Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/9.2.5.3.1
9.2.5.3.1 Voorvoegingsverliezen
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS394750:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Opgemerkt zij dat het fiscale eenheidsregime geen groepsdeelbenadering kent. De afwezigheid van een algemene groepsdeelbenadering in het fiscale-eenheidsregime heeft tot gevolg dat binnen een fiscale eenheid niet meerdere kleinere fiscale eenheden (‘groepsdelen’) zijn te onderscheiden. Dit is anders bij de verliesverrekening over het voegingstijdstip. Voor de toepassing van de verliesverrekening over het voegingstijdstip van de nieuwe fiscale eenheid wordt de ‘oude’ fiscale eenheid als één geheel (‘groepsdeel’) gezien (zie art. 15ae lid 1 onderdeel c en d Wet VPB 1969). In onderdeel 6.2 van het besluit van 14 december 2010, BNB 2011/63 heeft de staatssecretaris zijn visie gegeven op de wijze waarop deze groepsdeelbenadering uitwerkt.
De voorvoegingsverliesverrekeningsregels luiden samengevat als volgt. Allereerst moeten de winsten en verliezen van de maatschappijen die deel uitmaken van de fiscale eenheid horizontaal, dat wil zeggen tussen de gevoegde maatschappijen onderling in hetzelfde jaar, worden gesaldeerd. Hiermee wordt voorkomen dat een groter verlies kan worden verrekend dan bij de fiscale eenheid (per saldo) tot uitdrukking komt. In dat kader wordt de winst of het verlies (afhankelijk van de omstandigheid of er sprake is van carry-forward of carry-back) van het desbetreffende jaar toegerekend aan de afzonderlijke (in de fiscale eenheid gevoegde) maatschappijen. Hierbij mag de horizontale verliescompensatie op grond van art. 12 Besluit FE 2003 zo gunstig mogelijk worden toegepast, dat wil zeggen dat de winst respectievelijk het verlies eerst zoveel mogelijk wordt toegerekend aan die maatschappijen die zelfstandig geen compensatiemogelijkheden hebben. Hiertoe zal het resultaat van de fiscale eenheid moeten worden gesplitst in zelfstandige resultaten van alle in de fiscale eenheid gevoegde maatschappijen, de zogenoemde fictieve winstsplitsing. Fictieve winstsplitsing houdt in dat het bepalen van de resultaten van de afzonderlijke maatschappijen in de fiscale eenheid moet plaatsvinden alsof deze maatschappijen afzonderlijk belastingplichtig waren (met inachtneming van alle fiscale winstbepalingsregels (art. 15ah Wet VPB 1969). Resulteert er na de fictieve winstsplitsing en toerekening hiervan aan de (fictief) zelfstandige maatschappijen in de fiscale eenheid alsmede de horizontale verliesverrekening nog een winst of verlies bij de desbetreffende maatschappij met het voorvoegingsverlies of de voorvoegingswinst, dan mag deze winst of dat verlies over het voegingstijdstip heen worden verrekend, maar altijd alleen met het eigen resultaat van die desbetreffende maatschappij (art. 15ae lid 1, onderdeel a Wet VPB 1969).1 De gedachte achter bovenstaande regels is het uitgangspunt dat een fiscale eenheid niet mag leiden tot ruimere verliesverrekeningsmogelijkheden.