Vormfouten
Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/8.1.2:8.1.2 Volstaan met constatering waar mogelijk, andere reactie waar nodig
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/8.1.2
8.1.2 Volstaan met constatering waar mogelijk, andere reactie waar nodig
Documentgegevens:
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS616719:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 2.6.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij het non-profitkarakter sluit een ander in het standaardarrest beleden uitgangspunt aan, te weten dat waar mogelijk wordt volstaan met de constatering van een vormverzuim. Pas als de feitenrechter tot het oordeel komt dat daarmee niet kan worden volstaan, zo overweegt de Hoge Raad, zal hij daaraan een van de in art. 359a, eerste lid, Sv genoemde rechtsgevolgen verbinden. Steeds zal aan de hand van de factoren van het tweede lid van art. 359a Sv moeten worden beoordeeld of en, zo ja welke reactie dient te volgen. Daarmee zijn automatismen uit de toepassing van reacties op vormverzuimen voor grotendeels verdreven. Dit sluit naadloos aan op de tekst van art. 359a Sv en de teneur van de totstandkomingsgeschiedenis van die bepaling. Het streven naar herstel van vormfouten wordt daarin voorop gesteld, ook om te voorkomen dat het nodig is om enig rechtsgevolg aan een vormfout te verbinden. Pas als herstel niet mogelijk blijkt, kan de toepassing van een rechtsgevolg in aanmerking komen, maar niet een ingrijpender rechtsgevolg dan door de vormfout gerechtvaardigd. De wetgever wilde uitsluiten dat aan vormfouten ooit nog consequenties zouden worden verbonden die ‘in geen verhouding staan tot de ernst van het verzuim’. 1