, sinds 2005 sprake is van uniformering van de inrichtingsvoorschriften voor geconsolideerde jaarrekeningen van Europese beursvennootschappen.14 Daarnaast is ook de inhoud van het jaarverslag van Europese beursvennootschappen verder geharmoniseerd. Niet alleen omdat als gevolg van een recente aanpassing van de Vierde en Zevende Richtlijn Vennootschapsrecht beursvennootschappen vanaf 5 september 2008 in hun jaarverslagen "verklaringen inzake hun `corporate govemance'" dienen op te nemen.15 Maar ook vanwege de uit de Overnamerichtlijn voortvloeiende verplichting voor beursvennootschappen om in hun jaarverslagen uiteenlopende informatie over hun kapitaal- en vennootschapsrechtelijke structuur op te nemen.16 Binnen het Europese vennootschapsrecht heeft zich hiermee een langzame, maar gestage, ontwikkeling voorgedaan naar eenvormige voorschriften voor de inrichting van de (jaarlijkse) publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen.