Vormfouten
Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/8.5:8.5 STRAFVERMINDERING
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/8.5
8.5 STRAFVERMINDERING
Documentgegevens:
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS613053:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. HR 8 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5973, NJ 2009/440 m.nt. Buruma (abominabele uitleveringsdetentie in Thailand geen vormverzuim ex art. 359a Sv, maar wel in strafmaat verdisconteerd).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de strafoplegging rekening houden met door de verdachte zelf ondervonden nadeel in verband met zijn strafzaak, is niets nieuws. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan gevallen waarin de verdachte tuchtrechtelijk, arbeidsrechtelijk of anderszins in zijn persoonlijke levenssituatie al zure vruchten moest plukken. De strafrechter heeft in zulke gevallen de ruimte om de straf af te stemmen op de omstandigheden van het geval. Voor een specifiek soort nadeel, afgebakend in de tekst van art. 359a, eerste lid, aanhef en onder a, Sv bestaat sinds de invoering van die bepaling op 2 november 1996 de wettelijk nader geregelde mogelijkheid tot compensatie door strafvermindering. Het moet dan gaan om een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek, waarvan de rechtsgevolgen niet uit de wet blijken en waarvan het daardoor veroorzaakte nadeel door strafvermindering kan worden gecompenseerd. Is aan die voorwaarden voldaan, dan kan de rechter de straf in verhouding tot de ernst van het verzuim verlagen. Deze bepaling doet niet af aan de voordien al bestaande mogelijkheid de straf af te stemmen op de overige omstandigheden van het geval.1
In deze paragraaf wordt het toepassingsbereik van strafvermindering op de voet van art. 359a Sv onderzocht. Strafvermindering is om verschillende redenen een rare reactie op een vormverzuim. Het is in de rechtspraak ontwikkeld als alternatief voor niet-ontvankelijkverklaring van het OM bij overschrijding van de redelijke termijn. Maar, door de gang van zaken bij de totstandkoming van art. 359a Sv was strafvermindering eigenlijk de enige in de voorafgaande rechtspraak ontwikkelde mogelijke reactie op een vormverzuim die onder de handen van de wetgever een transformatie onderging. Om die reden wijkt de behandeling van dit rechtsgevolg wat af van die in de paragrafen over niet-ontvankelijkverklaring en bewijsuitsluiting. Er wordt iets uitgebreider stilgestaan bij de wetshistorie, de literatuur en bij de ontwikkeling in de eerdere rechtspraak, alvorens wordt toegekomen aan de analyse van het huidige toepassingsbereik van dit rechtsgevolg.
8.5.1 Onduidelijkheid over toepassingsbereik na codificatie van strafvermindering8.5.2 Verschillende opvattingen in de literatuur8.5.3 Strafvermindering als alternatief voor bewijsuitsluiting in VS8.5.4 Strafvermindering en het EVRM8.5.5 Strafvermindering in een doel-middel benadering8.5.6 De rechtspraak van de Hoge Raad8.5.7 Toepassingsbereik van strafvermindering