Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief
Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.4.3.2:10.4.3.2 Het voorrecht van uitwinning
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.4.3.2
10.4.3.2 Het voorrecht van uitwinning
Documentgegevens:
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS414688:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:234 lid 1 BW. Vgl. Koops 2010, p. 317.
Art. 3:234 lid 1 BW. Vgl Koops 2010, p. 318.
Vgl. Koops 2010, p. 343.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor zover een verkrijger van een roerende zaak geen bescherming kan ontlenen aan artikel 3:86 lid 2 BW, staat hem het voorrecht van uitwinning ten dienste.1
Ook een verkrijger van een verpande vordering kan een beroep op het voorrecht doen. Aangezien een cessionaris niet wordt beschermd door artikelen 86 en 88, is het voorrecht zijn voornaamste bescherming.2 Desalniettemin is inning de normale wijze van executie van een pandrecht op een vordering en zal de lager gerangschikte zekerheidsnemer er niet van op de hoogte zijn dat de hoger gerangschikte zekerheidsnemer tot inning overgaat. Het voorrecht van uitwinning zal de lager gerangschikte zekerheidsnemer in veel gevallen dus niet baten.3