Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/10.3.0:10.3.0 Introductie
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/10.3.0
10.3.0 Introductie
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS415014:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het antwoord op de vraag of de gevolgen van werking, zoals die voortvloeien uit par. 10.2, toelaatbaar zijn, wordt gegeven door de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid. Deze beginselen heb ik uitgewerkt in deel !! van dit onderzoek.
Als er geen sprake is van een ingrijpen in voldongen feiten of afgeronde toestanden of van materieel of maatschappelijk terugwerkende kracht, is er geen binding met de oude wet. Echter, ook in dat geval is het aanbevelenswaardig de overgangssituatie te toetsen aan de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid. Het beginsel van technische en financiële uitvoerbaarheid en het evenredigheidsbeginsel kunnen bijvoorbeeld alsnog aanleiding geven tot het treffen van een overgangsmaatregel.
Om tot een eenduidig antwoord te kunnen komen op de vraag of de gevolgen van werking toelaatbaar zijn, dient een afweging plaats te vinden tussen de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid. Het is immers mogelijk dat onmiddellijke werking in een bepaalde overgangssituatie op grond van het beginsel van eerbiediging van gerechtvaardigde verwachtingen niet is toegestaan, terwijl het gelijkheidsbeginsel in die situatie juist voor toepassing van onmiddellijke werking pleit. !ndien in een bepaalde overgangssituatie voorrang zou worden gegeven aan het beginsel van eerbiediging van gerechtvaardigde verwachtingen, is de kans dat een begunstigende overgangsmaatregel wordt getroffen groter dan in het geval voorrang wordt gegeven aan het gelijkheidsbeginsel. Hierbij moet ook voor ogen worden gehouden dat de onderdelen van het beginsel van overeenstemming met hogere regelgeving, juridisch afdwingbare beginselen zijn.
!n deze paragraaf geef ik een kader voor het beoordelen van de vraag of een bepaalde werkingsregel in een overgangssituatie al dan niet toelaatbaar is. !n par. 10.3.1 ga ik in algemene zin in op het afwegen van de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid. Daarbij besteed ik aandacht aan de theoretische achtergrond alsmede aan de vraag of voorrangsregels kunnen worden geformuleerd. Omdat bij de beoordeling van belastende wetswijzigingen andere beginselen van belang zijn en voorts de resultaten van toetsing aan bepaalde beginselen anders kunnen zijn dan bij begunstigende wetwijzigingen, zal ik beide soorten wetswijzigingen afzonderlijk behandelen. !n par. 10.3.2 formuleer ik een kader voor belastende wetswijzigingen. Het kader voor begunstigende wetswijzigingen komt aan de orde in par. 10.3.3.